Een huis dat met een gewone gasketel wordt verwarmd, kan richting 2030 met aanzienlijk hogere energiekosten te maken krijgen. In een nieuwe scenarioberekening van CE Delft komt de stijging voor zulke woningen uit op ongeveer 25 procent.
Dat percentage betreft de totale energiekosten van het gemodelleerde
huishouden, niet uitsluitend de prijs van een kuub gas. Het is ook geen aangekondigde verhoging die iedere leverancier op een bepaalde datum doorvoert.
De uitkomst maakt wel duidelijk waarom alleen naar het huidige leveringstarief kijken een beperkt beeld geeft. Een
energierekening bestaat uit meer onderdelen, waarvan de toekomstige ontwikkeling uiteen kan lopen.
Wat heeft CE Delft precies berekend?
Het onderzoek vergelijkt verschillende huishoudsituaties en technieken met aannames over prijzen en beleid richting 2030. Daarbij worden onder meer ontwikkelingen in leveringstarieven, netkosten en toekomstige maatregelen doorgerekend.
Voor huishoudens met een gasketel ontstaat in het gekozen scenario een kostenstijging van circa een kwart. De
volledige berekening staat in het rapport van CE Delft.
De vergelijking gebruikt gestandaardiseerde uitgangspunten. Zo wordt voor het vergelijkingsjaar al gerekend alsof salderen is afgeschaft. De uitkomst is daardoor niet één op één het verschil tussen jouw werkelijke rekening van 2026 en een rekening die in 2030 zal komen.
Dat onderscheid is vooral belangrijk bij woningen met zonnepanelen.
Een kwart extra maakt in euro's veel verschil
Om de grootte van 25 procent te verduidelijken, helpt een los rekenvoorbeeld. Op een jaarbedrag van €2.000 zou een stijging met een kwart neerkomen op €500 extra. Bij €3.000 gaat het om €750.
Dat zijn uitsluitend rekensommen bij het genoemde percentage, geen voorspellingen voor die twee huishoudens. De eigen uitkomst hangt af van de woning, het verbruik, het contract en de aannames die uiteindelijk werkelijkheid worden.
Toch verklaren zulke bedragen waarom huishoudens gevoelig zijn voor veranderingen die op papier klein lijken. Een extra bedrag per kuub wordt vermenigvuldigd met het jaarverbruik. Een hoger vast tarief komt daar vervolgens nog bovenop.
Een vergelijking op basis van alleen het maandelijkse voorschot kan die afzonderlijke effecten verbergen. Het voorschot is immers een vooruitbetaling, geen overzicht van alle onderliggende kosten.
Ook verduurzamen sluit stijgende kosten niet uit
Het onderzoek schetst evenmin een toekomst waarin huishoudens met andere installaties automatisch niets merken van hogere energiekosten. Ook voor woningen met een hybride of volledig elektrische warmtepomp worden stijgingen doorgerekend.
De opdrachtgevende organisaties benadrukken vooral dat verduurzaming de blootstelling aan hogere kosten kan verminderen. Hun
toelichting op het onderzoek is afkomstig uit de energiesector, waaronder organisaties die duurzame
energie vertegenwoordigen.
Dat maakt de berekeningen niet waardeloos, maar verklaart wel vanuit welke vraag het onderzoek is uitgevoerd: hoe kunnen huishoudens toekomstige energiekosten beheersbaar houden?
Voor een individuele eigenaar is vervolgens nog een tweede vraag nodig: welke ingreep past bij deze woning en bij het beschikbare budget?
De aanschafkosten staan niet in de energierekening
Een lagere berekende energierekening betekent niet vanzelf dat een investering zich snel terugverdient. Voor een warmtepomp, isolatie of andere aanpassing moet vaak eerst geld worden uitgegeven.
De investeringskosten vallen buiten de vergelijking van de energiekosten. Ook
RTL wijst in de berichtgeving over het onderzoek op het belang van de kosten die nodig zijn om te verduurzamen.
Voor een behoorlijke vergelijking horen aanschaf, installatie en eventuele financiering daarom naast de verwachte besparing te staan. Ook onderhoud en de verwachte gebruiksduur verdienen een plaats.
Een installatie kan technisch geschikt zijn, terwijl de investering voor een bepaald huishouden financieel moeilijk past. Andersom kan een vervangingsmoment een logisch moment zijn om meerdere mogelijkheden door te rekenen.
Begin met de eigen woninggegevens
De bruikbaarste voorbereiding bestaat uit een paar concrete cijfers: het gas- en stroomverbruik over een heel jaar, de vaste kosten en de tarieven van het huidige contract. Daarmee kan een installateur of adviseur gerichter rekenen.
Vraag bij een besparingsberekening welke
energieprijzen worden gebruikt en wat er gebeurt wanneer die anders uitvallen. Laat ook aangeven welke aanpassingen aan de woning nodig zijn.
Voor huurders ligt de beslissingsruimte anders. Zij kunnen niet zelfstandig een complete verwarmingsinstallatie vervangen. Een gesprek met de verhuurder gaat dan over de planning, de werkzaamheden en de eventuele gevolgen voor de woonlasten.
Het onderzoek van CE Delft biedt daarmee een reden om vooruit te kijken. De eigen jaarrekening en een offerte met duidelijke aannames bepalen vervolgens of wachten, aanpassen of vervangen financieel het meest passend is.