Het fictieve centrumrechtse droomkabinet van dr. Gert Jan Mulder bij zijn concept-regeerakkoord ‘Nederland weer van ons’.
Dit kabinet kiest voor een fundamentele koerswijziging. Nederland krijgt een kleinere en slagvaardiger overheid, strengere controle over immigratie, gezonde overheidsfinanciën, meer ruimte voor burgers en ondernemers en een buitenlands beleid waarin het Nederlandse belang centraal staat.
1. Asiel, immigratie en remigratie
Het kabinet streeft naar een zo vergaand mogelijke asielstop en bereidt tegelijkertijd wijzigingen voor van Europese en internationale afspraken die structureel met dit beleid botsen.
Illegaal verblijf wordt actief bestreden. Wie geen verblijfsrecht heeft, wordt waar juridisch mogelijk teruggeleid naar het land van herkomst of een ander land waar rechtmatig verblijf mogelijk is.
Nederland introduceert een actief vrijwillig remigratiebeleid, inclusief praktische en waar wenselijk financiële ondersteuning voor duurzame terugkeer.
Sociale voorzieningen voor nieuwkomers worden zoveel mogelijk gekoppeld aan participatie, arbeid en bijdrage aan de samenleving. Werken moet altijd aantrekkelijker zijn dan langdurige afhankelijkheid van de overheid.
2. Veiligheid, justitie en rechtsorde
Nederland voert een zero-tolerancebeleid tegen geweld, intimidatie, straatterreur, ernstige ordeverstoring en georganiseerde criminaliteit.
Geweld tegen politieagenten, hulpverleners en andere publieke functionarissen wordt consequent vervolgd. Veelplegers worden sneller aangepakt en de capaciteit van politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak en gevangeniswezen wordt versterkt.
Nederland kent één rechtsorde. Religieuze voorschriften kunnen de Nederlandse wet nooit vervangen.
Gedwongen huwelijk, eergerelateerd geweld, vrouwen- en meisjesbesnijdenis en andere vormen van dwang worden krachtig bestreden.
De vrijheid van godsdienst blijft beschermd, maar vormt nooit een vrijbrief voor geweld, dwang of aantasting van rechten van anderen.
3. Vrijheid van meningsuiting
De vrijheid van meningsuiting wordt maximaal beschermd.
Politieke, maatschappelijke, religieuze en wetenschappelijke opvattingen worden niet door de overheid op inhoudelijke juistheid beoordeeld.
Beperkingen worden tot het strikt noodzakelijke beperkt en moeten duidelijk wettelijk zijn vastgelegd. Directe bedreiging, oproepen tot geweld en vergelijkbare aantastingen van de veiligheid van anderen kunnen strafbaar blijven.
4. Financiën en belastingen
Het begrotingstekort bedraagt onder normale economische omstandigheden maximaal 2 procent van het bbp.
Het belastingstelsel wordt radicaal vereenvoudigd.
Werken, ondernemen, sparen en investeren moeten lonen.
De belastingdruk op arbeid wordt verlaagd.
Box 3 wordt fundamenteel herzien. Het belasten van fictieve rendementen wordt beëindigd; daadwerkelijk gerealiseerd economisch inkomen wordt het uitgangspunt.
Accijnzen en belastingen op brandstoffen worden substantieel verlaagd.
5. Kleinere overheid
Het aantal rijksambtenaren, externe consultants en bestuurslagen wordt structureel teruggebracht.
Voor regelgeving geldt: één nieuwe regel betekent minimaal twee bestaande regels schrappen.
Ministeries krijgen concrete doelstellingen voor vermindering van administratieve lasten, regelgeving en overhead.
Hervorming van de Algemene Bestuursdienst
Het huidige gecentraliseerde stelsel van de Algemene Bestuursdienst wordt beëindigd.
De Algemene Bestuursdienst vervult momenteel een centrale rol bij werving, selectie, ontwikkeling en werkgeverschap van de hoogste ambtenaren. Dat systeem wordt vervangen door directe ministeriële verantwoordelijkheid voor de ambtelijke top van ieder departement.
Secretarissen-generaal, directeuren-generaal en andere topfunctionarissen worden via transparante procedures geselecteerd op deskundigheid, bestuurlijke kwaliteit, onafhankelijkheid en geschiktheid voor het betreffende departement.
De verantwoordelijke minister heeft daarbij een centrale rol, terwijl benoemingen van de hoogste ambtelijke functies waar nodig door de ministerraad worden bekrachtigd.
Er komt geen partijpolitiek ambtenarenstelsel. Vakbekwaamheid en professionele onafhankelijkheid blijven leidend.
Het doel is een einde te maken aan een gesloten loopbaansysteem waarin dezelfde groep topfunctionarissen voortdurend tussen departementen rouleert en in plaats daarvan meer ruimte te creëren voor gespecialiseerde kennis, mensen uit de uitvoering, wetenschap en bedrijfsleven.
6. Economie, technologie en energie
Nederland richt het economisch beleid nadrukkelijk op de toekomst.
Prioriteit krijgen: kunstmatige intelligentie, halfgeleiders, robotica, biotechnologie, defensietechnologie, energie, watertechnologie, logistiek en hoogwaardige maakindustrie.
Energie wordt integraal onderdeel van het ministerie van Economische Zaken.
Vergunningprocedures worden drastisch verkort.
Nederland moet opnieuw een aantrekkelijk land worden voor ondernemers, investeerders, startups en internationale technologiebedrijven.
7. Wonen en bouwen
Woningbouw wordt nationale prioriteit.
Vergunningen, bestemmingsprocedures en bezwaarprocedures worden sterk vereenvoudigd en verkort.
Waar nodig wordt noodwetgeving ingezet om grote woningbouwprojecten mogelijk te maken.
Regulering die aantoonbaar woningbouw, particuliere verhuur of investeringen belemmert wordt herzien of ingetrokken.
8. Landbouw
Nederland blijft een internationaal toonaangevend landbouwland.
Het stikstofbeleid wordt fundamenteel herzien.
Gedwongen beëindiging van landbouwbedrijven is niet het uitgangspunt.
Boeren krijgen ruimte om te ondernemen, te investeren en via innovatie de landbouw verder te ontwikkelen.
9. Democratische vernieuwing
Nederland krijgt een rechtstreeks gekozen burgemeester.
Ook de wijze waarop de commissaris van de Koning wordt benoemd wordt opnieuw bezien.
Nut, noodzaak en omvang van de provinciale bestuurslaag worden onderzocht.
Het kabinet geeft hoge prioriteit aan invoering van een bindend correctief referendum.
Wanneer invoering daarvan constitutioneel nog niet onmiddellijk mogelijk is, wordt op korte termijn opnieuw een landelijk raadgevend of raadplegend referendum ingevoerd.
De burger krijgt daarmee ook tussen verkiezingen door directe invloed op fundamentele politieke besluiten.
10. Constitutionele hervorming
De positie van de Raad van State wordt fundamenteel herzien, waaronder de combinatie van wetgevingsadvisering en bestuursrechtspraak.
De organisatie en benoemingsprocedures binnen de rechterlijke macht worden transparanter gemaakt, zonder aantasting van de onafhankelijkheid van individuele rechters.
Ook de constitutionele rol van het koningschap wordt opnieuw beoordeeld, met als mogelijke richting verdere beperking van de politieke en bestuurlijke functie.
11. Europese Unie
Het kabinet bereidt verschillende scenario's voor een fundamentele herziening van de Nederlandse verhouding met de Europese Unie voor, inclusief een mogelijke Nexit.
Nederland probeert Europese regelgeving die volgens het kabinet fundamenteel tegen het Nederlandse belang ingaat opnieuw te onderhandelen of juridisch aan te vechten.
De financiële verplichtingen aan de Europese Unie worden kritisch doorgelicht.
Voor een eventuele uittreding worden tijdig scenario's ontwikkeld voor handel, grenzen, financiële markten, landbouw, burgers en internationale verdragen.
12. Buitenlands beleid
Het Nederlandse belang vormt het uitgangspunt van de buitenlandse politiek.
Nederland onderhoudt zakelijke relaties met zowel traditionele bondgenoten als China, India, Brazilië en andere BRICS-landen.
Het kabinet zet in op diplomatieke onderhandelingen rond Rusland en Oekraïne en beëindigt nieuwe Nederlandse wapenleveranties aan Oekraïne.
Bestaande financiële steun, leningen en garanties worden geïnventariseerd en waar contractueel mogelijk wordt terugbetaling verlangd.
Het kabinet streeft waar omstandigheden dit toelaten naar normalisering van economische en diplomatieke betrekkingen met Rusland en naar een zakelijke verhouding met China.
13. Defensie en NAVO
De Nederlandse krijgsmacht dient in de eerste plaats de veiligheid van Nederland en het Koninkrijk.
De Nederlandse positie binnen de NAVO wordt fundamenteel geëvalueerd.
Het kabinet onderzoekt daarbij tevens welke veiligheidsstructuur noodzakelijk zou zijn indien Nederland in de toekomst besluit het NAVO-verdrag te verlaten.
Defensiebeleid wordt niet bepaald door automatisme, maar door het Nederlandse veiligheidsbelang.
Slotbeginsel
Dit kabinet kiest voor een kleinere overheid, streng gecontroleerde immigratie, gezonde overheidsfinanciën, maximale burgerlijke vrijheid, veiligheid op straat, economische groei, technologische vooruitgang en herstel van nationale democratische zeggenschap.
NEDERLAND WEER VAN ONS