Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

12% extra heffing op benzine-, diesel- en hybride auto van de zaak vanaf 2027: kabinet wil leenauto van de garage 14 dagen vrijstellen

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Krijg je vanaf 2027 tijdens onderhoud of reparatie van je auto van de zaak een vervangende benzine- of hybride auto mee van de garage waarmee je ook naar huis of naar je werk rijdt, dan wil het kabinet dat de 12 procent heffing voor je werkgever niet geldt zolang je die leenauto hooguit 14 kalenderdagen per onderhouds- of reparatiebeurt gebruikt. Die regel is nog een voorstel: hij staat in de Overige fiscale maatregelen 2027, en daar heeft de Tweede Kamer nog niet over gestemd. Op 16 oktober 2026 gaf staatssecretaris Eerenberg van Financiën er uitleg over in de Kamerbrief met antwoorden over het pakket Belastingplan 2027.
De nieuwe werkgeversheffing, een pseudo-eindheffing, treedt op 1 januari 2027 in werking via artikel 32bc, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Stelt een werkgever een personenauto met een CO2-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer (artikel 32bc, derde lid, onderdeel a) mede voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking, dan betaalt de werkgever jaarlijks 12 procent belasting over de catalogusprijs inclusief btw en bpm (onderdeel b). Daaronder vallen benzine-, diesel- en lpg-auto's én alle hybride en plug-in hybride personenauto's.
Omdat het volgens artikel 27a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 om een eindheffing ten laste van de werkgever gaat, komt deze 12 procent bovenop de gewone bijtelling van 22 procent van de cataloguswaarde, waarover jij als werknemer belasting betaalt. Zoals RVO op Ondernemersplein benadrukt bij de uitleg van de extra belasting, mag een werkgever deze eindheffing niet doorberekenen aan de werknemer.

Waarom je rit naar je werk hier wél meetelt

Tussen de gewone bijtelling van de werknemer en de 12 procent heffing van de werkgever zit een scherp verschil. Voor de bijtelling van 22 procent in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 heb je geen bijtelling als je met een rittenregistratie of anderszins aantoont dat je per kalenderjaar hooguit 500 kilometer privé rijdt; woon-werkverkeer telt daarbij niet als privé.
Voor de 12 procent pseudo-eindheffing van de werkgever geldt geen 500-kilometergrens én bepaalt artikel 32bc, tweede lid, dat woon-werkverkeer als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt. Bovendien schrijft het vierde lid voor dat wanneer een auto slechts een deel van een kalendermaand mede voor privédoeleinden of woon-werkverkeer ter beschikking staat, die gehele kalendermaand meetelt (1 procent van de catalogusprijs per maand). Rijdt een fossiele auto uitsluitend zakelijk en blijft hij na werktijd op de zaak, dan is er geen heffing.

Voorstel: 14 dagen voor een leenauto en 7 dagen voor huur

Zonder uitzondering zou een werkgever die elektrisch laat leasen toch 1 procent van de catalogusprijs moeten afdragen zodra de garage bij onderhoud een benzine- of hybride leenauto meegeeft. In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 stelt het kabinet daarom een nieuw vijfde lid voor in artikel 32bc: een vervangende auto wegens onderhoud of reparatie zou per periode van onderhoud of reparatie gedurende ten hoogste 14 kalenderdagen niet meetellen voor de 12 procent heffing.
Volgens de Kamerbrief van Eerenberg van 16 oktober kun je die 14 dagen elke keer opnieuw gebruiken als je auto voor onderhoud of reparatie naar de garage moet. Rijd je op dag 15 nog woon-werk of privé in de fossiele leenauto, dan is volgens het voorstel over die hele kalendermaand alsnog de eindheffing verschuldigd.
Voor een tijdelijke huurauto buiten onderhoud of reparatie stelt het kabinet in artikel 39j, onderdeel b, voor dat een fossiele auto tot en met 31 december 2030 buiten de heffing blijft als je werkgever die auto in het kalenderjaar hooguit één periode van niet meer dan 7 aaneengesloten dagen ook voor privé of woon-werkverkeer ter beschikking stelt. Op het verzoek van SGP-Kamerlid Stoffer om pas na 14 losse dagen verspreid over het jaar te heffen, schrijft Eerenberg op 16 oktober dat het kabinet daar in beginsel een positieve grondhouding tegenover heeft als de Kamer zo'n wijziging voorstelt; daarvoor moet de Kamer zelf een wijziging indienen.

Overgangsrecht, lesauto's en demoauto's: wat geldt en wat is nog een plan

Het kabinet wil daarnaast in een nieuw zesde lid van artikel 32bc handgeschakelde lesauto's met een koppelingspedaal volledig uitzonderen, mits ze worden gebruikt voor rijonderricht onder de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993. Voor demonstratieauto's van autodealers en voor kleine werkgevers tot en met 25 werknemers weigert Eerenberg op 16 oktober een uitzondering: neemt een werknemer een fossiele demonstratieauto mee naar huis of naar de hockeyclub van een kind, dan geldt de 12 procent heffing.
Heb je je fossiele auto van de zaak al vóór 1 januari 2027 gekregen, dan val je onder het overgangsrecht. Volgens de huidige wet loopt dat tot en met 16 september 2030; het kabinet wil het in artikel 39j, onderdeel a, verlengen tot en met 31 december 2030. Eerenberg bevestigt op 16 oktober dat dit overgangsrecht behouden blijft bij een fusie of overname én wanneer je als ondernemer met een eenmanszaak je onderneming, met een auto die je vóór 1 januari 2027 ook privé reed, inbrengt in een bv. Pas bij auto's van meer dan 25 jaar oud wordt de 12 procent berekend over de waarde in het economische verkeer (artikel 32bc, derde lid, onderdeel b).
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading