Betaal je als
AOW'er nog hypotheekrente, dan levert die aftrek je meer op dan alleen minder inkomstenbelasting. Hij kan ook je ouderenkorting verhogen. Volgens de plannen voor 2027 krijg je in de afbouwzone voor elke €1.000 aftrek €150 extra ouderenkorting. Dat de aftrek zo doorwerkt, bevestigt het kabinet in de
antwoorden op Kamervragen over het Belastingplan 2027 van 9 oktober: de aftrek levert gepensioneerden samen zo'n €70 miljoen extra ouderenkorting op.
Het voordeel geldt niet voor iedereen. Het speelt alleen als je inkomen in de zone valt waar de ouderenkorting wordt afgebouwd.
Hoe de ouderenkorting in 2027 werkt
In dezelfde Kamerstukken staan de bedragen die het kabinet voor 2027 voorstelt:
- de ouderenkorting is €1.993;
- boven een verzamelinkomen van €46.577 wordt die korting afgebouwd;
- de afbouw is 15 procent van het inkomen boven die grens;
- de alleenstaande ouderenkorting van €547 komt er los bovenop en wordt niet afgebouwd.
Bij een verzamelinkomen van ongeveer €59.865 of meer is de ouderenkorting dus helemaal weg. Daartussen telt elke euro inkomen: elke €1.000 erbij kost je €150 korting, en elke €1.000 eraf levert €150 op.
Waarom je hypotheek meetelt
De ouderenkorting kijkt naar je verzamelinkomen. Hypotheekrente die je mag aftrekken, verlaagt dat inkomen. Daar staat het eigenwoningforfait tegenover, dat je inkomen juist verhoogt. Wat telt, is dus je aftrekpost: de betaalde rente min het forfait.
Valt je verzamelinkomen door die aftrekpost lager uit, dan wordt er minder ouderenkorting afgebouwd. Je merkt de aftrek zo twee keer: in de belasting op je inkomen en in een hogere korting.
Rekenvoorbeeld
Stel: je bent alleenstaand en hebt AOW en een aanvullend
pensioen. Je verzamelinkomen zou zonder hypotheek €51.000 zijn. Je betaalt nog rente op een hypotheek, en na aftrek van het eigenwoningforfait houd je een aftrekpost van €4.500 over.
- Zonder aftrek: €51.000 is €4.423 boven de grens. De afbouw is 15 procent daarvan, €663,45. Je ouderenkorting wordt €1.329,55.
- Met aftrek: je verzamelinkomen zakt naar €46.500, onder de grens. Je krijgt de volledige ouderenkorting van €1.993.
Dat scheelt €663,45 aan ouderenkorting, bovenop het gewone belastingvoordeel van de aftrek zelf. De alleenstaande ouderenkorting van €547 krijg je in beide gevallen.
Heb je een fiscale partner, dan heeft ieder een eigen verzamelinkomen en een eigen ouderenkorting. De aftrekpost voor jullie eigen woning mogen jullie onderling verdelen. Valt het inkomen van één van jullie in de afbouwzone, dan levert de aftrek bij die partner het meeste op.
Ligt je inkomen onder de €46.577, dan levert de aftrek geen extra ouderenkorting op: je hebt de volledige korting al. Zit je boven de €59.865, dan helpt een kleine aftrekpost ook niet, omdat je nog steeds geen korting krijgt.
Let op: je aftrek kan aflopen
Veel AOW'ers hebben een hypotheek die al lang loopt. De aftrek geldt
maximaal 30 jaar. Voor leningen van vóór 2001 is die periode op 1 januari 2001 gaan lopen. Daar stopt de aftrek dus eind 2030. Valt je aftrek weg, dan stijgt je verzamelinkomen en kan je ouderenkorting in één keer lager uitvallen.
Hetzelfde geldt als je je hypotheek aflost met spaargeld. Je bespaart dan rente, maar je verliest ook de aftrek, en mogelijk een deel van je ouderenkorting. Reken dat door voordat je beslist.
Wat je kunt doen
Kijk op je laatste aanslag inkomstenbelasting wat je verzamelinkomen was en hoeveel ouderenkorting je kreeg. Zit je inkomen tussen de €46.577 en €59.865, dan telt elke euro aftrek dubbel. Controleer of je voorlopige aanslag met je hypotheekrente rekent: anders krijg je het voordeel pas na je aangifte.
De bedragen voor 2027 zijn nog voorstellen uit het Belastingplan. De Tweede Kamer stemt er nog over. Je actuele kortingen staan op de
Belastingdienst-pagina over tarieven en heffingskortingen.