Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

AOW’er met BRP-adres en kamer bij familie verliest na SVB-controle zijn Nederlandse zorgverzekering

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Een adres bij familie, een kamer met eigen spullen en jaarlijks enkele maanden in Nederland: voor een AOW’er die vooral in Suriname verbleef, was het niet genoeg om zijn Nederlandse zorgverzekering te behouden. In een op 14 oktober gepubliceerde uitspraak oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat hij vanaf 7 mei 2024 niet meer verzekerd was voor de Wet langdurige zorg. Zijn AOW-uitkering en zijn recht op Nederlandse zorgdekking bleken verschillende zaken.
De uitspraak van 8 oktober 2026 gaat over een oud-onderwijzer die sinds december 2007 AOW naar de alleenstaandennorm ontving. In 2005 was hij in Suriname gaan lesgeven. Later bleef hij kinderen daar financieel en pedagogisch ondersteunen.
Na de verkoop van zijn Nederlandse woning schreef hij zich op 4 november 2011 in bij zijn dochter. Zij is inmiddels overleden; zijn schoonzoon en kleinkinderen wonen er nog. De man gebruikte het adres voor zijn post en als logeeradres wanneer hij naar Nederland kwam.

Een SVB-controle bracht zijn verblijf in beeld

In 2023 onderzocht de SVB zijn woon- en leefsituatie binnen het project ‘Inwonend bij derde’. Aanleiding was dat op zijn BRP-adres meerdere meerderjarige personen stonden ingeschreven.
De man verklaarde dat hij het grootste deel van het jaar in Suriname verbleef. Daar beschikte hij al jaren over een huurwoning. Sinds 2018 deelde hij die met een vrouw die hij als zijn onofficiële pleegdochter beschouwde. Hij verbleef daarnaast soms op Aruba, waar een andere dochter woont.
In Nederland was hij naar eigen zeggen twee tot drie maanden per jaar. Hij bezocht familie en vrienden en liet hier medische onderzoeken en behandelingen uitvoeren. Hij had een Nederlandse bankrekening, verzekeringen en lidmaatschappen en betaalde hier belasting. Bij zijn schoonzoon kon hij een kamer gebruiken, maar hij verbleef ook bij vrienden, in een Airbnb of in een vakantiehuisje.
Die banden telden mee. De Raad erkende uitdrukkelijk dat zijn binding met Nederland groot was. Toch was het geheel onvoldoende om hem voor de Wlz nog als inwoner van Nederland te beschouwen.
Wat betekent dit voor jou? Reken het in een minuut zelf uit met de gratis AOW-rekenhulp van Box3Wacht, de rekensite van DDS.

Waarom een logeerkamer de doorslag niet gaf

Voor deze beoordeling kijkt de SVB naar alle omstandigheden. De vraag is of er een duurzame persoonlijke band met Nederland bestaat die wonen in Nederland oplevert. Een inschrijving in de Basisregistratie Personen beslist dat niet op zichzelf.
De Raad woog mee dat de man zijn leven al lange tijd feitelijk in Suriname had ingericht en daar duurzaam over een woning beschikte. In Nederland had hij sinds 2011 geen eigen woning meer. De kamer bij zijn schoonzoon werd ook door andere logés gebruikt. Zijn bezoeken aan Nederland draaiden vooral om familie, vrienden en medische zorg.
Dat betekent niet dat iedere AOW’er zonder eigen woning zijn zorgverzekering verliest. Evenmin hoeft de band met Nederland altijd sterker te zijn dan die met het buitenland. De Raad benadrukt juist dat alle omstandigheden samen moeten worden beoordeeld. In deze zaak viel die afweging voor de man nadelig uit.

AOW ontvangen geeft niet automatisch recht op een Nederlandse zorgpolis

De procedure draaide om zijn Wlz-verzekering, niet om het beëindigen van zijn AOW. Dat hij AOW bleef ontvangen, betekende dus niet dat ook zijn Nederlandse basiszorgverzekering kon doorlopen.
De SVB liet hem in september 2024 weten dat hij vanaf 7 mei 2024 als buiten Nederland wonend werd beschouwd en niet meer Wlz-verzekerd was. Vanaf juni 2024 werd daarom geen inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage meer op zijn AOW ingehouden. De SVB meldde ook dat Nederlandse zorgverzekeraars zijn ziektekosten niet meer vergoedden.
Het wegvallen van die inhouding betekende dus niet dat zijn zorg gratis doorliep. Zijn verzekeringspositie veranderde. De vraag welke medische kosten nog werden gedekt, moest afzonderlijk worden geregeld.

SVB liet de terugwerkende kracht tot 2011 vallen

Op één belangrijk punt had zijn hoger beroep wel resultaat. In het oorspronkelijke besluit gebruikte de SVB 7 mei 2024 als ingangsdatum. In bezwaar schoof de bank dat terug naar 4 november 2011, bijna dertien jaar eerder.
Tijdens de zitting vroeg de Raad waarom zo ver werd teruggegaan, welk belang de SVB daarbij had en welke gevolgen dat voor de man kon hebben. Vervolgens liet de SVB die eerdere datum los. Het einde van de Wlz-verzekering bleef in deze procedure beperkt tot 7 mei 2024.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar en de rechtbankuitspraak vanwege die gewijzigde ingangsdatum. De SVB moet €3.736 aan proceskosten en €200 aan griffierecht vergoeden. De man kreeg daarmee geen herstel van zijn Wlz-verzekering vanaf mei 2024.

Een andere uitspraak is geen vrijbrief voor drie jaar buitenland

In een afzonderlijke uitspraak van dezelfde datum behandelde de Raad de situatie van een andere man, die naar de Verenigde Arabische Emiraten was vertrokken.
Daarin kwam het SVB-beleid over tijdelijk en definitief vertrek aan bod. Bij niet-definitief vertrek bevat dat beleid beoordelingsmomenten na één en drie jaar. Dat betekent niet dat iedere emigrant eerst een of drie jaar verzekerd blijft. Bij definitief vertrek kan het ingezetenschap veel eerder eindigen. Ook hier zijn de feiten bepalend.

Gemeentelijke inschrijving en zorgdekking afzonderlijk controleren

Wie in een periode van een jaar meer dan acht maanden buiten Nederland verblijft, moet dat volgens de uitleg van de Rijksoverheid bij de gemeente melden en zich uitschrijven als ingezetene. Die registratieregel vervangt de afzonderlijke beoordeling door de SVB niet.
De zorgdekking hangt vervolgens mede af van het woonland. In een zorgverdragsland, zoals Spanje, Frankrijk of Marokko, kan iemand met Nederlandse AOW onder de buitenlandregeling van het CAK vallen. Daarvoor gelden voorwaarden en een verdragsbijdrage. Als de regeling van toepassing is, is deelname doorgaans verplicht; voor Turkije geldt een uitzondering.
Suriname valt niet onder deze zorgverdragsregeling. Daar moet je zelf passende dekking regelen, bijvoorbeeld via een lokale of internationale zorgverzekering. Een Nederlands postadres bij familie neemt die verantwoordelijkheid niet over.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading