De AOW-leeftijd gaat niet sneller stijgen volgens de eerder voorgenomen een-op-eenkoppeling met de levensverwachting. Het kabinet heeft dat plan uit de begroting gehaald. Dat geeft duidelijkheid over de aangekondigde aanscherping, maar betekent niet dat de AOW-leeftijd voor iedereen op 67 jaar blijft staan. Voor wie zijn laatste werkjaren probeert te plannen, is dat onderscheid van belang. Minder snel stijgen is iets anders dan niet meer stijgen. Bovendien is de AOW-leeftijd voor sommige geboortejaren al vastgesteld, terwijl jongere mensen nog met een verwachting werken.
Een algemene uitspraak over ‘de pensioenleeftijd’ zegt daarom niet meteen op welke datum jouw AOW begint.
Wat is er nu geschrapt?
Het kabinet had vóór de zomer al aangekondigd af te zien van de een-op-eenkoppeling. In de
begrotingstoelichting van Sociale Zaken wordt bevestigd dat die koerswijziging nu ook in de begroting is verwerkt.
Bij een een-op-eenkoppeling zou een jaar extra levensverwachting zich vertalen in een jaar hogere AOW-leeftijd. De bestaande, minder snelle koppeling blijft het uitgangspunt.
In de
uitwerking van het pensioenakkoord is die verhouding beschreven als acht maanden stijging van de AOW-leeftijd bij een jaar hogere levensverwachting.
Dat is een verhouding binnen het wettelijke systeem. Het betekent niet dat er ieder kalenderjaar automatisch acht maanden bijkomen. De vaststelling gebeurt op basis van de regels en de ontwikkeling van de levensverwachting.
Je geboortedatum maakt verschil
De SVB heeft een overzicht waarin je kunt zien welke AOW-leeftijd bij jouw geboortedatum hoort. Op dit moment is de leeftijd vastgesteld voor mensen die vóór 1 oktober 1964 zijn geboren.
Voor mensen geboren van 1 maart 1957 tot en met 31 december 1960 vermeldt de SVB 67 jaar. Wie is geboren van 1 januari 1961 tot en met 30 september 1964, heeft een vastgestelde AOW-leeftijd van 67 jaar en drie maanden.
Deze grenzen staan in het
overzicht van de SVB. Gebruik bij voorkeur de persoonlijke berekening op die pagina. Een klein verschil in geboortedatum kan betekenen dat je in een andere groep valt.
Voor mensen die op of na 1 oktober 1964 zijn geboren, is de getoonde leeftijd nog een verwachting. Die heeft niet dezelfde zekerheid als een al vastgestelde ingangsleeftijd.
Een verwachting is geen definitieve afspraak
Wie nog jaren van zijn AOW verwijderd is, kan een verwachte datum gebruiken om een eerste financiële planning te maken. Behandel die datum wel als een aanname die later opnieuw moet worden gecontroleerd.
De Rijksoverheid legt uit dat de
AOW-leeftijd vijf jaar van tevoren wordt vastgesteld. Daarmee krijgen mensen dichter bij hun AOW meer zekerheid over het moment waarop de
uitkering kan beginnen.
Voor een huishoudbegroting is het verstandig een verwachte ingangsdatum duidelijk te markeren. Dan blijft zichtbaar welk deel van je planning op vastgestelde gegevens berust en welk deel nog kan veranderen.
Dat helpt bijvoorbeeld wanneer je nadenkt over minder werken. Een inkomenstekort van enkele maanden kan aanzienlijk zijn als salaris al is weggevallen maar AOW nog niet is begonnen.
AOW en werkgeverspensioen zijn verschillende betalingen
De datum waarop je AOW krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de datum waarop je pensioen bij een pensioenfonds of verzekeraar ingaat. Kijk daarom bij een pensioenplanning naar beide.
Controleer bij je pensioenuitvoerder welke keuzes je hebt en wat een andere ingangsdatum met het bedrag doet. Zet daarnaast de AOW-datum van de SVB. Pas met beide gegevens zie je of er tussen het stoppen met werken en de verschillende betalingen een gat ontstaat.
Ook de hoogte van je AOW vraagt een aparte controle. Volgens de
SVB bouw je per verzekerd jaar twee procent AOW op, gedurende de vijftig jaar vóór je AOW-leeftijd. Niet-verzekerde perioden kunnen dus gevolgen hebben voor het bedrag.
De juiste leeftijd kennen is daarmee één onderdeel van je voorbereiding, niet de volledige berekening.
Wat betekent het nieuws voor je planning?
Heb je al een vastgestelde AOW-datum, gebruik die dan als uitgangspunt. Ga niet zelf maanden aftrekken omdat een aangekondigde versnelling is geschrapt.
Werk je nog met een verwachting, controleer die opnieuw voordat je een belangrijke beslissing neemt over ontslag, minder uren of het aanspreken van spaargeld.
En wie na de AOW-leeftijd wil blijven werken, heeft weer andere vragen. DDS legde eerder uit
wat bijverdienen naast de AOW betekent voor de uitkering, belasting en toeslagen.
De begrotingswijziging neemt een voorgenomen versnelling weg. Voor jouw eigen einddatum blijft de persoonlijke informatie van de SVB leidend.