Een lening afsluiten kost geld, maar een kredietverstrekker mag niet onbeperkt rente rekenen. Sinds 1 januari 2026 bedraagt de maximale kredietvergoeding in Nederland 12 procent per jaar. Dat is twee procentpunt minder dan de grens van 14 procent die daarvoor gold. Bij een openstaand krediet van €1.000 komt 12 procent neer op maximaal €120 rente per jaar. Het werkelijke bedrag kan lager uitvallen, omdat een consument tijdens de looptijd aflost en vervolgens alleen rente betaalt over het bedrag dat nog openstaat.
De nieuwe grens geldt voor alle vormen van consumptief krediet. Ook aanbieders van zeer korte flitskredieten moeten zich eraan houden. Dat bevestigt de
Rijksoverheid in haar actuele uitleg over de maximale kredietrente.
Waarom de maximale rente is gedaald
De maximale kredietvergoeding bestaat uit de wettelijke rente plus een vaste opslag van acht procentpunt. De wettelijke rente is op 1 januari 2026 verlaagd van 6 naar 4 procent.
Bij die 4 procent wordt de vaste opslag van 8 procentpunt opgeteld. Zo ontstaat het huidige maximum van 12 procent. De verlaging hangt samen met de ontwikkeling van de rente van de Europese Centrale Bank.
Het gaat nadrukkelijk om een wettelijke bovengrens. Kredietverstrekkers mogen dus minder rekenen en doen dat bij veel persoonlijke leningen ook. Een aanbod met 12 procent rente is niet automatisch een aantrekkelijke aanbieding. Het betekent alleen dat de aanbieder bij dit type krediet niet boven de toegestane grens uitkomt.
Wie verschillende leningen vergelijkt, moet daarom verder kijken dan de mededeling dat een aanbieder “binnen de wettelijke norm” blijft. Vrijwel iedere legale aanbieder hoort immers aan die norm te voldoen.
€1.000 lenen betekent niet altijd precies €120 rente
Het rekenvoorbeeld met €1.000 en €120 maakt de grens begrijpelijk, maar de praktijk is iets genuanceerder.
Wanneer je een jaar lang €1.000 open laat staan en niets aflost, levert 12 procent rente inderdaad €120 op. Bij een gewone persoonlijke lening wordt meestal iedere maand een deel van de hoofdsom terugbetaald. Daardoor daalt het bedrag waarover rente wordt berekend.
Stel dat iemand €1.000 leent en gedurende het jaar in gelijke delen aflost. Het openstaande bedrag is dan aan het einde van het jaar geen €1.000 meer. De werkelijk berekende rente hoort daardoor lager uit te komen dan €120.
De maandtermijn bestaat ondertussen uit twee delen: aflossing en kredietkosten. Wie uitsluitend naar het maandbedrag kijkt, ziet niet meteen welk deel de prijs van het lenen vormt.
Een looptijd van vier jaar kan bijvoorbeeld een lager maandbedrag opleveren dan een looptijd van twee jaar, terwijl de consument door de langere periode uiteindelijk meer rente betaalt. Vraag daarom altijd naar het totale bedrag dat over de volledige looptijd moet worden terugbetaald.
De grens geldt ook voor flitskredieten
Voor flitskredieten geldt geen afzonderlijke, hogere rentegrens. Ook leningen met een looptijd korter dan drie maanden vallen onder het maximum van 12 procent.
Juist bij kleine, kortlopende leningen is het verstandig om scherp op bijkomende voorwaarden te letten. Een aanbieder kan de lening presenteren als een snelle oplossing voor een rekening of onverwachte uitgave. Door het lage leenbedrag lijkt de schade beperkt, maar verplichte kosten kunnen relatief zwaar op het geleende bedrag drukken.
De wettelijke regels mogen niet eenvoudig worden omzeild door noodzakelijke kredietkosten een andere naam te geven. Kijk in de overeenkomst naar het jaarlijkse kostenpercentage en vraag uitleg als verplichte kosten niet duidelijk in het aanbod zijn verwerkt.
Wees extra voorzichtig met buitenlandse aanbieders die vanuit Nederland lastig bereikbaar zijn of die om een betaalde “garantsteller” vragen. Controleer vóór het afsluiten of de aanbieder over de noodzakelijke vergunning beschikt. Dat kan via het
register van de Autoriteit Financiële Markten.
Zo controleer je een bestaande lening
Heb je al een persoonlijke lening, doorlopend krediet of ander consumentenkrediet, zoek dan eerst de kredietovereenkomst of het meest recente rekeningoverzicht op. Noteer vervolgens:
-
Het actuele rentepercentage;
-
Het bedrag dat nog openstaat;
-
De resterende looptijd;
-
Het maandelijkse aflossingsbedrag;
-
Eventuele verplichte bijkomende kosten;
-
Het totaal dat je volgens de aanbieder nog moet terugbetalen.
Een bestaand contract hoeft niet automatisch goedkoop te zijn omdat de wettelijke bovengrens is gedaald. Controleer welk rentepercentage daadwerkelijk wordt toegepast en of dat percentage kan veranderen. Bij variabele rente kan de vergoeding gedurende de looptijd bewegen, zolang de aanbieder binnen de wettelijke grens en de contractvoorwaarden blijft.
Kom je een percentage boven 12 procent tegen, vraag de kredietverstrekker dan om een schriftelijke verklaring. Controleer daarbij of je naar het actuele rentepercentage kijkt en niet naar oude informatie uit een eerdere periode.
Lost de aanbieder een duidelijke fout niet op, dan kan een formele klacht worden ingediend. Afhankelijk van de situatie kan een consument daarna terecht bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening of juridisch advies inwinnen.
Goedkoper lenen blijft duurder dan sparen
De verlaging van 14 naar 12 procent is gunstig voor consumenten, maar lenen blijft een kostbare manier om een aankoop te financieren. Zeker wanneer het maximale tarief wordt gerekend.
Voor een noodzakelijke uitgave kan krediet soms onvermijdelijk zijn. Toch loont het om eerst te kijken of de aankoop kan worden uitgesteld, in termijnen uit eigen inkomen kan worden betaald of met spaargeld kan worden opgevangen. Houd daarbij wel een redelijke buffer over voor nieuwe tegenslagen.
Wie toch leent, heeft het meeste aan drie concrete cijfers: de rente, de looptijd en het totale terug te betalen bedrag. Een kleine maandtermijn klinkt vriendelijk, maar vertelt zelden het hele verhaal.
De nieuwe grens van 12 procent biedt bescherming tegen extreem hoge kredietrente. Het is alleen geen kwaliteitsstempel. Een lening van €1.000 kan bij het maximum theoretisch €120 rente per jaar kosten. De verstandigste vergelijking begint daarom niet bij de vraag hoeveel je maximaal mág betalen, maar hoeveel je werkelijk gaat betalen.