Je verkoopt je huis, lost de hypotheek af en gaat huren. De overwaarde staat voortaan op je bankrekening. Dat kan prettig zijn als aanvulling op je pensioen, maar hetzelfde geld kan ook gevolgen hebben voor je huurtoeslag of zorgtoeslag.
Het verschil zit in de vorm van je bezit. Je eigen
woning waarin je woont, telt niet mee als vermogen voor toeslagen. Spaargeld doorgaans wel. Daarbij kijkt Dienst Toeslagen naar je vermogen op 1 januari. Daardoor kan het verkoopjaar anders uitpakken dan het jaar erna.
Van stenen naar geld op de bank
Bij
de verkoop van een woning op latere leeftijd gaat de aandacht al snel naar de verkoopprijs en de huur van het nieuwe appartement. Voor het besteedbare maandbedrag is echter meer van belang.
De Belastingdienst legt uit dat je bij
verkoop zonder een nieuwe woning te kopen geen afzonderlijke extra belasting over de overwaarde betaalt op het moment van verkoop. Het geld gaat wel tot je vermogen behoren.
Neem iemand die na aflossing en verkoopkosten €100.000 overhoudt. Dat bedrag is geen nieuw salaris van €100.000. Het is geld dat beschikbaar komt uit het huis. Maar voor regelingen met een vermogensgrens kan die verandering wel degelijk verschil maken.
Tel daarom niet alleen de verkoopopbrengst, maar ook andere bezittingen mee. Onder de
vermogensregels voor toeslagen kunnen bijvoorbeeld ook beleggingen vallen. Kijk naar het totale vermogen dat voor de regeling meetelt.
Waarom 1 januari het verschil maakt
Verkoop je je woning in oktober 2026, dan stond de verkoopopbrengst op 1 januari 2026 nog niet op je bankrekening. Die latere verkoop verandert de vermogensstand op de eerdere peildatum niet.
Dat betekent dat de overwaarde voor de vermogenstoets over 2026 niet ineens met terugwerkende kracht als spaargeld op 1 januari wordt behandeld. Had je toen al ander vermogen boven de grens, dan is dat uiteraard een andere situatie.
Staat het verkoopgeld op 1 januari 2027 nog op je rekening, dan kan het wel gevolgen hebben voor je toeslagen over 2027. Daarvoor gelden de voorwaarden en bedragen van dat nieuwe jaar.
Dit kan ook van belang zijn als je na de verkoop voor het eerst huurtoeslag aanvraagt. Alleen kijken naar het banksaldo op de dag van de aanvraag geeft niet het volledige antwoord. De peildatum hoort bij de beoordeling, net als je inkomen, huishouden en huurwoning.
De grenzen verschillen per toeslag
Voor 2026 gelden deze maximale vermogens op 1 januari:
| Toeslag | Zonder toeslagpartner | Samen met toeslagpartner |
| Huurtoeslag | €38.479 | €76.958 |
| Zorgtoeslag | €146.011 | €184.633 |
Bij de
vermogenstoets voor huurtoeslag kan ook het vermogen van medebewoners meetellen. Voor hen geldt in 2026 in beginsel een eigen grens van €38.479.
De
vermogensgrens voor zorgtoeslag ligt aanzienlijk hoger. Je kunt daardoor te veel vermogen hebben voor huurtoeslag, terwijl je op grond van je vermogen nog wel voor zorgtoeslag in aanmerking komt.
Deze bedragen zijn geen voorspelling voor 2027. Gebruik ze dus niet als definitieve grenzen wanneer je berekent wat de verkoop van je huis dit najaar volgend jaar betekent.
Je AOW zelf heeft geen vermogensgrens
De overwaarde op je bankrekening verlaagt op zichzelf je gewone
AOW niet. Zoals
Pensioenfonds Hoogovens uitlegt, heeft eigen vermogen geen invloed op de hoogte van de AOW-uitkering.
Wel kunnen andere veranderingen rond een verhuizing gevolgen hebben. Denk aan gaan samenwonen. Dat staat los van het bedrag dat je aan de verkoop overhoudt.
Ontvang je naast een onvolledige AOW een AIO-aanvulling, dan moet je apart opletten. Voor die aanvulling kijkt de SVB wél naar
inkomen en vermogen. De regels daarvan verschillen van die voor huur- en zorgtoeslag.
Reken je nieuwe maandlasten volledig door
Een laag pensioen betekent niet automatisch dat je huurtoeslag krijgt. Er gelden ook
voorwaarden voor de woning, het inkomen en je huishouden. Via die pagina kun je een proefberekening maken.
Zet vóór een definitieve keuze de nieuwe huur, servicekosten, energie en overige vaste lasten naast je AOW en aanvullend pensioen. Maak vervolgens een berekening voor het verkoopjaar en een afzonderlijke voor het volgende jaar. Zo zie je of een toeslag waarop je rekent ook na de jaarwisseling in beeld blijft.
Overweeg je een deel van de opbrengst aan je kinderen te geven, dan spelen ook de
voorwaarden voor belastingvrij schenken mee. Geef niet haastig geld weg om onder een vermogensgrens te komen. Dat geld kan later nodig zijn voor zorg, verhuizing of andere uitgaven.
Bewaar de afrekening van de notaris en maak een overzicht van je bezittingen rond de jaarwisseling. Daarmee kun je je proefberekening onderbouwen en bij vragen precies laten zien hoe je vermogen is samengesteld.