Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Directeur eist €69.213 voor 1.369,66 verlofuren, maar krijgt €10.917

Economie31 aug , 8:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Bij het einde van een dienstverband kan een groot saldo aan ongebruikte vakantiedagen veel geld waard zijn. Een voormalig directeur meende zelfs nog recht te hebben op €69.213 bruto. Volgens zijn berekening stonden er 1.369,66 verlofuren open.
De werkgever kwam op een heel ander bedrag uit. Niet alle oude uren bestonden juridisch nog en de directeur kon volgens de rechtbank moeilijk beweren dat niemand hem op het vervallen daarvan had gewezen. Het bijhouden van de verlofadministratie hoorde namelijk bij zijn eigen functie.
Van de oorspronkelijke claim bleef uiteindelijk €10.917,51 bruto over.

Naar eigen zeggen nauwelijks vakantie

De directeur verklaarde dat hij tijdens zijn dienstverband vrijwel geen mogelijkheid had gekregen om zijn volledige vakantie op te nemen. In sommige jaren zou het bij ongeveer één week zijn gebleven.
Voor zijn afwezigheid maakte hij naar eigen zeggen uitgebreide draaiboeken, zodat een andere betrokkene wist wat er tijdens zijn vakantie moest gebeuren. Daarmee wilde hij laten zien dat zijn functie het moeilijk maakte langere tijd weg te blijven.
Na het einde van de arbeidsovereenkomst beriep hij zich op Europese rechtspraak. Vakantiedagen mogen niet zomaar vervallen wanneer een werkgever de werknemer niet daadwerkelijk in staat heeft gesteld ze op te nemen.
Een werkgever moet werknemers normaal gesproken tijdig informeren over openstaande wettelijke vakantiedagen en hen waarschuwen dat die uren kunnen vervallen. Gebeurt dat niet, dan kunnen oude rechten onder bepaalde omstandigheden langer blijven bestaan.

Directeur beheerde zelf de verlofadministratie

In deze zaak zat er echter een opmerkelijke complicatie in het verhaal. De werknemer was niet alleen directeur, maar droeg zelf verantwoordelijkheid voor de administratie van de verlofuren.
Hij vond dat het betrokken accountantskantoor hem had moeten informeren over het verval en de verjaring van zijn vakantierechten. De kantonrechter ging daar niet in mee.
Juist omdat het verwerken en bewaken van verlof tot zijn eigen takenpakket behoorde, moest de directeur de regels kennen. Hij kon de verantwoordelijkheid voor zijn persoonlijke saldo niet volledig bij het accountantskantoor of zijn werkgever neerleggen.
Dat betekende niet dat alle uren verdwenen. De werkgever erkende dat nog 253,33 verlofuren moesten worden uitbetaald. Omgerekend vertegenwoordigde dat saldo een waarde van €10.917,51 bruto.
De directeur bestreed die berekening onvoldoende, waarna de rechter het bedrag toekende. De zaak is vastgelegd in uitspraak ECLI:NL:RBZWB:2026:4135.

Werkgever moet ook verhoging en rente betalen

Hoewel het grootste deel van de claim werd afgewezen, kwam de werkgever niet zonder extra kosten weg. Het erkende bedrag had bij de eindafrekening moeten worden betaald.
Omdat dat niet was gebeurd, kende de kantonrechter ook een wettelijke verhoging en wettelijke rente toe. De verhoging werd gematigd tot maximaal 20 procent.
Dat maximum kan neerkomen op ruim €2.183 boven op de vergoeding van €10.917,51. Het precieze uiteindelijke totaal hangt mede af van de rente en het moment waarop daadwerkelijk wordt betaald.
De wettelijke verhoging is bedoeld als prikkel om loon en vergelijkbare bedragen op tijd uit te keren. Een werkgever mag een eindafrekening niet onbeperkt vasthouden omdat er discussie bestaat over een ander deel van de claim.

Vakantie-uren zijn niet onbeperkt houdbaar

Wettelijke vakantiedagen vervallen normaal gesproken zes maanden na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Voor bovenwettelijke uren geldt doorgaans een langere verjaringstermijn van vijf jaar.
Daar bestaan uitzonderingen op. Wanneer een werknemer redelijkerwijs niet in staat was vakantie op te nemen of wanneer de werkgever zijn informatieplicht heeft verwaarloosd, kunnen wettelijke dagen behouden blijven.
Dat maakt een goede administratie belangrijk voor beide partijen. De werkgever moet kunnen aantonen dat werknemers daadwerkelijk de mogelijkheid kregen hun vrije dagen te gebruiken. De werknemer moet controleren of het geregistreerde saldo klopt en tijdig aan de bel trekken.
Wie jarenlang honderden uren laat oplopen, moet niet aannemen dat die bij vertrek automatisch allemaal in geld worden omgezet.

Eigen verantwoordelijkheid gaf de doorslag

De uitkomst zou bij een gewone werknemer anders kunnen zijn. Niet iedereen is verantwoordelijk voor personeelszaken of de verlofregistratie.
Een medewerker die nooit wordt gewaarschuwd en door aanhoudende werkdruk geen vakantie kan opnemen, kan zich mogelijk wel met succes op de informatieplicht van de werkgever beroepen.
In dit geval maakte juist de positie van de directeur het verschil. Hij wilde als werknemer bescherming tegen een administratieve fout, maar was als directeur zelf verantwoordelijk voor diezelfde administratie.
Daardoor veranderde een claim van €69.213 in een toegewezen bedrag van €10.917,51. Nog altijd een aanzienlijke betaling, maar slechts een fractie van wat hij dacht tegoed te hebben.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading