Een allrisk-inboedelverzekering klinkt als de veiligste keuze, maar aan die extra zekerheid kan een opvallend prijskaartje hangen. Afhankelijk van verzekeraar en huishouden loopt het verschil met een extra uitgebreide dekking op tot €166,40 per jaar. Procentueel kan de premie zelfs ongeveer verdubbelen.
Dat blijkt uit een onderzoek van MoneyView naar
verzekeringen die zowel een extra uitgebreide als een allriskvariant aanbieden. De duurdere dekking kan nuttig zijn wanneer je zelf per ongeluk kostbare spullen beschadigt. Maar wie nauwelijks gebruik kan maken van die extra bescherming, betaalt mogelijk jarenlang voor een verschil dat in de praktijk weinig oplevert.
De term “allrisk” betekent bovendien niet dat letterlijk iedere schade wordt vergoed. Uitsluitingen, maximale vergoedingen en het eigen risico blijven gewoon gelden.
Wat is het verschil tussen de dekkingen?
Een extra uitgebreide inboedelverzekering biedt doorgaans bescherming bij bekende oorzaken zoals brand, storm, diefstal, vandalisme, blikseminslag en bepaalde waterschade. De exacte voorwaarden verschillen per verzekeraar.
Bij een allriskverzekering komt daar schade door veel onverwachte ongelukken en eigen fouten bij. Laat je bijvoorbeeld een televisie omvallen of stoot je binnenshuis een dure vaas kapot, dan kan dat onder de allriskdekking vallen.
Juist het woord “kan” is belangrijk. Opzettelijke beschadiging, achterstallig onderhoud, slijtage en schade door normaal gebruik zijn meestal uitgesloten. Voor telefoons, tablets en andere draagbare elektronica kunnen bovendien afwijkende grenzen of voorwaarden gelden.
Lees daarom niet alleen de samenvatting op de vergelijkingspagina. In de polisvoorwaarden staat welke gebeurtenissen zijn verzekerd en welke spullen een beperkte vergoeding hebben.
Verschil loopt op tot €166,40
MoneyView vergeleek voor zijn
onderzoek naar allriskdekking 23 inboedelverzekeringen die beide dekkingsvormen aanbieden. Per variant werden 10.000 verschillende klantprofielen doorgerekend.
Het gemiddelde prijsverschil tussen extra uitgebreid en allrisk liep per product uiteen van €21,17 tot €166,40 per jaar. In sommige situaties kwam de procentuele verhoging rond de 120 procent uit.
Dat betekent niet dat iedere consument precies €166 extra betaalt. De premie wordt onder meer bepaald door woonplaats, type woning, gezinssamenstelling, gekozen verzekerde bedragen en schadeverleden. Ook het eigen risico kan de maandprijs veranderen.
Het onderzoek laat vooral zien dat de stap naar allrisk bij de ene verzekeraar veel goedkoper kan zijn dan bij de andere. Alleen de basispremie vergelijken geeft daardoor een onvolledig beeld.
Wanneer kan allrisk wel nuttig zijn?
De duurdere dekking kan zinvol zijn in een huishouden waar de kans op ongelukjes relatief groot is. Denk aan jonge kinderen, huisdieren of kostbare apparatuur die intensief wordt gebruikt.
Ook de waarde van je spullen speelt mee. Als een beschadigd voorwerp eenvoudig uit de maandelijkse buffer kan worden vervangen, is een hogere premie mogelijk minder aantrekkelijk. Gaat het om meerdere dure meubels of apparaten, dan kan bredere bescherming meer rust geven.
Maak daarbij een simpele rekensom. Kost allrisk jaarlijks €150 extra, dan betaal je in vijf jaar €750 meer. Zet dat bedrag af tegen het soort schade waarvoor je werkelijk een vergoeding verwacht. Houd ook rekening met het eigen risico en mogelijke waardevermindering.
Een verzekering is bedoeld voor risico’s die je niet gemakkelijk zelf kunt dragen. Het hoeft financieel niet logisch te zijn om ieder klein ongelukje te verzekeren.
Controleer ook de opstalverzekering
MoneyView onderzocht daarnaast zeventien opstalverzekeringen. Daarbij varieerde het gemiddelde jaarlijkse prijsverschil tussen extra uitgebreid en allrisk van €29,65 tot €157,81. Bij veel producten lag het verschil rond de twintig procent.
Een opstalverzekering beschermt onderdelen die aan de woning vastzitten, zoals muren, vloeren, leidingen en een vaste keuken. De inboedelverzekering gaat over spullen die je in beginsel kunt meenemen.
Het is verstandig beide verzekeringen naast elkaar te leggen. Bij schade kan discussie ontstaan wanneer bijvoorbeeld een vloer bij de ene verzekeraar als inboedel en bij een andere als onderdeel van het huis wordt gezien. Wie de polissen bij verschillende maatschappijen heeft ondergebracht, moet daarom extra goed weten waar welke schade thuishoort.
Bewoners van een huurwoning hebben meestal geen eigen opstalverzekering voor het gebouw nodig. Appartementseigenaren kunnen via de vereniging van eigenaars al collectief verzekerd zijn.
Kijk verder dan het woord allrisk
Controleer bij het vergelijken ten minste:
-
welke ongelukjes door eigen schuld zijn verzekerd;
-
hoe hoog het eigen risico is;
-
welke maximale vergoeding voor elektronica geldt;
-
of schade buitenshuis is meeverzekerd;
-
hoe de dagwaarde en nieuwwaarde worden berekend;
-
of kostbaarheden apart moeten worden opgegeven;
-
welke gebeurtenissen expliciet zijn uitgesloten.
Een goedkope allriskpolis kan door een hoog eigen risico bij kleine schade minder bruikbaar zijn. Een duurdere polis kan juist voorwaarden bevatten die voor jouw huishouden weinig toevoegen.
Zeg een bestaande dekking daarom niet impulsief op. Vergelijk eerst de totale premie, voorwaarden en financiële gevolgen van een overstap. Een verzekeraar kan vragen naar eerdere schadeclaims en een nieuwe polis kan andere beperkingen hebben.
De belangrijkste les is dat allrisk geen automatische beste keuze is. Het is een uitbreiding waarvoor je bewust betaalt. Nu de meerprijs kan oplopen tot ruim €166 per jaar, loont het om te controleren of die extra bescherming werkelijk aansluit op jouw spullen en huishouden.