Een huishouden kan ongeveer hetzelfde bruto-inkomen hebben als de buren en toch een heel ander deel daarvan kwijt zijn aan inkomstenbelasting. Nieuwe cijfers van het CBS laten zien hoe groot het verschil tussen één en twee verdieners kan zijn. Bij huishoudens met een inkomen tussen €100.000 en €110.000 kwam de mediane belastingdruk voor eenverdieners in 2024 uit op 19,4 procent. Voor tweeverdieners in diezelfde inkomensklasse was dat 11,9 procent.
Dat verschil van 7,5 procentpunt is opvallend. Het verklaart ook waarom de vraag hoeveel een gezin verdient niet voldoende is om te weten hoeveel er uiteindelijk overblijft. Wie het inkomen verdient, doet er eveneens toe.
Nieuwe publicatie, cijfers over 2024
Het CBS publiceerde de gegevens op 9 september 2026. De meest recente onderzochte inkomens hebben betrekking op 2024 en zijn nog voorlopig.
Over alle huishoudens samen daalde de gemiddelde belastingdruk volgens het onderzoek van 15,4 procent in 2011 naar 12,3 procent in 2024. Binnen dat landelijke beeld bestaan aanzienlijke verschillen tussen soorten huishoudens.
Het CBS beschrijft de cijfers en de gebruikte afbakening.
De percentages voor een- en tweeverdieners zijn medianen: de middelste waarnemingen binnen de onderzochte groepen. Het zijn geen vaste tarieven die de
Belastingdienst op ieder gezin in deze inkomensklasse toepast.
Een verschil tussen groepen is geen persoonlijke aanslag
Wie €105.000 verdient, kan dus niet simpelweg 19,4 procent of 11,9 procent invullen en daarmee zijn eigen belastingrekening voorspellen.
De vergelijking gaat over huishoudens binnen een inkomensband. Daarbinnen kunnen de exacte inkomens, aftrekposten en persoonlijke omstandigheden uiteenlopen. Ook twee tweeverdienersgezinnen kunnen een heel andere verdeling van het inkomen hebben.
Denk aan een huishouden waarin beide partners ongeveer evenveel verdienen en een huishouden waarin de ene partner vrijwel het hele inkomen verdient. Beide tellen twee verdieners, maar de verdeling is duidelijk anders.
Een krantenkop die het verschil direct omzet in een vast bedrag dat iedere eenverdiener extra betaalt, zou daarom te veel beloven. De cijfers laten een groot patroon zien; een persoonlijke berekening vraagt meer gegevens.
Waarom twee inkomens anders kunnen uitpakken
In de toelichting op het onderzoek worden onder meer veranderingen in de arbeidskorting en het belastingstelsel genoemd. Ook de samenstelling van huishoudens is veranderd.
RTL bespreekt deze verklaringen met het CBS.
Voor een gezin is de praktische consequentie dat het gezamenlijke bruto-inkomen niet het volledige financiële verhaal vertelt.
Dat merk je bijvoorbeeld bij de beslissing of een partner meer uren gaat werken. Alleen het nieuwe brutojaarloon optellen bij het bestaande gezinsinkomen zegt nog niet hoeveel extra geld iedere maand beschikbaar komt. Daarvoor is een berekening van de nieuwe nettoverhouding nodig.
Die berekening hoort bij de huidige regels en de eigen gegevens. De CBS-publicatie over 2024 is daarvoor achtergrondinformatie, geen actuele looncalculator.
Een lagere belastingdruk betekent niet automatisch meer ruimte
De term belastingdruk kan bovendien breder klinken dan hij in dit onderzoek is. Hier gaat het om inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen.
Btw op boodschappen, accijnzen en gemeentelijke
belastingen vallen buiten deze maatstaf. Ook andere inhoudingen en premies worden niet allemaal meegenomen.
TaxLive licht toe welke posten buiten de CBS-berekening blijven.
Een huishouden kan daardoor een lager percentage inkomstenbelasting betalen en tegelijkertijd ervaren dat het leven duurder is geworden. De huur, energierekening en dagelijkse uitgaven staan immers niet stil omdat één belastingmaatstaf daalt.
Voor het gezinsbudget gaat het uiteindelijk om het bedrag dat na alle inkomsten én uitgaven overblijft. Dat kan zich anders ontwikkelen dan het landelijke belastingpercentage.
Vergelijk twee complete huishoudbudgetten
Wie vanwege deze cijfers overweegt de werkverdeling thuis te veranderen, heeft meer aan twee concrete begrotingen dan aan een landelijk gemiddelde.
Zet eerst de huidige situatie op papier. Noteer de netto-inkomsten, eventuele tegemoetkomingen en de kosten die direct met werken samenhangen. Maak vervolgens dezelfde berekening voor het gewenste rooster.
Neem daarbij alleen veranderingen op die werkelijk te verwachten zijn. Extra opvang, vervoer of een tweede auto kunnen een deel van het extra inkomen opslokken. Omgekeerd kan thuiswerken bepaalde uitgaven beperken. Wat voor het ene gezin doorslaggevend is, hoeft bij het andere nauwelijks mee te tellen.
De keuze voor één of twee verdieners is bovendien niet altijd vrij. Ziekte, zorgtaken of het ontbreken van passend werk kunnen een huishouden afhankelijk maken van één inkomen.
De nieuwe cijfers geven die huishoudens een concrete vergelijking: binnen dezelfde inkomensklasse kan de verdeling van het inkomen samengaan met een aanzienlijk andere belastingdruk. Hoe groot het verschil thuis is, blijkt pas wanneer de eigen bedragen naast elkaar liggen.