De daling van de energiearmoede in Nederland is tot stilstand gekomen. Naar schatting 503.000 huishoudens hadden in 2025 te weinig financiële ruimte om hun woning op een normale manier te verwarmen. Dat is 6 procent van alle huishoudens, precies hetzelfde aandeel als een jaar eerder. Tegelijkertijd is het bedrag dat deze mensen gemiddeld tekortkomen verder gestegen.
Dat blijkt uit
nieuwe voorlopige cijfers van het CBS en TNO. Vooral huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten zijn verder in de problemen geraakt. Hun gemiddelde betaalbaarheidskloof liep op van 577 euro in 2024 naar 624 euro in 2025.
Die 624 euro is geen gemiddelde
energierekening. Het is het bedrag dat een getroffen huishouden jaarlijks extra nodig zou hebben om niet langer onder de gehanteerde grens voor energiearmoede te vallen. Omgerekend gaat het om ongeveer 52 euro per maand.
Niet alleen de energieprijs telt
Energiearmoede ontstaat meestal door een combinatie van problemen. Een huishouden heeft weinig inkomen, woont in een slecht geïsoleerd huis en krijgt te maken met relatief hoge vaste lasten. Daardoor kan zelfs een beperkte prijsstijging een groot verschil maken.
In 2025 nam het aantal huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten toe van 385.000 naar 410.000. Volgens CBS en TNO kwam dat onder meer door een hoger energieverbruik en gestegen vaste leveringskosten voor gas en elektriciteit.
Juist die vaste kosten zijn moeilijk te ontwijken. Minder lang douchen of de thermostaat lager zetten kan het variabele verbruik verminderen, maar vaste kosten blijven bestaan. Een huishouden dat al zeer zuinig leeft, heeft daardoor weinig mogelijkheden om de rekening verder te verlagen.
Voor huishoudens in woningen met een zeer slechte energetische kwaliteit is het probleem nog groter. Hun betaalbaarheidskloof bedroeg gemiddeld 1.295 euro per jaar. Onder energiearme huishoudens met een eigen woning ging het gemiddeld om 967 euro.
Dat laatste is opvallend. Energiearmoede wordt vaak vooral geassocieerd met huurders, maar ook huiseigenaren kunnen klem komen te zitten. Zij hebben mogelijk een woning met een laag energielabel, terwijl het inkomen onvoldoende is om isolatie, dubbel glas of een zuiniger verwarmingssysteem te betalen.
Een landelijke rekening van 256 miljoen euro
CBS en TNO berekenden ook hoeveel geld nodig zou zijn geweest om de betaalbaarheidskloof te dichten voor de groep met een laag inkomen en hoge energiekosten. Dat bedrag komt uit op ongeveer 256 miljoen euro.
Daarmee is niet gezegd dat een algemene compensatieregeling automatisch de beste oplossing is. Een tijdelijke tegemoetkoming verlaagt de rekening direct, maar maakt een slecht geïsoleerde woning niet zuiniger. Isolatie kan structureel helpen, maar is kostbaar en niet in iedere woning snel uitvoerbaar.
Voor huurders speelt bovendien mee dat zij voor grotere aanpassingen afhankelijk zijn van een verhuurder of woningcorporatie. Een huurder kan wel tochtstrips plaatsen en het verbruik proberen te beperken, maar kan niet zelfstandig de gevel, vloer of het dak laten isoleren.
Controleer contract én regelingen
Voor huishoudens die moeite hebben met de energierekening is het verstandig om niet alleen naar het maandelijkse voorschot te kijken. Een laag voorschot kan prettig lijken, maar later leiden tot een forse bijbetaling. Controleer daarom het werkelijke jaarverbruik, de tarieven per kilowattuur en kubieke meter en alle vaste leveringskosten.
Wie een variabel contract heeft, kan daarnaast vergelijken of een vast contract meer zekerheid biedt. Daarbij moet niet alleen naar een eventuele welkomstkorting worden gekeken. De looptijd, het tarief en de voorwaarden bij tussentijds opzeggen zijn minstens zo belangrijk.
Gemeenten hebben verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Daarbij kan het gaan om bijzondere bijstand, lokale energiefondsen, energiefixers of hulp bij kleine isolatiemaatregelen. Welke ondersteuning beschikbaar is, verschilt per woonplaats en inkomenssituatie.
Ook huishoudens die nog geen betalingsachterstand hebben, kunnen vroeg contact opnemen met de energieleverancier of gemeentelijke schuldhulpverlening. Vroeg ingrijpen is meestal eenvoudiger dan wachten totdat meerdere rekeningen zijn blijven liggen.
De belangrijkste conclusie uit de nieuwe cijfers is dat het aantal getroffen huishoudens niet meer daalt, terwijl hun gemiddelde tekort wel groter wordt. Energiearmoede is daarmee niet alleen een overblijfsel van de
energiecrisis. Voor ruim een half miljoen huishoudens is de energierekening nog altijd een structureel portemonneeprobleem.