Column Sid Lukkassen: Tegen de verpulvering van onze cultuur

Nederland is helaas weer een stap nader tot de ondergang. Geert Wilders (PVV) reageert op de “verraderlijke oproep” van Ferd Grapperhaus (CDA) om meer opvangplekken te regelen voor asielzoekers. De instituties piepen en kraken, en botsen met elkaar over het moeten uitvoeren van onhaalbare en onrealistische idealen. Men blijkt zó gehersenspoeld dat zelfs de wal het schip niet doet keren.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) liet eerder al weten dat Nederland totaal geen capaciteit meer over heeft om Afghanen op te vangen. Toen zei de rest van de coalitie: het maakt niet uit wat de praktische stand van zaken is, dit moeten we doen vanuit ons idealisme, je zegt maar dat het tóch kan. En zo geschiedde. Broekers-Knol bood haar excuses aan voor het statement over de haalbaarheid: de cultuurmarxistische ideologie wint het van de praktijk op de werkvloer. De mensen die daar ter plekke staan te dweilen en zien dat het niet meer kan, moeten hun bek houden of worden getreiterd door de bestuurslagen boven hen.

“Zonder buitenlanders zou ons land kalm en stil ten onder gaan”, aldus het kinderliedje ‘Kleurrijjk Nederland’ van het Klokhuis uit 1990. “Dan werd ons land zo bleek en dor, we zouden gluren aan de hor.” Geen passievrucht maar spruitjeslucht, wordt er gezongen: “In China bouwde men de muur, en toen verstarde de cultuur. De vorm werd steeds verfijnder maar vanbinnen werd het leeg.” Maar is het tegenovergestelde ook niet waar? Namelijk dat bij teveel verwatering van het eigene, een vergelijkbare ondergang dreigt?

Als het omlaag halen van de eigen cultuur continu de klok slaat, en het vervangen van elan door lelijkheid, hoe gaan wij allochtone jongeren dan nog bezielen en begeesteren en erbij betrekken? Niemand wil bij een stelletje self-depreciating losers horen. Chinezen hebben hiervoor inmiddels het woord Bái Zuô!, oftwel white left. Mocht iemand nu beginnen over allochtonen: allochtonen zijn niet tegen grenzen. Ze willen aan de juiste kant van de grens zijn. Culturen, staten, grenzen: ze brengen ons tot de kernvraag wat identiteit nu eigenlijk is.

Op een zeker moment begrepen mensen dat het individuele gewin groter werd naarmate ze in een collectief belang gingen denken, spreken en handelen. Hierdoor lijkt het alsof ze in het collectieve belang handelen, en dat doen ze dan feitelijk ook, hoewel het uiteindelijk voor henzelf is. Uit deze samenwerkingsverbanden bloeien wederzijdse sympathieën op die ertoe leiden dat ze liever met elkaar samenwerken dan met buitenstaanders; de gedachte om bij een grotere gemeenschap te horen heeft op velen een sterkend, aanmoedigend effect.

Zo ontstaat groepssolidariteit, wat maakt dat de groep een hechtere eenheid vormt en zich standvastig opstelt tegenover omringende stammen. Deze gewaarwording van identiteit is een ondefinieerbaar gevoel dat het hart van een man verbindt aan zijn geboorteplaats: een gevoel dat niet redeneert, maar gelooft, voelt en handelt. Het gaat samen met een waardering voor oude gewoonten – degenen die dit gevoel ervaren houden van hun vaderland zoals ze houden van hun ouderlijk huis. Ze hechten aan de rust die ze er ervaren, de opvoeding die ze er genoten en de herinneringen die het oproept. Groepssolidariteit versterkt identiteit.

Door deze wederzijdse sympathieën verlangen de inwoners samen onder dezelfde regering te staan – geregeerd te worden door een bestuur waarin ze zich herkennen. Soms is dit gevoel mede het gevolg van afkomst of etnische identiteit. Ook een gemeenschappelijke taal en religie dragen ertoe bij, evenals natuurgrenzen in het landschap. Sterke bindende factoren zijn politieke antecedenten, het bezit van een nationale geschiedenis, gedeelde herinneringen, gemeenschappelijke trots en gezamenlijk ondergane vernederingen. Zie bijvoorbeeld Overvloed en onbehagen, van Simon Schama. De identiteit van Nederland werd gesmeed door vuur en water – de strijd tegen de dreigende overstromingen en de Spaanse furie.

Zet deze kennis nu tegenover het volgende citaat. Het is aangeleverd door Joris Luyendijk die enige tijd terug een Griek citeerde in Londen die uitlegde waarom hij de Britse nationaliteit niet zal aanvragen:

“De duidelijkste scheidslijn tussen ikzelf en degenen die Brexit steunen vanuit nationalistische gevoelens, is de vraag naar identiteit. Ik zie identiteit niet als binair of exclusief. Ik ben helemaal gelukkig om Grieks én Brits te zijn, Mykonian en Londener, Europees en mediterraans, advocaat en acteur, mannelijk en feminien. Spurs supporter en opera fan, feestbeest en thuisblijver. Ik vind het verrukkelijk om een nieuwe Poolse winkel in mijn buurt te zien – zo kan ik nieuwe dingen proeven. Ik hou ervan wanneer de reizigers naast mij in de bus in talen spreken die ik niet herken – het is muziek waarvan ik geniet.

Als je veelvuldig bent in al je identiteiten, dan verdedig je ze ieder op zich minder fel. Meer diversiteit voelt niet als een bedreiging maar als een kans om meer kleuren toe te voegen aan je schilderij. Maar als je jezelf vastklampt aan één identiteit en deze waardeert als op een of andere manier superieur aan andere, dan volgt daaruit dat je verandering van die identiteit als verwatering ervaart in plaats van als verrijking.”

 Wat een prachtig bewijs van een kosmopolisch-hedonistische en bewust gewilde cultuurverandering! Niet eens meer het frame “globalisering voert onvermijdelijke cultuurveranderingen mee” – nee, dit is iets dat zij bewust nastreven om de decadentie en het uiteenwaaien van alle samenhang neer te zetten als iets moois.

Het denken van die Britse Griek is precies wat de elite wenst. Multinationals kunnen generieke producten uitrollen over grote oppervlakten, omdat er geen cultureel verzet meer is vanuit lokale identiteiten. Naar mate mensen zich onthechten staan ze voor hun gevoel ‘boven de discussie’ en zullen ze niet meer vechten tegen zaken als de komst van asielzoekerscentra, de uitholling van het Sinterklaasfeest of het pushen van transgenderisme als nieuwe norm. Arbeiders spreken verschillende talen en komen uit uiteenliggende werkculturen: ze kunnen tegen elkaar worden uitgespeeld met afzonderlijke flexcontractjes – ze kunnen niet meer één gezamenlijke vuist maken. De grote winnaars van die culturele verwatering zijn de globalisten. Een honkvast gezin heeft namelijk baat bij een buurt waarin gedeelde waarden heersen.

Het is hierbij tekenend hoe juist het Engels vervlakt door dit samen stampen van culturen, in plaats van de talen tot grotere verfijning bij te schaven. Zoals het ‘Commission English’ dat men spreekt in dienst bij de EU. Zie hoe de Spaanse filosoof Ortega y Gasset beschreef dat de vervlakking van het Latijn, veroorzaakt door de imperiale expansie van het Romeinse Rijk, de val van die beschaving inluidde. In Rome belichaamde het Colosseum als bouwwerk de proletarische massaliteit van de Imperial Overstretch – het samenpersen van mensenmassa’s om hen spektakel en vermaak te bieden – terwijl tegelijk het Latijn verbasterde.

Wat betekent deze reflectie voor de politiek? Het volgende. Er zijn stemmen die beweren dat de politiek er vooral moet zijn voor wat de doorsnee burger wil – geen asielzoekerscentrum in de tuin, ook geen windmolen, lagere belastingen. Dan zou het al prima zijn en vergezichten over architectuur en esthetiek zouden vanuit hun standpunt beter achterwege blijven. Dit laatste is echter oppervlakkig: zoals blijkt uit alleen al dat voorbeeld van die Poolse winkels, drukt de omgeving zich af op het zielsleven en is zo medebepalend voor het toekomstige handelen en samenleven.

U kunt Sid Lukkassen steunen via BackMe – zo maakt u deze analyses mede mogelijk. U maakt tegelijk Sid gelukkig en uzelf!

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.