Op papier hebben huishoudens meer te besteden. Het CBS meldt dat het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens in het eerste kwartaal van 2026 2,1 procent hoger lag dan een jaar eerder. Dat klinkt als goed nieuws. Maar achter dat gemiddelde schuilt een veel rommeliger werkelijkheid. De stijging komt vooral door hogere werknemersbeloning en sociale uitkeringen. De totale beloning van werknemers groeide met 5,4 procent, cao-lonen lagen 4,5 procent hoger en sociale uitkeringen stegen met 6,4 procent. Tegelijk lag het gemengd inkomen, belangrijk voor zelfstandigen, 4,5 procent lager dan een jaar eerder. Huishoudens betaalden
bovendien 5 procent meer
belastingen en sociale premies.
Gemiddelden verbergen verliezers
Gemiddelde cijfers zijn nuttig, maar gevaarlijk. Als werknemers en uitkeringsgerechtigden vooruitgaan, kan het totaal stijgen. Maar dat betekent niet dat iedereen erop vooruitgaat.
Zelfstandigen zien juist een andere werkelijkheid. Hun gemengd inkomen daalde met 4,5 procent. Voor zzp’ers en kleine ondernemers kan dat hard aankomen, zeker nu brandstof, verzekeringen, materialen, administratie en belastingen ook duurder zijn geworden.
Belastingdruk loopt mee omhoog
Het CBS meldt dat huishoudens 5 procent meer belastingen en sociale premies betaalden.
Dat is precies waarom veel mensen koopkrachtcijfers wantrouwen. Je inkomen kan stijgen, maar als belasting, premies en vaste lasten meestijgen, blijft er netto minder over dan de kop suggereert.
De vraag is niet: stijgt het bruto inkomen? De vraag is: wat blijft er over na huur, hypotheek, energie, zorg, boodschappen, vervoer en belasting?
Hypotheekschuld groeit stevig
Ook de hypotheekschuld nam toe. Volgens CBS groeide de woninghypotheekschuld in het eerste kwartaal met bijna €11,8 miljard ten opzichte van een kwartaal eerder, naar €947 miljard. De hypotheekschuld als percentage van het bbp kwam uit op 80,1 procent.
Dat laat zien dat huishoudens steeds zwaarder gefinancierd wonen. Huizenprijzen zijn hoog, kopers moeten grote bedragen lenen en starters komen moeilijk tussen.
Werknemers vooruit, ondernemers onder druk
Voor werknemers met cao-loonstijgingen kan 2026 inderdaad wat lucht geven. Maar zelfstandigen voelen eerder druk. Zij krijgen niet automatisch een cao-verhoging. Ze moeten zelf tarieven verhogen, klanten behouden en kosten opvangen.
En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Veel kleine ondernemers kunnen hogere kosten niet volledig doorberekenen zonder klanten te verliezen.
Koopkracht is geen gemiddelde
Het CBS-cijfer van 2,1 procent hoger reëel beschikbaar inkomen is belangrijk. Maar het vertelt niet het hele verhaal. Werknemers kunnen vooruitgaan, terwijl zelfstandigen achteruitgaan. Uitkeringen kunnen stijgen, terwijl belastingen en premies ook stijgen. Huishoudens kunnen meer inkomen hebben, terwijl wonen steeds zwaarder gefinancierd wordt.
De les is simpel: laat je niet sussen door gemiddelden. Koopkracht wordt niet gevoeld in een CBS-tabel, maar aan het einde van de maand.
En voor veel zelfstandigen is dat einde van de maand nog altijd te krap.