Thuiswerken mocht bij Bunq. Maar thuis zijn terwijl je in het bedrijfssysteem aangeeft dat je op kantoor zit, bleek voor één werknemer een kostbare keuze. De bank ontdekte 21 onjuiste registraties in drie maanden. Zijn ontslag op staande voet bleef overeind bij de rechter.
De financiële gevolgen gingen verder dan het verlies van zijn baan. De werknemer moest Bunq €6.254,67 bruto aan schadevergoeding betalen, plus wettelijke rente. Daar kwamen €1.492 aan proceskosten bij.
Een extra pijnlijk detail: hij werkte op de fraudeafdeling van de bank. Juist daar mocht de werkgever volgens de kantonrechter verwachten dat een medewerker eerlijk en open met de geboden vrijheid omging.
Een kantoorstatus had ook financiële gevolgen
Na een inwerkperiode van drie maanden mochten medewerkers twee dagen per week vanuit huis werken. Aan het begin van de werkdag moesten zij in Slack aangeven waar zij werkten.
Die registratie was niet uitsluitend bedoeld om collega’s te laten weten waar iemand zat. Ook de vergoeding voor woon-werkverkeer werd automatisch aan de opgegeven locatie gekoppeld.
Bunq legde de ingevulde statussen naast andere gegevens. Daarbij keek de bank naar inlogregistraties en gegevens van toegangspunten in het kantoor. Op 21 dagen stond de werknemer volgens zijn eigen opgave in Rotterdam op kantoor, terwijl de overige informatie zijn aanwezigheid niet ondersteunde.
Achter collega’s aan door de deur
De werknemer bestreed de conclusie. Volgens hem konden ontbrekende toegangsregistraties ook een andere verklaring hebben. Hij zou bijvoorbeeld achter anderen aan door deuren zijn gelopen. Naar het toilet zou hij in een broodjeszaak zijn gegaan.
De rechter vond die uitleg onvoldoende. Op dagen waarop de werknemer aantoonbaar aanwezig was, waren er namelijk wel meerdere registraties. Bovendien onderbouwde hij voor geen van de 21 betwiste dagen concreet dat hij daadwerkelijk op kantoor had gewerkt.
Ook een vraag over zijn reis naar het werk hielp hem niet. Eerst zei hij met de tram te reizen. Toen de rechter vroeg of reistransacties zijn aanwezigheid konden ondersteunen, volgde de verklaring dat hij soms de auto nam.
Dat wisselen van uitleg droeg bij aan het oordeel dat hij onvoldoende openheid gaf.
Geen misverstand over een vergeten instelling
Een eenmalig verkeerd ingevulde status kan een vergissing zijn. De rechter keek hier echter naar een patroon en naar de manier waarop de werknemer daarop reageerde.
Zijn beroep op onbekendheid met de afspraken overtuigde evenmin. De registratieplicht stond in de arbeidsdocumenten. Bovendien had hij daar zelf eerder een gerichte vraag over gesteld aan de personeelsafdeling.
Ook de uitleg dat hij tijdens het ontbijt alvast inlogde voordat hij naar kantoor vertrok, bood geen uitkomst. Als hij later die ochtend werkelijk was aangekomen, had dat volgens de rechter op de betrokken dagen uit andere gegevens moeten blijken.
De zaak draaide daarmee niet om een discussie over productiviteit thuis. Het ging om het herhaaldelijk verstrekken van onjuiste informatie aan de werkgever.
Financieel gewin hoefde niet vast te staan
De werknemer wees erop dat hij een andere kantoorlocatie had kunnen invullen als hij zoveel mogelijk reiskosten had willen ontvangen. Volgens hem paste zijn gedrag daarom niet bij een financieel motief.
De rechter zag dat anders. De precieze beweegreden hoefde niet vast te staan om het vertrouwen ernstig te beschadigen. Ook wanneer het voordeel beperkt is, kan bewust onjuist registreren zwaar wegen.
Daar kwam zijn functie bij. De combinatie van werken op een fraudeafdeling, herhaaldelijk verkeerde informatie geven en vervolgens weinig overtuigende verklaringen afleggen, maakte de situatie volgens de kantonrechter ernstig genoeg voor onmiddellijk ontslag.
Waarom de werknemer zelf moest betalen
Een ontslagen werknemer krijgt niet in iedere zaak een vergoeding. In deze procedure gebeurde het omgekeerde.
De rechter oordeelde dat de medewerker door zijn eigen handelen een dringende reden voor ontslag had veroorzaakt. Daarom kreeg Bunq een zogenoemde gefixeerde schadevergoeding toegewezen. Het bedrag werd gebaseerd op het loon en de toepasselijke opzegtermijn.
Zijn eigen verzoeken om onder meer een transitievergoeding en een billijke vergoeding werden afgewezen. De kantonrechter kwalificeerde zijn handelen als ernstig verwijtbaar.
De werkgever moest ook zorgvuldig handelen
Bunq kon niet volstaan met een verdenking. De bank onderzocht de verschillen en gaf de werknemer gelegenheid om uitleg te geven. Ook kreeg hij bewijsstukken toegestuurd.
De rechter vond dat de werkgever voldoende voortvarend en zorgvuldig had gehandeld. Dat onderzoek enige tijd kostte, maakte het ontslag in deze omstandigheden niet te laat.
De uitspraak geeft daarmee geen algemene regel dat iedere fout in een thuiswerkregistratie onmiddellijk ontslag rechtvaardigt. Hier telden de herhaling, de beschikbare gegevens, de functie en de reacties van de werknemer samen op. Wat begon met een instelling in een communicatieprogramma eindigde met baanverlies, een betalingsverplichting en proceskosten.