Wie deze zomer met de auto door Europa reist, kan met een goed geplande tankstop tientallen euro’s besparen. Vooral het verschil tussen tankstations langs de snelweg en pompen enkele kilometers verderop is in sommige landen opvallend groot.
In Duitsland kan het prijsverschil oplopen tot ongeveer 60 cent per liter. Bij een flinke tankbeurt levert een korte omweg daardoor al snel een besparing van €20 tot €30 op.
Spanje is nu gemiddeld goedkoper dan Luxemburg
Luxemburg gold jarenlang als het goedkope tankland van West-Europa. Volgens een actuele vergelijking van de ANWB is Spanje inmiddels gemiddeld iets voordeliger.
Langs de Spaanse snelweg kost benzine gemiddeld rond €1,64 per liter. Buiten de snelweg kunnen prijzen dalen tot ongeveer €1,46. In Luxemburg ligt de gemiddelde benzineprijs rond €1,65.
De verschillen lijken klein, maar lopen bij tientallen liters snel op. Wie 50 liter tankt tegen €1,46 in plaats van €1,65, betaalt ongeveer €9,50 minder.
De vergelijking laat ook zien dat Nederland juist tot de duurste landen behoort. Langs de Nederlandse snelweg kan de gemiddelde benzineprijs rond €2,43 liggen, tegenover ongeveer €2,20 bij een pomp vlak bij de snelweg.
De actuele verschillen zijn verzameld door de ANWB en beschreven door de
NOS in een overzicht van Europese brandstofprijzen.
Duitsland biedt de grootste besparing
De grootste winst zit niet altijd in het goedkoopste land, maar in de locatie van het tankstation.
In Duitsland kan een pompstation op maximaal twee kilometer van de route tot 60 cent per liter goedkoper zijn dan een tankstation direct aan de Autobahn. Bij 45 liter bedraagt het verschil €27.
Ook in Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland zijn de verschillen tussen snelwegstations en pompen daarbuiten relatief groot.
Luxemburg vormt een uitzondering. Daar werkt de overheid met landelijke maximumprijzen, waardoor een omweg voor een goedkoper station doorgaans weinig oplevert.
Bereken of de omweg echt loont
Niet iedere goedkopere pomp is automatisch voordeliger. Een omweg kost eveneens brandstof en tijd.
Stel dat een tankstation twaalf kilometer van de route ligt en de auto gemiddeld één liter per vijftien kilometer gebruikt. Voor heen en terug is dan ongeveer 1,6 liter brandstof nodig. Bij een literprijs van €1,70 kost die omweg circa €2,70.
Een prijsverschil van 10 cent bij 30 liter levert slechts €3 op. In dat geval blijft vrijwel geen besparing over. Bij een verschil van 40 of 60 cent is de omweg veel aantrekkelijker.
Controleer daarom:
-
hoeveel liter je werkelijk nodig hebt;
-
het prijsverschil per liter;
-
het aantal extra kilometers;
-
het verbruik van de auto;
-
en eventuele tol- of parkeerkosten.
Ook elektrisch snelladen is niet overal goedkoop
Elektrische rijders moeten eveneens vooraf vergelijken. Volgens de ANWB kost snelladen in de onderzochte landen gemiddeld ongeveer €0,76 per kWh. Spanje is met gemiddeld circa €0,60 relatief goedkoop.
Frankrijk kan eveneens gunstig zijn, vooral bij laadpunten bij winkelcentra en grote supermarkten. Een abonnement bij een laadexploitant kan de prijs verder verlagen.
Opvallend is dat onderweg snelladen per honderd kilometer in verschillende landen duurder kan uitpakken dan rijden op benzine of diesel. Wie thuis goedkoop laadt, merkt dat verschil niet altijd, maar tijdens een lange vakantierit kan de laadrekening stevig oplopen.
Tank niet pas wanneer de tank bijna leeg is
De eenvoudigste bespaarstrategie is vooruit plannen. Bekijk vóór vertrek waar de grote prijsverschillen zitten en tank ruim voordat de brandstofmeter in het rood komt.
Wie pas bij een bijna lege tank naar een pomp zoekt, heeft weinig keuze en belandt sneller bij een duur snelwegstation. Eén goed geplande afrit kan deze zomer dus meer opleveren dan allerlei kleine besparingen tijdens de rest van de vakantie.