Nederlandse spaarders kunnen bij de hoogste tijdelijke actierente momenteel 3,01 procent ontvangen. ING en ABN AMRO komen op hun gewone spaarrekeningen niet verder dan maximaal 1,25 procent. Op een saldo van €10.000 is dat op jaarbasis het verschil tussen bruto €301 en €125. Dat is €176 renteverschil over precies hetzelfde bedrag. Wie €25.000 heeft staan, ziet het verschil op jaarbasis theoretisch oplopen tot €440.
Daarbij hoort wel een belangrijke waarschuwing. De 3,01 procent is een actierente. Zo’n verhoogd tarief geldt meestal tijdelijk en kan afhankelijk zijn van voorwaarden. Het is dus niet vanzelfsprekend dat een spaarder de volledige €301 na twaalf maanden daadwerkelijk ontvangt.
Grootbanken blijven duidelijk achter
Het actuele renteoverzicht van
vergelijkingssite Geld.nl laat grote verschillen zien. De hoogste gewone
rente op een vrij opneembare spaarrekening bedraagt momenteel 2,50 procent. De hoogste actierente is 3,01 procent.
Bij ING en ABN AMRO ligt de maximale spaarrente op 1,25 procent.
Rabobank biedt maximaal 1,50 procent. Het woord “maximaal” is relevant, omdat
banken soms met verschillende saldoschijven werken. Niet iedere euro op de rekening hoeft dan hetzelfde percentage op te leveren.
Bij 1,25 procent levert €10.000 gedurende een volledig jaar bruto €125 op. Tegen 1,50 procent is dat €150. Bij de hoogste gewone rente van 2,50 procent gaat het om €250.
Het verschil tussen een grootbank met 1,25 procent en een vrij opneembare rekening met 2,50 procent bedraagt daardoor €125 per jaar per €10.000. Daar is geen tijdelijke actierente voor nodig.
Wat betekent ‘op jaarbasis’?
Banken vermelden rente vrijwel altijd als percentage per jaar. Dat wil niet zeggen dat het tarief gegarandeerd een jaar gelijk blijft. Een bank kan de variabele rente verhogen of verlagen.
Ook een actietarief van 3,01 procent wordt als jaarrente weergegeven, zelfs wanneer de actie bijvoorbeeld slechts enkele maanden loopt. Wie drie maanden 3,01 procent krijgt en daarna terugvalt naar een lager tarief, ontvangt over het hele jaar minder dan €301.
Controleer daarom altijd:
-
hoelang het actietarief geldt;
-
of het alleen voor nieuwe klanten beschikbaar is;
-
of er een maximaal saldo geldt;
-
welk tarief na de actieperiode wordt toegepast;
-
of er kosten of aanvullende verplichtingen zijn.
Alleen naar het grote percentage bovenaan de aanbiedingspagina kijken, kan een verkeerd beeld geven.
Deposito levert meer op, maar geld staat vast
Spaarders die hun geld langere tijd kunnen missen, kunnen naar een deposito kijken. De hoogste rente voor een deposito van één jaar bedraagt volgens de actuele vergelijking 3,41 procent. Op €10.000 is dat bruto €341.
Bij een looptijd van tien jaar wordt maximaal 3,70 procent aangeboden. Zo’n lange periode brengt een andere afweging met zich mee. Het geld staat in beginsel vast en kan niet zonder gevolgen worden opgenomen wanneer onverwacht een nieuwe auto, reparatie of medische rekening moet worden betaald.
Bovendien kan een rente van 3,70 procent nu aantrekkelijk lijken, terwijl spaarrentes over enkele jaren hoger kunnen liggen. De spaarder zit dan nog steeds aan het oudere tarief vast. Andersom biedt een deposito bescherming wanneer de variabele rente daalt.
Een financiële buffer voor onverwachte kosten volledig voor tien jaar vastzetten, is daarom meestal geen verstandige keuze. Een deel vrij beschikbaar houden voorkomt dat iemand later duur moet lenen om een tegenvaller op te vangen.
Controleer ook de depositogarantie
Een hoge rente kan afkomstig zijn van een kleinere Nederlandse of Europese bank. Dat hoeft niet onveilig te zijn, maar spaarders moeten wel controleren onder welk depositogarantiestelsel de instelling valt.
Binnen de Europese Unie is spaargeld doorgaans tot €100.000 per persoon per bank beschermd. De uitvoering verloopt via het garantiestelsel van het land waar de bankvergunning is afgegeven. Bij een buitenlandse aanbieder kan de communicatie en uitbetaling daardoor anders verlopen dan bij een Nederlandse bank.
Let ook op of twee verschillende merknamen onder dezelfde bankvergunning vallen. Wie bij beide merken geld heeft staan, kan niet altijd tweemaal aanspraak maken op de maximale bescherming.
ECB beslist op 10 september opnieuw
De belangrijkste rente van de Europese Centrale Bank staat momenteel op 2,25 procent. Het volgende rentebesluit is voorzien voor 10 september. Banken volgen de ECB niet één op één, maar een wijziging kan uiteindelijk wel gevolgen hebben voor spaarders.
Grootbanken bepalen hun rente ook aan de hand van hun eigen behoefte aan spaargeld. Wanneer zij al ruim voldoende geld van klanten beschikbaar hebben, bestaat er minder noodzaak om met hoge percentages nieuwe spaarders te lokken.
Juist kleinere banken gebruiken een actierente om snel extra geld aan te trekken. Daar staat tegenover dat klanten na afloop van de actie zelf moeten opletten. Een aantrekkelijk kennismakingstarief kan ongemerkt veranderen in een middelmatige rente.
Het actuele verschil is groot genoeg om serieus naar te kijken. Wie €10.000 bij een bank met 1,25 procent laat staan, ontvangt bij gelijkblijvende tarieven €176 minder dan het theoretische jaarbedrag bij 3,01 procent. De beste keuze is echter niet automatisch de rekening met het grootste getal. De looptijd van de actie, toegankelijkheid van het geld en garantieregeling bepalen hoeveel van het beloofde rentevoordeel werkelijk overblijft.