Defensie zoekt dit jaar 14.500 nieuwe militairen. De minister van Defensie noemt Rusland "onze vijand" en zegt dat Nederland ook moet "kunnen vechten". En wat deed de hoogste militair van Nederland vrijdagochtend? Hij rolde op de stoep van het ministerie een tapijt uit. In regenboogkleuren. Voor de camera. Wierd Duk had er zeven woorden voor nodig: "Hou toch eens op met dat deugpronken." Hij heeft gelijk. Dit hele zieke deugpronken bij Defensie moet stoppen. Duk reageerde vrijdagmiddag
op X op een bericht van Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim. Die
schreef plechtig: "Om te kunnen vechten als het moet, moeten we elkaar kunnen vertrouwen. Dat begint met respect en een werkomgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. De regenboogloper laat zien waar we bij @Defensie voor staan." Nederland gaf antwoord. Duks reactie kreeg in een dag ruim duizend likes. Het bericht van de generaal kreeg er een paar honderd, en ruim 1.600 reacties. Dat heet in gewone taal: afgebrand.
Volgens
Defensie zelf ging het om International Coming Out Day. Op defensielocaties werd ook nog de zogeheten progress-vlag gehesen. En de generaal legde uit waarom: "Diversiteit en inclusie is niet alleen een morele noodzaak, maar juist een operationele noodzaak." Defensie doet dit volgens de eigen site "al jarenlang". Dat geloven we graag.
Een tapijt als wapen
Een operationele noodzaak. Een tapijt. In de week dat het kabinet een kernmacht tot vijand verklaarde. Poetin zal er wakker van liggen. Eichelsheim verwart een fotomoment met gevechtskracht. Vertrouwen in een eenheid ontstaat in de modder, op oefening, op uitzending, als je weet dat de collega naast je zijn werk doet. Niet doordat een viersterrengeneraal op vrijdagochtend met een loper staat te poseren voor de voordeur van het ministerie.
En ondertussen ligt het echte probleem gewoon op tafel. Volgens het UWV zoekt Defensie
dit jaar 14.500 nieuwe militairen, en in 45 van de 59 gezochte beroepen is het tekort groot, vooral in techniek, ICT, zorg en logistiek. Monteurs, ICT'ers, verpleegkundigen, chauffeurs. Daar heeft de krijgsmacht om te springen. Aan regenboogkleden is geen gebrek.
Wat de soldaat echt nodig heeft
Het kabinet duwt jongeren intussen richting de kazerne met een dienmodel dat
in de laatste stappen verplicht wordt. Ouders liggen wakker van de vraag of hun zoon of dochter straks moet opdraven. En de top van Defensie? Die vindt het belangrijk om te laten zien "waar we voor staan", met een vlag en een vloerkleed. Terwijl jouw kind een oproep kan verwachten, speelt de generaal marketingmanager van de Haagse deugelite.
Wie zijn leven op het spel zet voor dit land, wil materieel dat werkt, genoeg collega's en een leiding die met haar hoofd bij de taak zit. De burger die dit allemaal betaalt, wil precies hetzelfde. Hij krijgt een generaal die elk jaar braaf het symbolische ritueel van de dag afwerkt. Het signaal gaat niet naar Moskou. Het gaat naar Den Haag: kijk ons eens goed zijn.
Wil je dat er meer van dit soort stukken komen? Steun DDS dan met een donatie. Dat kan eenvoudig via BackMe, of rechtstreeks op onze rekening: NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. Elk bedrag helpt ons om onafhankelijk te blijven schrijven. En meld je aan voor onze 'verboden' column op Substack. Iedereen kan zich daar inschrijven. Woke in uniform
En de loper staat niet op zichzelf. Lees wat Defensie er zelf bij schrijft: de organisatie wil "een betere afspiegeling van de maatschappij zijn", verschillen in "gender, geaardheid of herkomst" zijn "juist de kracht van Defensie", en "het einde van de weg naar volledige inclusie" is nog niet bereikt. Een krijgsmacht die zichzelf beschrijft als een reis naar inclusie. Niet als een organisatie die oorlogen moet kunnen winnen. Defensie is verworden tot een activistische club met tanks, en de leiding vindt dat nog mooi ook.
De politiek duwt vrolijk mee. D66-Kamerlid Michelle Jagtenberg presenteerde vorige maand
een plan om het aandeel vrouwen bij Defensie naar 30 procent te krijgen, met aparte loopbaantrajecten en menstruatieproducten in de veldkit. Een streefcijfer, een vlag, een tapijt: bij Defensie begint het denken steeds vaker bij het plaatje en steeds minder bij de vraag of het leger kan vechten. Een leger hoort van iedereen te zijn, ook van de Nederlander die niets heeft met de progress-vlag en gewoon wil dat zijn land verdedigd wordt. Die Nederlander ziet zijn hoogste militair poseren bij een vloerkleed, en snapt precies hoe laat het is.
Terug naar de kazerne
Eichelsheim stopt met dit circus. Geen lopers meer voor de deur van het ministerie, geen activistische vlaggen meer op defensielocaties, geen diversiteitsretoriek meer van de Commandant der Strijdkrachten. Zijn taak is zorgen dat die 14.500 mensen er komen, dat het materieel werkt en dat Nederland zich kan verdedigen. Minister Yeşilgöz, die zo graag stoere taal over Rusland bezigt, haalt haar generaal vandaag nog van de loper af en zet hem terug aan het werk.
Eichelsheim hoort in de kazerne, niet op de rode, sorry, regenboogloper. Jij betaalt de krijgsmacht om je land te beschermen, niet om je de les te lezen. Wierd Duk heeft gelijk: hou toch eens op met dat deugpronken.
Steun DDS: doneer direct. DDS bestaat dankzij lezers zoals jij. Doneer via BackMe of maak een bijdrage over naar NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. En mis niets: schrijf je in voor onze 'verboden' column op Substack. Aanmelden kan voor iedereen.