Wie nauwelijks eigen inkomen heeft, verwacht misschien ook niets terug van de Belastingdienst. Toch kan de algemene heffingskorting onder voorwaarden worden uitbetaald aan de minstverdienende fiscale partner. Voor mensen die vóór 1963 zijn geboren, bestaat die mogelijkheid nog. In 2026 bedraagt het algemene maximum €3.115, maar leeftijd, inkomen en de belasting van de partner bepalen hoeveel daarvan werkelijk kan worden ontvangen. Dat is vooral relevant voor huishoudens waarin één partner het grootste deel van het inkomen verdient. De ander heeft bijvoorbeeld jarenlang voor het gezin gezorgd, is gestopt met werken of verdient nog maar een klein bedrag.
De gedachte dat een belastingaangifte dan weinig zin heeft, kan verkeerd uitpakken. Bij deze regeling telt namelijk ook de fiscale situatie van de partner mee.
Waarom een korting toch tot een betaling kan leiden
Een heffingskorting verlaagt normaal gesproken de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen die iemand verschuldigd is. Bij weinig inkomen valt er soms onvoldoende belasting te verminderen. Een deel van de korting blijft dan onbenut.
Voor de betreffende groep oudere belastingplichtigen kan dat ongebruikte deel onder voorwaarden alsnog worden uitbetaald. Daarbij moet de fiscale partner voldoende belasting verschuldigd zijn. Ook geldt in beginsel dat je in het aangiftejaar meer dan zes maanden dezelfde fiscale partner hebt. Bij overlijden van de partner bestaat een uitzondering op die duurvoorwaarde.
Het gaat dus niet om een bedrag dat iedere Nederlander boven een bepaalde leeftijd krijgt. Alleen de geboortedatum controleren is onvoldoende.
De grens ligt bij 1 januari 1963
Voor deze uitbetaling maakt de geboortedatum een scherp onderscheid. Ben je geboren vóór 1 januari 1963, dan kun je ervoor in aanmerking komen. Voor de minstverdienende partner die daarna is geboren, is deze uitbetaling afgeschaft.
Dat verschil kan verklaren waarom twee huishoudens met ongeveer dezelfde inkomens toch een andere belastinguitkomst zien. De situatie van een buurvrouw, broer of vriendin is daardoor niet automatisch vergelijkbaar met die van jezelf.
Volgens de
actuele uitleg van de Belastingdienst is de maximale uitbetaling in 2026 €3.115. Voor 2025 noemt de dienst €3.068. Controleer bij een aanslag daarom altijd over welk belastingjaar deze gaat.
Waarom €3.115 geen vast bedrag is
De eigen AOW-leeftijd speelt eveneens mee. Wie heel 2026 de AOW-leeftijd heeft, heeft een lagere maximale algemene heffingskorting: €1.556. Bereik je die leeftijd gedurende het jaar, dan geldt een aangepaste berekening.
Ook kan een gedeelte van de korting al zijn gebruikt om belasting over je eigen inkomen te verminderen. Dat deel krijg je niet nogmaals als losse betaling.
Vergelijk daarom niet alleen het bedrag dat op de bankrekening verschijnt. Kijk in de belastingberekening hoeveel korting al is verwerkt en hoeveel eventueel wordt uitbetaald. Anders kan een verschil tussen twee jaren groter lijken dan het werkelijk is.
Ook de pensionering van je partner kan verschil maken
Er kan iets veranderen zonder dat je eigen inkomen stijgt. Gaat je partner met pensioen en daardoor minder belasting betalen, dan kan er minder ruimte zijn om jouw heffingskorting uit te betalen. Ook werken in het buitenland kan gevolgen hebben.
Voor een huishouden dat al jaren een teruggaaf ontvangt, verdient juist zo’n overgang aandacht. Het bedrag van vorig jaar is geen toezegging voor het volgende jaar.
Stel dat je partner halverwege het jaar stopt met werken. Gebruik dan bij een nieuwe berekening het verwachte inkomen over het hele kalenderjaar: zowel het salaris uit de eerste maanden als het pensioen daarna. Alleen het nieuwe maandbedrag maal twaalf nemen, geeft een verkeerd uitgangspunt.
De aangifte is het aanknopingspunt
Na de aangifte inkomstenbelasting beoordeelt de Belastingdienst automatisch of je recht hebt op uitbetaling. Een afzonderlijke aanvraag voor deze korting is dan niet nodig.
Automatisch beoordelen betekent wel dat de ingevulde gegevens moeten kloppen. Controleer vooral het eigen inkomen, het inkomen van de partner en het fiscale partnerschap. Vul ook kleine inkomsten in; laat een bedrag niet weg omdat je verwacht dat het weinig verschil zal maken.
Hebben jullie samen iemand die de aangifte verzorgt, stel dan een concrete vraag: is de uitbetaling van de algemene heffingskorting meegenomen, en welk bedrag volgt uit onze gegevens? Daarmee krijg je een bruikbaarder antwoord dan met de algemene vraag of alles goed is ingevuld.
Alvast geld ontvangen via een voorlopige aanslag
Een voorlopige aanslag kan ervoor zorgen dat je gedurende het jaar al een teruggaaf ontvangt. Het blijft een schatting. Bij de jaarlijkse belastingaangifte worden de eerder betaalde bedragen verrekend. De
Belastingdienst legt uit hoe een voorlopige aanslag werkt.
Wie zo’n maandelijkse betaling krijgt, doet er goed aan veranderingen meteen te verwerken. Denk aan nieuw werk, een hoger pensioen of het stoppen van inkomsten bij de partner.
Pak daarvoor de laatste voorlopige aanslag en de actuele inkomensgegevens van jullie beiden. Een correctie tijdens het jaar kan voorkomen dat geld dat al aan boodschappen of vaste lasten is besteed, later moet worden terugbetaald.