Als je alleenstaand bent, AOW ontvangt en je volwassen kind bij je in huis blijft wonen of weer bij je intrekt omdat een eigen woning onbetaalbaar is, verandert er bij de Sociale Verzekeringsbank niets aan je uitkering. Je behoudt op grond van de actuele AOW-bedragen van de SVB gewoon je volledige alleenstaanden-AOW van €1.662,16 bruto per maand, wat met loonheffingskorting neerkomt op €1.581,55 netto per maand. Voor de huurtoeslag hanteert Dienst Toeslagen echter een totaal andere hoofdregel: het spaargeld van je kind telt al vanaf 18 jaar mee, en vanaf 1 januari na het jaar waarin je kind 23 wordt ook het volledige salaris. Dat grote verschil tussen de SVB en Dienst Toeslagen kan flink verrassen. Juist nu starters door de krapte op de woningmarkt steeds langer bij hun
ouders ingeschreven blijven staan, lopen twee wettelijke regelingen dwars door elkaar heen. Terwijl de AOW-wet een harde vrijstelling kent voor ouders en hun eigen
kinderen, behandelt de toeslagenwet een werkende zoon of dochter in een huurhuis als een volwaardige medebewoner die geacht wordt mee te betalen aan de woonlasten.
Waarom je eigen kind je AOW van €1.581,55 nooit verlaagt, maar een kleinkind wel
Bij de AOW draait alles om de vraag of je met een meerderjarige huisgenoot een gezamenlijke huishouding voert. Normaal gesproken daalt je uitkering zodra je met een andere volwassene onder één dak woont en samen de kosten van het huishouden deelt of voor elkaar zorgt. Je valt dan terug naar de AOW voor gehuwden en samenwonenden van €1.139,39 bruto per maand (€1.084,13 netto met loonheffingskorting), een achteruitgang van €497,42 netto per maand.
Voor een eigen kind of adoptiekind heeft de wetgever in
artikel 1 van de Algemene Ouderdomswet echter een expliciete uitzondering opgenomen voor bloedverwanten in de eerste graad. Daardoor kunnen een ongehuwde ouder en een eigen kind voor de AOW nooit als samenwonend worden aangemerkt, ongeacht of je zoon of dochter 24, 32 of 45 jaar oud is. Zelfs als je kind een volledig salaris verdient, meebetaalt aan de boodschappen en een deel van de energierekening voor zijn rekening neemt, blijft jouw AOW op €1.581,55 netto per maand staan en behoud je ook de alleenstaande-ouderenkorting van €540 per jaar.
Pas wel goed op wanneer niet je eigen kind, maar een volwassen kleinkind van 18 jaar of ouder, een broer of een zus bij je intrekt. Dat zijn bloedverwanten in de tweede graad, en daarvoor geldt de wettelijke vrijstelling in de AOW niet. Deel je met een meerderjarig kleinkind de kosten van de woning en het huishouden, dan ziet de SVB jullie wél als een gezamenlijke huishouding en lever je maandelijks €497,42 netto aan AOW in. Ook wie naast een onvolledige AOW een aanvullende AIO-uitkering op bijstandsniveau ontvangt, moet opletten: voor de AIO telt een inwonend kind vanaf 27 jaar wél mee voor de kostendelersnorm.
De omslag voor je huurtoeslag in het jaar nadat je kind 23 is geworden
Huur je een woning en ontvang je naast je AOW huurtoeslag, dan kijkt Dienst Toeslagen niet naar bloedverwantschap, maar naar iedereen die bij de gemeente op jouw woonadres staat ingeschreven. Zolang je thuiswonende kind jonger is dan 23 jaar, geldt volgens de
regels van Dienst Toeslagen voor thuiswonende kinderen met inkomen een speciale vrijstelling van €6.218 bruto per jaar in 2026. Studiefinanciering van DUO telt helemaal niet mee, en van een bijbaan of startsalaris telt alleen het bedrag boven die €6.218 mee voor jouw huurtoeslag.
Een belangrijk detail in die regeling is dat de vrijstelling van €6.218 nog het hele kalenderjaar blijft gelden waarin je kind 23 jaar wordt. Wordt je zoon of dochter bijvoorbeeld in februari of oktober 2026 23 jaar, dan blijft het vrijgestelde bedrag nog tot en met 31 december 2026 van kracht. Op 1 januari van het jaar na de 23e verjaardag vervalt de vrijstelling echter in één klap en telt het volledige toetsingsinkomen van je kind vanaf de eerste euro mee bij jouw eigen AOW- en pensioeninkomen.
Naast het salaris speelt ook het spaargeld van je kind een beslissende rol op de peildatum van 1 januari, en dat al vanaf 18 jaar. Voor de huurtoeslag geldt in 2026 een harde vermogensgrens van €38.479 per medebewoner. Heeft je inwonende kind van 18 jaar of ouder jarenlang flink gespaard om straks een eigen woning te kunnen kopen en staat er op 1 januari meer dan dat bedrag op zijn of haar bank- en beleggingsrekeningen, dan vervalt jouw volledige recht op huurtoeslag over dat hele kalenderjaar.
Rekenvoorbeeld: wat een werkend kind van 24 jaar onder de streep betekent
Stel: je bent alleenstaand, hebt alleen AOW en een klein aanvullend
pensioen (samen €22.500 bruto per jaar) en betaalt €680 kale huur per maand. Zolang je alleen woont of je thuiswonende kind nog onder de vrijstellingsregeling valt en weinig bijverdient, ontvang je ruim €410 per maand aan huurtoeslag (bijna €5.000 per jaar).
Blijft datzelfde kind na het behalen van een diploma bij je wonen met een startsalaris van €32.000 bruto per jaar en is het jaar van de 23e verjaardag voorbij, dan telt Dienst Toeslagen beide inkomens bij elkaar op tot een gezamenlijk toetsingsinkomen van €54.500. Daarmee kom je net boven het punt (rond €54.170) waarop de huurtoeslag tot nul is afgebouwd: je AOW van €1.581,55 netto bij de SVB en je eigen zorgtoeslag blijven volledig overeind, maar de ruim €410 huurtoeslag per maand valt helemaal weg.
Wat je dit najaar moet controleren voor 2027
Is je thuiswonende kind in de loop van 2026 23 jaar geworden en heeft hij of zij inmiddels een vaste baan, controleer dan het geregistreerde jaarinkomen van je kind in Mijn toeslagen. Dienst Toeslagen stuurt eind dit jaar de voorschotbeschikking voor 2027, waarin de kindvrijstelling van €6.218 niet meer meetelt. Controleer die beschikking meteen, geef het verwachte startsalaris van je kind voor 2027 door en maak onderling een reële maandelijkse kostgeldafspraak. Zo voorkom je dat je volgend jaar maandelijks een te hoog voorschot aan huurtoeslag ontvangt dat je later moet terugbetalen.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.