Ga je met een
bijstandsuitkering in de herfstvakantie naar het buitenland, bijvoorbeeld naar familie? Dat mag, maar met twee duidelijke grenzen. Je mag per kalenderjaar maximaal vier weken buiten Nederland verblijven, en je moet je
vakantie vooraf doorgeven aan je
gemeente. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je
bijstand moet terugbetalen en een boete krijgt.
De herfstvakantie begint binnenkort. Voor regio Noord loopt die van
zaterdag 10 tot en met zondag 18 oktober, voor de regio's Midden en Zuid van zaterdag 17 tot en met zondag 25 oktober. Scholen mogen daarvan afwijken, dus kijk ook in de schoolgids.
Juist met schoolgaande kinderen is de herfstvakantie een populaire week om weg te gaan. Wie in de zomer al weken weg is geweest, moet nu goed rekenen.
De regel: vier weken per kalenderjaar
De vier weken staan in
artikel 13 van de Participatiewet. Het gaat om alle dagen buiten Nederland bij elkaar opgeteld, van 1 januari tot en met 31 december. Ook een paar losse lange weekenden tellen dus mee.
Twee dingen om op te letten:
- De teller loopt per kalenderjaar. Op 1 januari begin je weer bij nul. Ben je in 2026 al drie weken weg geweest, dan heb je voor de rest van dit jaar nog maar één week over.
- De grens geldt voor het buitenland. Een vakantie in Nederland valt niet onder de vier weken. Veel gemeenten vragen je wel om ook zo'n vakantie door te geven, zodat ze weten dat je even niet beschikbaar bent.
Blijf je langer dan vier weken per jaar in het buitenland, dan heb je over die extra periode geen recht op
bijstand. Wat je te veel hebt gekregen, vordert de gemeente terug.
Rekenvoorbeeld
Stel: je bent in juli twee weken naar familie in het buitenland geweest en in april een week. Dan heb je in 2026 al drie weken gebruikt. Wil je in de herfstvakantie van zaterdag 17 tot en met zondag 25 oktober weg, dan zijn dat negen dagen. Daarmee kom je boven de vier weken uit. Over de dagen daarboven heb je geen recht op bijstand.
Kies je voor een kortere reis van zeven dagen, dan blijf je precies binnen de vier weken. Dit is een voorbeeld; tel altijd je eigen reisdagen, inclusief de dag van vertrek en terugkomst, en vraag bij twijfel je gemeente hoe zij de dagen tellen.
Hoe meld je je vakantie?
Elke gemeente heeft een eigen manier en een eigen termijn. Vaak gaat het via een formulier op de website of via Mijn Gemeente, soms via je klantmanager. Houd er rekening mee dat gemeenten vaak vragen om het ruim van tevoren te melden en om een bewijs zoals een reservering of een ticket.
Heb je afspraken voor werk, een traject of een gesprek met je klantmanager in die week? Bespreek dan vooraf of die kunnen worden verplaatst. Zo voorkom je dat je een afspraak mist.
Betaalt familie je reis? Let op de giftenregel
Sinds 2026 zijn de bijstandsregels op een aantal punten versoepeld. Een van de veranderingen: mensen in de bijstand mogen per jaar
tot €1.200 aan giften ontvangen, bijvoorbeeld geld of bijdragen voor boodschappen of huur. Je houdt zelf bij hoeveel je krijgt. Kom je boven de €1.200, dan moet je dat doorgeven en beslist de gemeente of het wordt ingehouden op je uitkering.
Krijg je dus geld van familie om je reis te betalen, tel dat dan mee in je giften van dit jaar.
Heb je de AOW-leeftijd bereikt?
Dan gelden andere regels. Voor mensen met de AOW-leeftijd die een aanvulling krijgen via de SVB, is de grens voor verblijf in het buitenland ruimer: dertien weken per jaar in plaats van vier. Ook dan moet je je reis wel doorgeven.
Wat kun je nu doen?
- Tel je dagen. Zet op een rij hoeveel dagen je dit jaar al buiten Nederland bent geweest.
- Meld je reis bij je gemeente. Kijk op de website van je gemeente hoe en hoe ver vooraf dat moet.
- Bewaar je bewijs. Houd je ticket of reservering en de bevestiging van je melding bij elkaar.
- Twijfel je? Vraag het na bij je klantmanager of bij de sociaal raadslieden in je gemeente, voordat je boekt.
Zo kun je met een gerust gevoel op reis, zonder dat je na terugkomst een brief krijgt over terugbetalen.