Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
AOW'er met €50.000 inkomen houdt van €1.000 extra pensioen zo'n €386 over, volgens het kabinetsplan
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleWie kijkt naar de belastingplannen voor 2027, let meestal als eerste op de tarieven van de belastingschijven in box 1. Maar voor miljoenen werkenden en gepensioneerden met een aanvullend pensioen wordt een groot deel van de werkelijke belastingdruk niet bepaald door het schijftarief alleen, maar door de geleidelijke afbouw van de heffingskortingen zodra je inkomen boven een vaste grens uitkomt. Uit de op 4 november 2026 door de Tweede Kamer ontvangen derde nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2027 blijkt hoe die afbouwgrenzen en kortingsbedragen er na de aangepaste inflatiecorrectie in het kabinetsvoorstel uitzien.
Met die derde nota van wijziging past het kabinet de tabelcorrectiefactor voor 2027 voor 59,8 procent toe in plaats van de eerder voorgestelde 48 procent. Daardoor gaat een deel van de heffingskortingen per 1 januari 2027 in het voorstel met 1,5548 procent omhoog in plaats van met 1,248 procent, terwijl de volledige wettelijke inflatiecorrectie 2,6 procent zou zijn geweest. De maximale algemene heffingskorting komt in het kabinetsvoorstel voor 2027 uit op ongeveer 3.164 euro voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt (tegenover 3.115 euro in 2026) en op ongeveer 1.601 euro voor wie het hele jaar de AOW-leeftijd heeft (tegenover 1.556 euro in 2026). De bedragen met "ongeveer" in dit stuk zijn berekeningen van DDS: een officiële tabel na de derde nota is er nog niet.
Vanaf 30.910 euro daalt je algemene heffingskorting
Het kantelpunt waarop je die algemene heffingskorting begint kwijt te raken, ligt in het voorstel voor 2027 bij een verzamelinkomen van 30.910 euro (in 2026 ligt die grens op 29.736 euro). Die afbouwgrens is wettelijk gekoppeld aan het referentiemaandloon bij het minimumloon, dat op 1 januari 2027 uitkomt op 2.385,00 euro bruto per maand. Boven een verzamelinkomen van 30.910 euro bouwt de algemene heffingskorting in een rechte lijn af tot nul bij een inkomen van 80.578 euro, het punt waar in 2027 de hoogste belastingschijf van 49,50 procent begint.
De afbouw loopt over je verzamelinkomen: niet alleen over je loon, AOW en aanvullend pensioen in box 1, maar over alles bij elkaar. Heb je naast je pensioen of salaris dus ook belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in box 3 (boven het voorgestelde heffingsvrije vermogen van ongeveer 60.280 euro per persoon in 2027), dan telt dat box 3-inkomen direct mee voor de afbouw van je heffingskorting. Voor wie nog geen AOW heeft, daalt de algemene heffingskorting boven 30.910 euro in het voorstel met ongeveer 6,370 procent van elke extra euro inkomen (was 6,398 procent in 2026). Voor AOW'ers bedraagt dat afbouwpercentage in het voorstel ongeveer 3,223 procent (was 3,195 procent in 2026).
Lees ook
Dubbele afbouw voor AOW'ers boven ongeveer 46.718 euro
Voor gepensioneerden met een middelbaar of hoger aanvullend pensioen komt daar een tweede afbouwregeling bovenop: die van de ouderenkorting. In het kabinetsvoorstel na de derde nota van wijziging bedraagt de maximale ouderenkorting in 2027 ongeveer 2.000 euro (tegenover 2.067 euro in 2026; daarnaast ligt er in de Tweede Kamer een amendement van ChristenUnie en 50PLUS om de verlaging van 100 euro terug te draaien). Voor alleenstaande AOW'ers komt daar de alleenstaande-ouderenkorting bij, die niet afbouwt en in het voorstel stijgt van 540 euro naar ongeveer 549 euro.
Zodra het verzamelinkomen van een AOW'er in 2027 boven de afbouwgrens van ongeveer 46.718 euro uitkomt (in 2026 ligt die grens op 46.002 euro), wordt de ouderenkorting afgebouwd met 15 procent over elke euro boven die grens, totdat de korting bij een inkomen van ongeveer 60.051 euro helemaal op nul staat.
Lees ook
Wat betekent die samenloop concreet voor de portemonnee van een gepensioneerde? Volgens een berekening van DDS op basis van de cijfers uit het kabinetsvoorstel zit een AOW'er met een verzamelinkomen tussen ongeveer 46.718 euro en ongeveer 60.051 euro in de tweede belastingschijf van 38,16 procent (die in 2027 begint bij 39.247 euro voor wie na 1945 is geboren). Krijgt deze gepensioneerde 1.000 euro extra aanvullend pensioen in dit traject, dan betaalt hij daarover ongeveer 382 euro loonheffing en ongeveer 50 euro zorgbijdrage (5,02 procent, een raming van het kabinet), verliest hij ongeveer 32 euro aan algemene heffingskorting én levert hij 150 euro aan ouderenkorting in. Van 1.000 euro extra pensioen gaat in dat inkomensgebied dus ongeveer 614 euro naar de Belastingdienst, waardoor er netto ongeveer 386 euro overblijft. Ook extra inkomen uit box 3 telt mee voor de afbouw van beide kortingen, maar die som is anders en wordt hier niet doorgerekend.
Benieuwd welk deel van jouw loon naar belasting en premies gaat? Reken het uit met de gratis Tax Freedom Day-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading





