Echtpaar van begin zeventig rekent contant af bij een groentekraam op de weekmarkt.
Gemaakt met ChatGPT

Kabinet: ongeveer een derde van de gepensioneerden gaat er in 2027 in koopkracht op achteruit

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Ongeveer een derde van de gepensioneerden gaat er volgend jaar in koopkracht op achteruit. Dat schrijft staatssecretaris Eerenberg van Financiën in antwoorden aan de Tweede Kamer van 9 oktober. In doorsnee komen gepensioneerden in 2027 uit op een plus van 0,3 procent, maar circa 34 procent van hen heeft volgens het kabinet een negatieve koopkrachtontwikkeling.
Het cijfer stond niet in de koopkrachttabel waarmee het kabinet eind september naar buiten kwam. Daar stond alleen de doorsnee. JA21 vroeg hoeveel AOW'ers er volgend jaar toch op achteruitgaan, mede door de verlaging van de ouderenkorting.
Wie in die 34 procent valt, zegt het kabinet er niet bij. De toelichting maakt wel duidelijk waar de plus vandaan komt, en dus ook wie hem mist.

De plus komt van fondsen die overstappen

Volgens het kabinet gaan gepensioneerden er in doorsnee op vooruit doordat aanvullende pensioenen worden verhoogd, vooral bij fondsen die overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel. In de begroting van Sociale Zaken staat het getal waarmee is gerekend: een gemiddelde verhoging van de aanvullende pensioenen met 7,6 procent in 2027. Het ministerie noemt de verhoging door de overstap incidenteel.
Dat gemiddelde zegt weinig over jouw pensioen. ABP, het grootste fonds van Nederland, stapt op 1 januari 2027 over. PME, het fonds voor de metalektro, doet dat op dezelfde datum. Hoeveel de pensioenen daar omhooggaan, hangt af van de financiële stand van het fonds bij de overstap.
Fondsen die al eerder zijn overgestapt, hebben die eenmalige stap achter de rug. Daar hangt 2027 af van het beleggingsresultaat. En bij fondsen die pas in 2028 overgaan, geldt volgend jaar nog de oude regeling.

Rekenvoorbeeld: €1.500 aanvullend pensioen per maand

Stel dat je €1.500 bruto pensioen per maand krijgt. Verhoogt je fonds met 7,6 procent, dan komt er €114 bruto per maand bij.
Het kabinet gaat voor 2027 uit van 2,7 procent inflatie. Om de prijzen bij te houden, moet hetzelfde pensioen met €40,50 per maand stijgen. Verhoogt je fonds minder, dan lever je op dit deel van je inkomen koopkracht in. Bij een verhoging van 1 procent komt er €15 per maand bij en kom je €25,50 tekort. Per jaar is dat €306.
De AOW zelf stijgt wel mee. Die is gekoppeld aan het minimumloon, dat volgens de begroting in 2027 met 4,0 procent omhooggaat.

Belasting: ouderenkorting omlaag, tarieven omhoog

Tegenover de pensioenverhoging staan drie maatregelen uit het Belastingplan 2027.
De ouderenkorting gaat omlaag. Het kabinet verlaagt haar met €100. Na de jaarlijkse inflatiecorrectie komt het maximum uit op €1.993, tegen €2.067 dit jaar.
De tarieven in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting stijgen per saldo met 0,48 en 0,6 procentpunt.
En de belastingschijven en heffingskortingen groeien maar voor een deel mee met de inflatie: 1,25 procent. Het kabinet noemt dat de vrijheidsbijdrage. Die kost gepensioneerden volgens de nieuwe antwoorden 0,7 procent koopkracht.
Hoe zwaar het pakket weegt, blijkt uit een andere tabel in het Kamerstuk. Zonder de tariefsverhoging, de vrijheidsbijdrage en de lagere ouderenkorting zouden gepensioneerden er 1,1 procent beter voor staan. Bij werkenden is dat 0,6 procent, onder meer omdat tegenover hun lastenverzwaring een hogere arbeidskorting staat.
Ouderenbond ANBO-PCOB rekende na Prinsjesdag twee voorbeelden door. Een alleenstaande gepensioneerde met €30.000 bruto, van wie het inkomen 3,5 procent stijgt, levert 0,5 procent koopkracht in. Een stel met €25.000 en €15.000 komt uit op min 0,2 procent. Volgens de bond is er pas sprake van een plus als het bruto inkomen met meer dan 3,5 procent stijgt.

Wie alleen AOW heeft, wordt het minst geraakt

De begroting van Sociale Zaken bevat ook voorbeelden per huishouden. Een alleenstaande met alleen AOW komt daarin op 0,5 procent koopkracht erbij. Met €10.000 aanvullend pensioen is dat 0,3 procent. Een paar met AOW en €30.000 aanvullend pensioen staat op 0,0 procent.
De verklaring zit in de heffingskortingen. Wie alleen AOW heeft, betaalt daardoor weinig of geen inkomstenbelasting en merkt weinig van een hoger tarief. Hoe hoger het aanvullend pensioen, hoe meer de tarieven en de lagere ouderenkorting meetellen.

Wat je dit najaar kunt nagaan

Kijk bij je pensioenfonds wanneer het besluit over 2027 valt. De meeste fondsen maken dat in november of december bekend.
Zit je bij ABP, dan krijg je in de tweede helft van dit jaar een voorlopig overzicht van je pensioen in de nieuwe regeling, met een schatting van het bedrag vanaf 1 januari 2027.
Reken daarna met je eigen bedragen. Vermenigvuldig je bruto pensioen met het percentage van je fonds en leg dat naast de 2,7 procent inflatie waar het kabinet van uitgaat.
De Tweede Kamer behandelt het Belastingplan 2027 de komende weken. Tot de stemmingen kunnen de maatregelen nog veranderen.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading