Een salarisverhoging klinkt vrijwel altijd als goed nieuws. Toch kan een hoger inkomen gevolgen hebben die pas maanden later zichtbaar worden. Wie zorgtoeslag ontvangt en gedurende 2026 meer gaat verdienen, kan minder toeslag krijgen of het recht erop helemaal verliezen.
Voor iemand zonder toeslagpartner ligt de maximale inkomensgrens dit jaar op €40.857. Met een toeslagpartner mag het gezamenlijke toetsingsinkomen niet hoger zijn dan €51.142.
Komt het inkomen boven de toepasselijke grens uit, dan bestaat over 2026 geen recht op zorgtoeslag. Wie de inkomensschatting niet aanpast, kan de toeslag ondertussen gewoon op de rekening blijven ontvangen. Na afloop van het jaar volgt dan mogelijk een terugvordering.
Niet alleen je gewone salaris telt mee
Dienst
Toeslagen kijkt naar het toetsingsinkomen. Dat is ongeveer het brutojaarinkomen, maar het bedrag kan iets hoger uitvallen. Onder meer vakantiegeld, een bonus en ontvangen partneralimentatie kunnen meetellen.
Een maandelijkse loonstrook geeft daarom niet altijd meteen het juiste antwoord. Iemand die €3.200 bruto per maand verdient, kan niet zonder meer €3.200 met twaalf vermenigvuldigen en concluderen dat het jaarinkomen €38.400 is. Vakantiegeld, een dertiende maand, overwerk of een eindejaarsuitkering kunnen het toetsingsinkomen verder verhogen.
Op de pagina met
de officiële inkomensgrenzen voor zorgtoeslag bevestigt Dienst Toeslagen dat een alleenstaande in 2026 maximaal €40.857 mag verdienen. Voor toeslagpartners geldt gezamenlijk €51.142.
Ter vergelijking: in 2025 lagen de grenzen op respectievelijk €39.719 en €50.206. De grenzen zijn dus verhoogd, maar een salarisverhoging kan iemand alsnog boven het nieuwe maximum brengen.
Een hoger inkomen betekent niet direct dat alles verdwijnt
Wie meer gaat verdienen, raakt de zorgtoeslag niet bij de eerste extra euro volledig kwijt. De toeslag wordt normaal gesproken geleidelijk lager naarmate het inkomen stijgt. Pas boven de maximale inkomensgrens vervalt het recht helemaal.
Juist daardoor kan het probleem onopgemerkt blijven. De maandelijkse toeslag wordt berekend op basis van een geschat jaarinkomen. Als die schatting nog is gebaseerd op het oude
salaris, blijft de Belastingdienst een te hoog voorschot uitbetalen.
Dienst Toeslagen adviseert mensen daarom
een inkomenswijziging meteen door te geven. Dat kan via Mijn toeslagen of de app Toeslagen.
Na de wijziging wordt het maandelijkse voorschot opnieuw berekend. Dat kan een lagere betaling of het volledig stopzetten van de zorgtoeslag betekenen. Dat is vervelend voor het maandbudget, maar voorkomt dat later een groot bedrag moet worden terugbetaald.
Met een partner telt het gezamenlijke inkomen
Heb je een toeslagpartner, dan kijkt Dienst Toeslagen naar jullie gezamenlijke toetsingsinkomen. Een salarisverhoging van je partner kan dus ook gevolgen hebben voor de toeslag die op jouw rekening wordt gestort.
De gezamenlijke grens van €51.142 is aanzienlijk lager dan tweemaal de grens voor een alleenstaande. Een stel dat ieder iets meer dan €25.500 aan toetsingsinkomen heeft, zit al rond het maximum.
Ook een verandering in de persoonlijke situatie kan van invloed zijn. Gaan partners samenwonen, trouwen of juist uit elkaar, dan kan veranderen wie als toeslagpartner wordt aangemerkt en welk inkomen meetelt.
Geef daarom niet alleen veranderingen in salaris door, maar controleer ook of de huishoudsituatie bij Dienst Toeslagen nog correct staat geregistreerd.
Spaargeld en ander vermogen kunnen eveneens meetellen
Naast het inkomen geldt een afzonderlijke vermogenstoets. Voor zorgtoeslag wordt gekeken naar het vermogen op 1 januari van het betreffende jaar.
Een alleenstaande mocht op 1 januari 2026 maximaal €146.011 aan vermogen hebben. Voor iemand met een toeslagpartner bedraagt de gezamenlijke grens €184.633. Deze bedragen staan in het
overzicht van de vermogensgrenzen voor zorgtoeslag.
Niet alleen geld op een spaarrekening kan als vermogen gelden. Ook bepaalde beleggingen en bijvoorbeeld een vakantiehuis kunnen meetellen. De eigen woning waarin je woont, wordt normaal gesproken niet als vermogen voor deze toets behandeld.
De peildatum is belangrijk. Wie op 1 januari boven de vermogensgrens zat, kan over het gehele jaar geen recht op zorgtoeslag hebben, ook wanneer het vermogen later afneemt. Andersom kan iemand die op de peildatum onder de grens zat gedurende het jaar boven het bedrag uitkomen zonder onmiddellijk het recht over dat jaar te verliezen.
Controleer het verwachte jaarbedrag na iedere verandering
Een nieuwe baan, salarisverhoging, extra uren, bonus of pensioenuitkering is een goed moment om een proefberekening te maken. Gebruik daarbij niet alleen het vaste maandloon, maar neem ook vakantiegeld en andere verwachte inkomsten mee.
Ligt het geschatte inkomen dicht bij €40.857 of gezamenlijk bij €51.142, bouw dan enige veiligheidsmarge in. Het is mogelijk een schatting later opnieuw aan te passen wanneer de situatie verandert.
Wie liever niet het risico loopt op een terugvordering, kan het inkomen iets hoger inschatten. Blijkt na afloop van het jaar dat toch recht bestond op meer zorgtoeslag, dan wordt het resterende bedrag bij de definitieve berekening alsnog toegekend.
Meer verdienen blijft natuurlijk positief. Maar wie toeslagen ontvangt, moet verder kijken dan het hogere nettoloon van deze maand. Een snelle controle van het verwachte jaarinkomen kan voorkomen dat de salarisverhoging volgend jaar alsnog wordt gevolgd door een rekening van de Belastingdienst.