Een alleenstaande met een volledige
AOW krijgt sinds 1 juli 2026
€1.662,16 bruto per maand, exclusief vakantiegeld van €104,78 per maand. Het gewaarborgde minimumpensioen voor een Belg met een volledige loopbaan van 45 jaar is €1.881,92 bruto en een Duitse Standardrente komt uit op €1.913,40 bruto. Dat is €219,76 en €251,24 per maand meer dan de AOW. Toch staat Nederland in de wereldwijde pensioenindex van 20 oktober 2026 opnieuw op de eerste plek.
Dat is minder tegenstrijdig dan het lijkt, want de drie bedragen meten niet hetzelfde. Het Belgische bedrag is een ondergrens, het Duitse bedrag een rekenvoorbeeld voor iemand met een gemiddeld loon, en de AOW is in Nederland maar de eerste laag van het pensioen.
Aanleiding is een bericht van Welingelichte Kringen van 21 oktober dat de bedragen naast elkaar zette. De bedragen hieronder zijn nagelopen bij de uitvoerders zelf. Het gaat steeds om alleenstaande gepensioneerden en om bruto bedragen per maand.
Drie landen, drie bedragen per maand
- Nederland: de SVB noemt voor wie alleen woont €1.662,16 bruto sinds 1 juli 2026. Met loonheffingskorting gaat er €80,61 zorgbijdrage af en houd je €1.581,55 netto over.
- België: de Federale Pensioendienst noemt vanaf 1 september 2026 €1.881,92 bruto als gewaarborgd minimumrustpensioen voor een alleenstaande werknemer met een volledige loopbaan. Voor een rustpensioen is dat 45 jaar.
- Duitsland: een pensioenpunt is sinds 1 juli 2026 €42,52 waard. Wie 45 jaar premie betaalde over een gemiddeld loon, de Standardrente, krijgt dus 45 x €42,52 = €1.913,40 bruto.
De AOW-bedragen voor 2027 maakt de SVB normaal eind december bekend. Op de AOW-pagina van Box3Wacht, de rekensite van DDS, staan de huidige bedragen en komen de nieuwe zodra ze officieel zijn. Waarom je ze niet naast elkaar kunt leggen
Voor je AOW maakt het niet uit wat je verdiende of hoe lang je werkte, wel hoeveel jaren je in Nederland
woonde. Voor elk jaar dat dat niet zo was, krijg je 2 procent minder. Het bedrag is bovendien een vast percentage van het minimumloon: 70 procent voor wie alleen woont.
Bij een Belgisch of Duits pensioen telt juist hoe lang je werkte en wat je verdiende. Het Belgische minimum geldt voor wie 45 jaar werkte. Wie korter werkte, krijgt een evenredig deel, mits je minstens 30 loopbaanjaren en 5.000 echt gewerkte dagen hebt: bij een loopbaan van
35 jaar vermenigvuldigt de Federale Pensioendienst het minimum met 35/45. Stel: dat is €1.463,72 bruto.
De Duitse Standardrente is een rekenvoorbeeld voor een gemiddeld loon, geen gemiddelde gepensioneerde. Wie minder verdiende of korter premie betaalde, krijgt minder. De Deutsche Rentenversicherung rekent zelf ook met een
rente na aftrek van sociale premies en vóór belasting, dus ook daar is het brutobedrag niet wat je op je rekening ziet.
Het verschil zit ook in de peildatum. De AOW wordt elk halfjaar aangepast, de Duitse
pensioenen op 1 juli en het Belgische bedrag geldt vanaf 1 september 2026. Het eerste cijfer is dus niet van hetzelfde moment als het laatste.
Wat de pensioenindex meet
De index is een rapport van Marsh en het CFA Institute, tot vorig jaar bekend als de Mercer CFA Institute Global Pension Index. De
editie van 2026 vergelijkt 55 pensioenstelsels op toereikendheid (40 procent van het gewicht), houdbaarheid (35 procent) en integriteit (25 procent). Nederland krijgt 85,8 punten, Denemarken 84,1 en IJsland 84,0.
Het is dus een score voor een heel stelsel, geen bedrag per maand. In de
tabel van het persbericht krijgt België 68,1 punten en Duitsland 67,9, allebei een B. Op toereikendheid scoren die landen 81,1 en 79,8, tegen 87,7 voor Nederland. Op houdbaarheid is het verschil groter: 41,2 en 47,2 tegen 82,6. Het CFA Institute waarschuwt zelf dat kleine verschillen in score geen bewijs zijn dat het ene stelsel beter is dan het andere.
De AOW is in Nederland de eerste van drie pijlers. Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever aanvullend pensioen op: volgens de
Rijksoverheid heeft zo'n 90 procent van de werknemers zo'n regeling. De index kijkt naar het stelsel als geheel en niet naar de hoogte van één uitkering. Een lagere AOW sluit dus niet uit dat het stelsel als geheel hoog scoort.
Wat dit voor jouw AOW betekent
Wat jij krijgt, zie je in Mijn SVB onder Betalingen. Ben je getrouwd of woon je samen, dan is het bedrag €1.139,39 bruto per persoon, samen €2.278,78, en geldt het alleenstaandenbedrag niet voor jou.
Heb je niet je hele leven in Nederland gewoond, dan telt dat door. Stel: je woonde 10 jaar niet in Nederland. Dan krijg je 20 procent minder, dus €1.329,73 bruto in plaats van €1.662,16. Hoe dat werkt, lees je in ons stuk over
2 procent minder AOW per jaar.
Je aanvullend pensioen staat er los van. Op
Mijnpensioenoverzicht.nl zie je met DigiD wat je bij pensioenfondsen en verzekeraars hebt opgebouwd en wat je naar verwachting netto per maand krijgt. Dat komt bovenop de AOW.
Een hoger of lager bedrag in een buurland zegt dus weinig over je eigen situatie. Controleer liever of je AOW klopt met de jaren dat je in Nederland woonde, of je partner goed bij de SVB staat en of je aanvullend pensioen compleet is.
Wil je elke week een korte update over de AOW, je pensioen en box 3 in je mail? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.