Sid Lukkassen: Over de toekomst van het conservatisme (deel III)

Dit essay van filosoof Sid Lukkassen over de toekomst van het conservatisme werd in februari van dit jaar elders gepubliceerd. Wij publiceren het essay met toestemming van de auteur. Deel I van deze driedelige serie leest u hier en deel II leest u hier.

We zijn aangekomen bij het sluitstuk van ons streven om Kinnegings uitvoerige essay te becommentariëren, ten einde een overkoepelende toekomstvisie te ontsluiten op het conservatisme in de eenentwintigste eeuw.

De mens is een roedeldier dat ten diepste geborgenheid zoekt in een koud en onverschillig universum waaraan hij naakt en zonder handleiding is overgeleverd. Daarom zoekt hij samenwerking met anderen om efficiënter in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en bouwt hij monumenten om orde in de chaos te scheppen – ‘to make sense of it all’. Uiteindelijk leiden die economische samenwerkingsverbanden tot nationale gemeenschappen en vervolgens tot natiestaten die ons als een membraam beschermen tegen de versnipperende chaos die die zich daarbuiten opdringt. 

Het is vandaag zonneklaar dat de gevestigde instituties die gewortelde geborgenheid niet meer zullen bieden en dat wij realisten zélf moeten bouwen aan en vanuit een Nieuwe Zuil. 

De conservatief moet iedere illusie van continuïteit met de gevestigde instituties doorknippen – met dat wat Kinneging “mainstream” noemt. Wat daar gebeurt heeft immers niets meer met burgerlijk patriottisme te maken maar is in alles op weg naar een globalistische ‘One World’ heilstaat. De conservatief moet een krachtig wereldbeeld tegenover het mainstream wereldbeeld inbrengen, om niet in de achterhoede-modus achter de wagon van het cultuurmarxisme aan te hobbelen en alsnog op hetzelfde eindstation aan te komen. 

Het pad dat het conservatisme zal moeten kiezen om niet als een nachtkaars uit te gaan vereist grootste vergezichten, grootse plannen en grootse sloopacties. In die zin zal de conservatief Popperiaans-historicist moeten zijn juist vanwege het globalistische historicisme dat in iedere vezel van de gevestigde orde is doorgedrongen. Op dit punt moet de conservatief even slikken maar het is beter om dit onder ogen te zien en consequent in waarheid te leven.

Het project om een conservatisme uit te denken dat de globaliserende krachten van de eenentwintigste eeuw kan overleven, is per definitie een project dat overeenstemt met de uitspraak van Jezus Christus in Lucas 14:26. “Gij moet bereid zijn uw vader te verlaten om mij waardig te zijn.” Oftewel dit gaat een zeer grimmige tocht worden met keuzes die je hele bestaan op het spel zetten – wie dit niet aankan, kan beter nu afhaken. Kinneging brengt deze grimmigheid onder woorden:

“Nog afgezien van de mogelijkheid van het opleven van oude animositeiten als de nationaliteitskaart te veel wordt gespeeld, kan Europa – en het Westen in het algemeen – in een antiwesterse wereld alleen overleven als het niet door het nationalisme te veel verbrokkelt. Anderzijds is geregeerd te worden door een verre Brusselse bureaucratie die met de zweep van de markt en de stok van de centrale regulering overal het Verlichtingsperspectief oplegt, en aldus lokale, regionale en nationale gewoontes en tradities en daarmee gemeenschappen de nek omdraait, ook geen aantrekkelijk perspectief. De troosteloze, smakeloze eenvormigheid van de VS is het voorland van Europa als de Brusselse bureaucratie de kans krijgt alle Europese landen verder gelijk te schakelen.”

Westerse regeringen zijn tot het einde van de Koude Oorlog altijd pragmatisch geweest, zeker waar het op geld aankwam. In het begin van dit millennium bereikte de globalisering een hoogtepunt – de politiek was niet meer het vliegwiel van de grote investeringen die het aangezicht bepalen van de maatschappij. Grote bedrijven en hun lobbyisten gingen naar de voorgrond en schoven dichter aan op het centrum van de macht – juist toen is de politiek meer ideologisch geworden. Diezelfde doctrine – ‘woke’, groen, inclusiviteit, social justice, wat Kinneging noemt “het Verlichtingsperspectief” – zien we bij de multinationals (zie Shell en Mercedes). 

De globalisering en het radicaliseren van Verlichtingsgedachten gaan hand in hand, wat de onbehagelijke elementen uitvergroot die eigen zijn aan democratieën. De Franse filosoof Alexis de Tocqueville wees erop dat de gelijkheid die de democratie in het vooruitzicht stelt, altijd dichtbij genoeg is om te ruiken maar nooit dichtbij genoeg is om te proeven. Want altijd blijkt er wel een obstakel te zijn, een of ander privilege dat moet worden genivelleerd. “Steeds als een vrijheid of gelijkheid is bereikt, blijkt er een dieper liggende onvrijheid of ongelijkheid te zijn die ook moet worden opgeheven.” Social justice warriors noemen dit microagressies: als ik in een gesprek laat vallen dat ik naar Spanje op vakantie was, dan is dit een agressie naar deelnemers in het gesprek die zo’n reis niet kunnen betalen. Kinneging schrijft:

“Tocqueville meende dat de moderne mens een liefhebber is van vrijheid, maar toch de gelijkheid nog veel meer bemint. Waar de twee haaks op elkaar staan, kiest de moderne mens volgens hem de gelijkheid ten koste van de vrijheid. Dat is precies wat er sedert een aantal decennia aan het gebeuren is. De gelijkheid – non-discriminatie – wordt ruimer en ruimer geïnterpreteerd, waardoor de vrijheid – van meningsuiting, van contract, van vereniging en vergadering, van religie et cetera – meer en meer afneemt. Aan het eind van die ontwikkeling staat onvermijdelijk de gecentraliseerde tirannie.”

Dit alles komt omdat democratie de macht van het getal laat beslissen en dan zijn we terug bij Thrasymachos in Plato’s Politeia. De zwakken klitten intuïtief samen tegen de sterken en ons wettelijk stelsels is weinig meer dan een in normativiteit uitgedrukte nivelleringsdrang. Als een leerling een boek heeft gelezen en daarover in de klas een opmerking maakt, dan vinden de andere leerlingen dat streverig en dus halen zij de leergierige leerling omlaag. De leraar staat dan voor de keuze: óf de leerling prijzen en daarmee garanderen dat hij of zij nog meer wordt gepest, óf de opmerking negeren en daarmee bijdragen aan een onderwijscultuur die middelmatigheid tot norm stelt. Dit schooltafereel is de essentie van democratie. 

De kritiek van Kinneging op het moderne leven is terecht: stel je ligt in het ziekenhuis of stuit op een ernstige relatiecrisis. Je neemt je met hart en ziel voor om prioriteit te geven aan wat écht belangrijk is in het leven. Dat is je partner en jullie voornemen om in het huwelijk te treden en alle administratieve formaliteiten daaromtrent te regelen. Maar in de praktijk stuit je op de gelatine van een onzichtbare verstikkende bureaucratie die al je levenslust wegzuigt. Het gevoel overheerst dat je opereert in een Kafkaësk vacuüm in plaats van een organisch ingebed geheel. Ondertussen heeft je jeugdvriend een ongecompliceerd meisje uit een woonwagenkamp gehuwd en bereiden zij zich voor op hun tweede kind.

Allerlei bekenden dienen zich aan die zeggen dat ze je zullen helpen met de administratieve formaliteiten – maar dat gebeurt niet want iedereen is druk en je bent aan jezelf overgeleverd. Dan is het ook nog eens zo dat, als je in het buitenland werkt en je partner is gelukkiger met haar baan dan jij dat bent, dat je dan eeuwige discussies hebt over de toekomst samen en waar die toekomst zich moet afspelen. Zo komen de ambities van de man tegenover die van de vrouw te staan en worden ze tegen elkaar uitgespeeld, in plaats van elkaar te versterken. 

Kinneging voert een hartstochtelijk pleidooi voor de traditionele samenlevingsverbanden en dit werpt de vraag op of we er grosso modo wel gelukkiger op zijn geworden door vrouwen full time de arbeidsmarkt op te sturen. De kosten van het levensonderhoud zijn meegestegen met de grotere gezinsportemonnee. Ook zie je dat vooral multinationals profiteren die dertigers en bijna-dertigers van acht tot acht op kantoor houden met dan nog de gezelligheidsactiviteiten eromheen, ’s avonds en in het weekend. Deze werknemers zijn singles die anoniem in grote massa-steden wonen en hierdoor gaat het bedrijf fungeren als surrogaat familie om nóg meer uren en energie uit de werknemers te persen. 

Als je dit alles benoemt heb je geheid ruzie met je partner en zéker als hij of zij een tamelijk veeleisende en geïsoleerde opvoeding heeft gehad waarbij de bedrijfscultuur nu voor de validatie zorgt die vroeger thuis ontbrak.

Neem je dit hele plaatje in ogenschouw, dan heeft Kinneging beslist een punt: de hedendaagse globale vierentwintiguurs dynamiek trekt alles uiteen en eigenlijk is het bestaan te hectisch geworden voor een harmonieus leven. Als wij Europeanen besluiten het bijltje erbij neer te gooien, dan neemt China deze globale dynamiek geheel over en wordt ons Avondland daarin opgeslokt. 

Het postmoderne bestaan laat zich kennen in overvolle treinstations vol expats die allemaal een internationale treinverbinding moeten halen die maar enkele keren per dag vertrekt – haperende metrolijnen maken het geheel nóg hectischer. Het is gewoon te veel stress, te veel impulsen. Omringd door opgejaagde vreemden raak je als partners dan opgefokt tegen elkaar in plaats van dat je je aan elkaar optrekt. 

Je wéét diep vanbinnen dat mensen niet zo zouden moeten leven maar je bent onmachtig om de maatschappelijke machine te stoppen nu deze in werking is gesteld. En boven die mensenmassa torent dan de ziekelijk lachende kop van Mark Rutte uit die steeds meer mensen importeert: niets raakt hem omdat hij zelf toch geen kinderen of partner heeft. Daar is geen tijd voor in het gejaagde en onthechte bestaan dat tegenwoordig noodzakelijk is om actief te zijn als globale netwerker tussen de wereldmetropolen, die meer met elkaar in verbinding staan dan met het nationale achterland. 

Na die wrijving wil je dan je arm om je partner leggen om elkaar te verzekeren dat alles tóch goed is. Maar je weet dat je naast haar verliefde oogopslag dan ook haar half-twijfelende, melancholische, wat afwezige blik te zien krijgt, en het contrast tussen dat gevoel en het gevoel van vanzelfsprekende geborgenheid dat je eigenlijk zou willen voelen, steekt. En dus sla je maar geen arm om elkaar en ga je ieder verder met je werk. Alles stroomt, de dingen komen niet samen.

Dit was het einde van de serie over het conservatisme in de eenentwintigste eeuw.

U kunt Sid Lukkassen volgen via de nieuwsbrief op http://www.sidlukkassen.com. En steun De Nieuwe Zuil via BackMe om dergelijke publicaties mogelijk te blijven maken!


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

Reacties

7 reacties

  1. Edjan

    Prima stuk III. Chapeau.

    1. deZwaluw

      @edjan, ik ben zeer benieuwd naar uw samenvatting in 100 woorden. Alvast bedankt voor uw moeite.

      1. Edjan

        deZwaluw. Bedankt voor het huiswerk. Zelf leren lezen is beter.

  2. sonny

    Conservatisme, fascisme, socialisme, salafisme, allemaal kretologie!
    De mensheid is per definitie NIET gelijk, ook al is ‘gelijkheid’ een utopisch droombeeld van naïeve linkse dromers!
    Armoede en rijkdom zullen altijd tegengestelden blijken, immers als de armen méér gaan krijgen, worden ze alsook mondiger/machtiger, dat kunnen de welgestelden der aarde écht niet hebben!
    Het egoïsme in élke mens zal altijd zijn eigen belangen laten prevaleren, immers rijkdom=macht en omgekeerd!
    Met behulp van veel geweld, zal arm en rijk altijd gescheiden blijven.

    1. Augustus

      Het mooie van de mensheid dat we heel goed in staat zijn om ons zelf te verenigen met mensen die ongeveer gelijk zijn aan onszelf – op deze manier voorkomen we conflicten. De manier waarop in de westerse maatschappij verschillende culturen en etniciteiten op elkaar worden gedrukt ontwricht beide culturen en zorgt voor nodeloos, kunstmatig conflict die niet zou bestaan met vrijheid van beweging en vrijheid van belastende overheidsprogramma’s.

    2. halo1

      Eens, maar waarom is daar veel geweld voor nodig?

  3. halo1

    Het belangrijkste lijkt me dat we van dit links geframede woord “conservatisme” afkomen.. het zegt onderhuids nl. “(u bent) ‘achterlijk”.. Ik zou gaan voor stabiel, maar besef dat het moeilijk is. Mensen geven zichzelf vaak (meestal misplaatst) het kwaliteitstempel “progressief”.. maar je kan ook zeer “‘progressief” de afgrond in tuimelen…

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.