Hoeveel box 3 je over je
spaargeld betaalt, hangt in 2026 niet af van de
rente die je bank geeft. De
Belastingdienst rekent voor banktegoeden met een vast percentage, nu voorlopig 1,28 procent. Krijg je meer rente, dan betaal je over dat extra deel geen box 3. Wie overstapt naar een bank met een hogere spaarrente, houdt het verschil dus zelf.
Hoe dat uitpakt, laat de Belastingdienst zien in een
eigen rekenvoorbeeld. Een alleenstaande met €150.000 spaargeld betaalt over 2026 €417 box 3. Dat bedrag verandert niet als de rente op de rekening hoger is.
Het percentage van 1,28 procent is nog voorlopig. Begin 2027 stelt de Belastingdienst het vast, en dat definitieve percentage geldt voor de aanslag over 2026.
Zo rekent de Belastingdienst
De berekening gaat in een paar stappen. Eerst rekent de Belastingdienst het rendement uit: €150.000 maal 1,28 procent is €1.920. Daarna gaat het heffingsvrij vermogen van €59.357 van het spaargeld af. Er blijft €90.643 over, dat is 60,42 procent van het totaal.
Van het rendement van €1.920 is dan 60,42 procent belast: €1.160. Het tarief in box 3 is 36 procent, dus je betaalt €417.
Heb je een fiscale partner, dan hebben jullie samen twee keer het heffingsvrij vermogen: €118.714. Met samen €150.000 spaargeld komen jullie volgens de Belastingdienst op €144 box 3, ieder €72.
Wat een hogere spaarrente oplevert
Stel: je hebt als alleenstaande €150.000 op een spaarrekening met 1,25 procent rente. Dan krijg je in een jaar €1.875. Na €417 box 3 houd je €1.458 over.
Zet je hetzelfde bedrag op een rekening met 2,5 procent, dan krijg je €3.750. De box 3 blijft €417, dus je houdt €3.333 over. Dat is €1.875 meer, en daar betaal je geen cent box 3 extra over.
Hoeveel de grote banken nu geven, en hoe groot het verschil met de middenmoot is, lees je in
het overzicht van de spaarrentes bij ING, ABN AMRO, ASN en Rabobank.
Wanneer je echte rente wel telt
Was je werkelijke rendement lager dan het vaste rendement, dan mag je dat laten zien en betaal je over het lagere bedrag. Dat volgt uit uitspraken van de Hoge Raad, schrijft de Belastingdienst. Voor de meeste spaarders levert dat weinig op. Bij het werkelijke rendement telt het heffingsvrij vermogen namelijk niet mee.
In het voorbeeld met €150.000 helpt het alleen als je minder dan €1.160 rente kreeg, ongeveer 0,77 procent. Krijg je meer, dan betaal je gewoon over het vaste percentage, en blijft alles daarboven buiten box 3.
Je saldo op 1 januari telt
Box 3 kijkt naar wat je op 1 januari had. Voor 2026 is dat dus je spaargeld op 1 januari 2026. Ga je nu naar een rekening met meer rente, dan verandert je box 3 over 2026 niet. Je ontvangt wel meer rente over de rest van het jaar.
De rente die je ontvangt, komt bij je saldo. Daardoor heb je op 1 januari 2027 iets meer spaargeld, en dat telt mee voor box 3 over 2027. Dat effect is klein: over de extra €1.875 uit het voorbeeld is het bij een gelijk percentage zo'n €9.
Voor 2027 stelde het kabinet eind september voor het heffingsvrij vermogen flink te verlagen. Of dat doorgaat, hangt af van het aangepaste box 3-voorstel dat het kabinet uiterlijk maandag 2 november naar de Kamer wil sturen. Het nieuwe stelsel met belasting over het werkelijke rendement wil het kabinet per 1 januari 2028 invoeren,
meldt de Rijksoverheid.
Wil je je spaargeld meer laten opleveren, vergelijk dan de rente bij een paar banken en let op de voorwaarden, zoals een maximumbedrag of een opnametermijn. Spreid grote bedragen over meer banken: het
depositogarantiestelsel beschermt tot €100.000 per persoon per bank.
Wil je weten wat jouw spaargeld in box 3 kost? Reken het uit met de box 3-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.