Gaan jij en je partner uit elkaar en blijft je ex-partner in jullie gezamenlijke koophuis wonen, dan loopt er bij de
Belastingdienst vanaf de dag van je vertrek een harde termijn van 2 jaar. Zolang het korter dan 2 jaar geleden is dat je de woning hebt verlaten, mag je jouw aandeel in de hypotheekrente nog aftrekken in box 1. Zodra die 2 jaar om zijn, is jouw deel van het huis géén eigen woning meer, vervalt je
hypotheekrenteaftrek over je eigen schuldaandeel en verhuizen jouw aandeel in de woning en de schuld naar box 3.
Bij een echtscheiding of het beëindigen van een samenwoning duurt het regelmatig langer dan verwacht voordat de achterblijvende partner de ander heeft uitgekocht of de bank het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid heeft goedgekeurd. Wie in de tussentijd niet oplet op de exacte vertrekdatum en op de vraag wie welk deel van de hypotheekrente betaalt, kan daardoor duizenden euro's aan aftrek mislopen.
De 2-jaarstermijn begint op de dag nadat je de woning verlaat
De zogenoemde scheidingsregeling voor de eigen woning geldt als je (mede-)eigenaar van het huis bent, de woning verlaat en degene die in de woning blijft wonen op het moment van jouw vertrek je fiscale partner was. Ben je nog getrouwd, dan geldt de regeling ook als jullie duurzaam gescheiden gaan leven (dus niet als jullie alleen
op proef uit elkaar zijn). De termijn begint als de woning niet langer je hoofdverblijf is; voor de periode waarin de woning je hoofdverblijf was, kijkt de
Belastingdienst naar de datum waarop je woonadres is gewijzigd in de
Basisregistratie Personen (BRP).
Op de verdiepingspagina over
wat er na 2 jaar gebeurt rekent de Belastingdienst dat op dagbasis voor met een voorbeeld voor 2026: verliet je op 1 mei 2024 de gezamenlijke koopwoning en blijft je ex-partner er wonen, dan is het huis voor jou tot 1 mei 2026 nog een eigen woning in box 1. In je aangifte inkomstenbelasting over 2026 trek je jouw aandeel in de hypotheekrente daarom alleen nog af over januari tot en met april 2026 en geef je jouw deel van het eigenwoningforfait aan voor de periode van 1 januari tot en met 30 april 2026. Vanaf 1 mei 2026 vallen je aandeel in de woning en je aandeel in de schuld in box 3. Alleen over het jaar waarin jullie fiscaal partnerschap eindigde, mag je nog samen aangifte doen en het saldo van de eigen woning vrij verdelen. In dit voorbeeld kan dat over 2026 niet meer.
Verlaat ook je ex-partner binnen die 2 jaar de woning en zetten jullie het leegstaande huis te koop, dan gaat de verhuisregeling voor een te koop staande woning gelden tot en met 31 december van het derde kalenderjaar na het jaar waarin jij de woning verliet (bij een vertrek op 15 maart 2024 en verkoopstart op 1 juni 2025 loopt die termijn in het voorbeeld van de Belastingdienst tot en met 31 december 2027).
Rekenvoorbeeld met €8.000 hypotheekrente: eigen rente en partneralimentatie
Wie na het vertrek
welke hypotheekrente mag aftrekken, hangt af van ieders aandeel in de eigenwoningschuld én van de vraag of er een onderhoudsverplichting (partneralimentatie) is afgesproken. Als eigen hypotheekrente mag ieder namelijk alleen het rentedeel aftrekken dat hoort bij het eigen schuldaandeel.
In het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst is jouw aandeel in de
hypotheek 50 procent en is de totale rente €8.000. Betaalt ieder de eigen helft van €4.000, dan trekken jullie allebei €4.000 af als betaalde hypotheekrente (zolang voor de vertrekkende partner de termijn van 2 jaar nog niet voorbij is). Betaalt één van jullie de volledige €8.000 en neemt diegene de €4.000 van de ander voor eigen rekening op grond van een onderhoudsverplichting, dan trekt de betaler €4.000 (50 procent) af als eigen hypotheekrente en de andere €4.000 als betaalde partneralimentatie. De ex-partner moet die €4.000 in de aangifte opgeven als
ontvangen partneralimentatie in box 1 (waarover vooraf geen loonheffing is ingehouden en mogelijk ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet geldt), maar mag diezelfde €4.000 zelf weer aftrekken als eigen hypotheekrente zolang het huis voor diegene nog een eigen woning in box 1 is.
Betaalt één van jullie daarentegen de volledige €8.000 terwijl er
geen onderhoudsverplichting is en de ander het voorgeschoten bedrag ook niet hoeft terug te betalen (geen regresvordering), dan mag de betaler, als jullie geen fiscale partners meer zijn, alleen de eigen €4.000 aftrekken en kan geen van beiden de andere €4.000 aftrekken.
Gratis woongenot voor je ex en de valkuil ná 2 jaar
Ook het eigenwoningforfait (0,35 procent bij een WOZ-waarde van meer dan €75.000 tot en met €1.350.000 in 2026) loopt bij een onderhoudsverplichting via de partneralimentatie. Mag je ex-partner op basis van een alimentatieplicht in jouw deel van de woning blijven wonen zonder jou daarvoor een zakelijke huurvergoeding te betalen, dan geef jij als vertrekkende partner binnen de 2 jaar eerst jouw eigendomspercentage van het eigenwoningforfait aan bij je inkomen en trek je datzelfde bedrag weer af als betaalde partneralimentatie, terwijl je ex-partner dat bedrag opgeeft als ontvangen partneralimentatie (in het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst bij een WOZ-waarde van €200.000 en 50 procent eigendom gaat het om €350 per jaar).
Let extra op wat er verandert zodra de 2 jaar na je vertrek voorbij zijn. Betaal jij als vertrokken partner op grond van een onderhoudsverplichting alle hypotheekrente, dan vervalt na 2 jaar je hypotheekrenteaftrek over je eigen helft van de schuld (en je eigenwoningforfait in box 1), maar blijft de rente die je voor het schuldaandeel van je ex betaalt aftrekbaar als partneralimentatie. Woont je ex op basis van de alimentatieplicht gratis in jouw deel, dan geldt dat ook voor je aandeel in het eigenwoningforfait. Betaalt je achterblijvende ex-partner daarentegen op grond van een onderhoudsverplichting alle hypotheekrente (dus ook jouw helft), dan mag jij als vertrokken partner
na 2 jaar jouw deel van de rente niet meer aftrekken omdat je schuld in box 3 zit, terwijl je de door je ex voor jou betaalde rente wél moet blijven aangeven als ontvangen partneralimentatie in box 1.
Zowel voor de hypotheekrenteaftrek als voor de aftrek van betaalde partneralimentatie geldt in 2026 bij een
inkomen uit werk en woning (box 1) zonder aftrekposten van meer dan €78.426 een tariefsaanpassing van 11,94 procent op het schijftarief van 49,50 procent, waardoor beide aftrekposten tegen maximaal 37,56 procent aftrekbaar zijn.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.