Een cv-ketel die nog prima werkt, hoeft technisch niet aan vervanging toe te zijn. Toch kan verwarmen met dezelfde installatie de komende jaren duurder worden. In een nieuw onderzoek rekent CE Delft voor huishoudens met een gasketel op ongeveer 25 procent hogere jaarlijkse energiekosten in 2030 dan in 2026.
Dat percentage is geen aangekondigde verhoging op de eerstvolgende rekening. Het komt uit een toekomstscenario, waarin aannames over prijzen, belastingen en beleid samenkomen.
Voor huiseigenaren is vooral de vraag wat zo’n ontwikkeling betekent voor een vervangingsbesluit. Daarvoor is meer nodig dan alleen het vergelijken van
gas- en stroomkosten.
Wat de onderzoekers hebben doorgerekend
Bij woningen met een gasketel lopen de berekende energiekosten op. Onder meer ontwikkelingen rond gasbelasting, de bijmenging van groen gas en het Europese emissiehandelssysteem voor gebouwen en wegvervoer spelen in de aannames een rol.
Het gaat om de jaarlijkse energielasten binnen het gekozen scenario. De aanschaf van een nieuwe installatie, bouwkundige aanpassingen en andere investeringen zijn niet in die
energierekening verwerkt.
Precies daar zit het verschil tussen een interessante onderzoeksuitkomst en een volledig financieel advies voor een individuele woning.
Wat 25 procent in euro’s zou betekenen
Een percentage wordt duidelijker met een rekenvoorbeeld. Stel dat de relevante jaarlijkse energiekosten van een
huishouden €2.400 bedragen. Een stijging van 25 procent brengt dat bedrag op €3.000.
Het verschil is dan €600 per jaar, of gemiddeld €50 per maand.
Dit is uitsluitend een illustratie van het percentage. Het is geen berekende rekening voor een gemiddeld Nederlands gezin en ook geen voorspelling voor iemand met toevallig hetzelfde huidige jaarbedrag.
Het eigen verbruik, de woning, het contract en toekomstige tarieven kunnen anders uitpakken. Ook kan een huishouden tussentijds maatregelen nemen of juist meer
energie gaan gebruiken.
Gebruik zo’n voorbeeld daarom om de orde van grootte te begrijpen. Voor een beslissing zijn de eigen jaarafrekening en concrete offertes een beter vertrekpunt.
Lagere energielasten kunnen een investering vragen
Een woning aanpassen kost doorgaans geld voordat er een lagere rekening tegenover staat. Wie dat bedrag uit spaargeld betaalt, houdt daarna een kleinere buffer over. Wie financiert, krijgt te maken met aflossing en mogelijk rente.
Een eenvoudige vergelijking laat zien waarom dat ertoe doet. Een hypothetische investering van €5.000 die jaarlijks €500 bespaart, verdient zich zonder bijkomende kosten in tien jaar terug.
Wordt de besparing €300, dan duurt dezelfde rekensom ruim zestien jaar. Onderhoud, financieringskosten en veranderingen in tarieven zijn in beide voorbeelden nog buiten beschouwing gelaten.
De
berichtgeving van RTL over het onderzoek wijst eveneens op het verschil tussen lagere gebruikskosten en de bedragen die eerst moeten worden geïnvesteerd.
Kijk ook naar wie het onderzoek liet uitvoeren
De studie is uitgevoerd in opdracht van organisaties uit de duurzame energiesector, waaronder de NVDE, Holland Solar, Energie-Nederland en Energy Storage NL. De
toelichting van de opdrachtgevers legt nadruk op de mogelijkheden om toekomstige kosten te beperken.
Die achtergrond maakt de berekeningen niet automatisch onbruikbaar. Het is wel relevante informatie bij de interpretatie.
Een onderzoek kan zorgvuldig zijn en tegelijk aansluiten bij de belangen van de organisaties die het hebben aangevraagd. Daarom verdienen de gekozen aannames, de uitgesloten kosten en de onderzochte alternatieven evenveel aandacht als het opvallendste percentage.
Ook huishoudens die overstappen op andere technieken blijven energiekosten houden. Het rapport is geen belofte dat een verbouwde woning voortaan ongevoelig is voor prijsstijgingen.
Wat kun je met deze informatie?
Begin bij een moment waarop toch al een beslissing nodig is: onderhoud, een defecte ketel, een verbouwing of het vervangen van glas of dakbedekking. Dan kunnen offertes voor verschillende mogelijkheden naast elkaar worden gelegd.
Vraag daarbij om het verwachte verbruik, de totale installatiekosten en eventuele aanvullende werkzaamheden. Een laag bedrag voor alleen het apparaat vertelt nog weinig over de uiteindelijke factuur.
Laat een aanbieder ook uitleggen welke aannames achter een besparingsbedrag zitten. Gebruikt die jouw werkelijke verbruik, of een standaardwoning die nauwelijks op jouw huis lijkt?
Het scenario voor 2030 geeft aanleiding om vooruit te kijken. Het vervangt de eigen rekensom niet. Voor een huishouden telt uiteindelijk hoeveel geld er eerst uitgaat, wat er daarna maandelijks overblijft en of de investering ook bij minder gunstige uitkomsten nog draaglijk is.