Een eigen huis aanhouden en regelmatig bij een nieuwe partner slapen, lijkt op papier overzichtelijk. Beide partners staan op hun eigen adres ingeschreven en ontvangen daardoor misschien ieder de hogere AOW voor alleenstaanden. Toch is een afzonderlijk adres niet onder alle omstandigheden voldoende. De Sociale Verzekeringsbank kijkt naar de manier waarop mensen in werkelijkheid leven. Wanneer uit die dagelijkse situatie blijkt dat twee mensen samenwonen en structureel voor elkaar zorgen, kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van hun AOW.
Het financiële verschil is aanzienlijk. Een alleenstaande met een volledige AOW en loonheffingskorting ontvangt momenteel netto €1.581,55 per maand. Wie getrouwd is of volgens de AOW-regels samenwoont, ontvangt €1.084,13 per persoon. Dat scheelt €497,42 netto per maand.
Twee woningen betekenen niet automatisch twee alleenstaanden
Bij de beoordeling kijkt de SVB verder dan de Basisregistratie Personen. Dat twee partners op verschillende adressen staan ingeschreven, vormt belangrijk bewijs, maar geeft niet altijd de doorslag.
Volgens de SVB zijn twee elementen van belang bij een gezamenlijke huishouding. Mensen moeten feitelijk bij elkaar wonen en zij moeten allebei regelmatig een relevante bijdrage aan het huishouden leveren.
Die bijdrage kan financieel zijn. Denk aan het meebetalen aan boodschappen, huur of andere vaste lasten. Ook zorg telt mee: koken, schoonmaken, administratie uitvoeren of de ander regelmatig verzorgen tijdens ziekte.
Een incidentele boodschap of een enkele nacht logeren maakt nog geen gezamenlijke huishouding. Het gaat om het totale patroon en de omvang van de wederzijdse bijdrage.
Verschil loopt op tot bijna €6.000 per jaar
De actuele nettobedragen vanaf 1 juli 2026 laten zien hoeveel er op het spel staat.
Een alleenstaande ontvangt met toepassing van de loonheffingskorting €1.581,55 netto per maand. Een gehuwde of samenwonende krijgt €1.084,13 netto per persoon. Het maandelijkse verschil van €497,42 loopt over twaalf maanden op tot €5.969,04.
Daar komt een verschil in opgebouwd vakantiegeld bij. Alleenstaanden bouwen maandelijks €104,78 bruto vakantiegeld op. Voor gehuwden en samenwonenden is dat €74,85 per persoon.
De bedragen kunnen per persoon afwijken wanneer geen volledige AOW is opgebouwd of wanneer de loonheffingskorting niet bij de SVB wordt toegepast. De officiële bedragen staan in het
actuele overzicht van de SVB.
De twee-woningenregel kan uitkomst bieden
Voor mensen met een latrelatie bestaat de zogenoemde twee-woningenregel. Daarmee kunnen partners onder voorwaarden ieder als alleenstaand worden beschouwd, ook wanneer zij veel tijd samen doorbrengen.
Daarvoor moeten beide partners daadwerkelijk over een eigen woning beschikken. Het moet gaan om een koopwoning of gehuurde woning die vrij beschikbaar is. In iedere woning draagt de betreffende bewoner zelf de volledige kosten. Ook mag de woning niet feitelijk door iemand anders worden bewoond.
De adressen mogen geen papieren constructie zijn. Wie een kleine kamer aanhoudt maar in werkelijkheid permanent bij de partner leeft, kan niet zonder meer stellen dat sprake is van twee volwaardige huishoudens.
Omgekeerd betekent een hechte relatie niet automatisch dat mensen samenwonen. Partners kunnen samen eten, uitstapjes maken en bij elkaar overnachten, terwijl zij ieder een zelfstandig huishouden houden.
Geen eenvoudig maximumaantal nachten
De vraag hoeveel nachten iemand precies bij een partner mag slapen, heeft geen simpel antwoord. Er bestaat niet één openbare regel waarin staat dat drie nachten wel mogen en vier nachten automatisch tot samenwonen leiden.
Dat zou de werkelijkheid ook te eenvoudig voorstellen. Een partner kan enkele nachten per week blijven slapen zonder financieel of huishoudelijk te verweven. Een ander kan minder vaak overnachten, maar wel bijna alle boodschappen betalen, de administratie verzorgen en structureel huishoudelijke taken uitvoeren.
De SVB kijkt daarom naar het geheel. De
actuele lezersvraag over logeren binnen een latrelatie laat zien hoeveel onzekerheid hierover bestaat.
Geef veranderingen tijdig door
AOW’ers zijn verplicht veranderingen in hun woonsituatie door te geven. Wie gaat samenwonen, een woning opgeeft of steeds meer één gezamenlijk huishouden vormt, kan niet uitsluitend blijven vertrouwen op twee inschrijvingen.
Wordt een wijziging niet gemeld en stelt de SVB later vast dat iemand al eerder samenwoonde, dan kan te veel betaalde AOW worden teruggevorderd. Afhankelijk van de omstandigheden kan daar een boete bijkomen.
Het is daarom verstandig bewijs van de twee zelfstandige huishoudens te bewaren. Denk aan huur- of hypotheekbetalingen, energierekeningen, verzekeringen en gemeentelijke lasten. Niet om een relatie tegenover de overheid te verbergen, maar om te kunnen laten zien dat beide woningen werkelijk worden gebruikt en betaald.
Een nieuwe liefde hoeft de hogere alleenstaanden-AOW niet automatisch te beëindigen. Maar wie feitelijk één huishouden vormt, kan maandelijks bijna €500 minder ontvangen. Bij twijfel is vooraf navragen bij de SVB veiliger dan jaren later worden geconfronteerd met een forse terugvordering.