Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Medewerkers van onderwijsadviesbureaus krijgen vanaf vandaag 1,25 procent extra salaris

Economie01 sep , 19:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Werknemers die onder de cao Groep Arbeidsvoorwaarden Onderwijsadviesbureaus vallen, krijgen vanaf 1 september een structurele salarisverhoging van 1,25 procent.
Het is de tweede loonstap van 2026. Op 1 januari werden de salarissen al met 2,5 procent verhoogd. De nieuwe stijging komt daar bovenop en hoort zichtbaar te worden in het loon over september.
Bij een bruto maandloon van €3.000 betekent 1,25 procent een verhoging van €37,50 bruto. Bij €4.000 is het verschil €50 bruto per maand. Het bedrag dat netto overblijft, hangt af van belastingen, premies en persoonlijke heffingskortingen.

Tweede verhoging binnen één jaar

De huidige cao loopt van 1 januari tot en met 31 december 2026. Vakbonden en werkgevers spraken twee structurele verhogingen af:
  • 2,5 procent per 1 januari 2026;
  • 1,25 procent per 1 september 2026.
Omdat de tweede stap over het sinds januari verhoogde salaris wordt berekend, is de totale stijging iets hoger dan 3,75 procent wanneer de percentages na elkaar worden toegepast.
Iemand die eind 2025 precies €3.000 bruto verdiende, kwam na de eerste verhoging uit op €3.075. De nieuwe verhoging van 1,25 procent wordt daarover berekend en bedraagt €38,44. Het nieuwe salaris wordt in dit rekenvoorbeeld ongeveer €3.113,44 bruto.
Dat is iets meer dan wanneer beide percentages simpelweg bij elkaar worden opgeteld en over het oude loon worden berekend.

Wie valt onder deze cao?

Onderwijsadviesbureaus ondersteunen scholen en andere onderwijsorganisaties. Medewerkers houden zich bijvoorbeeld bezig met kwaliteitsverbetering, opleiding, onderzoek, begeleiding, organisatieontwikkeling en advisering.
Niet iedere externe adviseur die voor een school werkt, valt automatisch onder deze cao. Een zelfstandige, medewerker van een commercieel adviesbedrijf of werknemer van een onderwijsinstelling kan een andere regeling hebben.
De arbeidsovereenkomst en loonstrook moeten duidelijkheid geven. Daar kan de afkorting GAO worden gebruikt: Groep Arbeidsvoorwaarden Onderwijsadviesbureaus.
De Algemene Onderwijsbond vermeldt beide structurele loonstappen. Ook CNV heeft de verhoging per 1 september in het cao-akkoord opgenomen.

Vast contract als uitgangspunt

De cao bevat meer dan alleen salarisafspraken. Voor structureel werk is een vast contract het uitgangspunt.
Een werkgever kan een nieuwe medewerker eerst een tijdelijk contract van een jaar aanbieden, maar daarbij hoort in beginsel uitzicht op een vaste overeenkomst. Alleen in bijzondere situaties kan van dat uitgangspunt worden afgeweken.
Dat geeft werknemers niet automatisch na precies twaalf maanden een vast dienstverband in iedere denkbare situatie. De bepaling versterkt wel hun positie wanneer zij jaar na jaar tijdelijk worden ingezet voor werk dat binnen de organisatie gewoon blijft bestaan.
Ook werkdruk en duurzame inzetbaarheid krijgen aandacht. Werkgever en medezeggenschap moeten daarover op organisatieniveau afspraken maken en periodiek bespreken hoe de werkbelasting zich ontwikkelt.

Reiskosten kunnen per organisatie verschillen

Bij de cao van onderwijsadviesbureaus is niet ieder praktisch bedrag landelijk identiek vastgelegd. Over reiskosten kunnen op ondernemingsniveau afspraken worden gemaakt tussen werkgever en medezeggenschap.
Dat is relevant omdat medewerkers geregeld verschillende scholen of opdrachtgevers bezoeken. De werkelijke kosten kunnen daardoor hoger zijn dan bij iemand met één vaste kantoorlocatie.
Controleer welke regeling binnen de eigen organisatie geldt voor:
  • woon-werkverkeer;
  • zakelijke ritten;
  • openbaar vervoer;
  • parkeerkosten;
  • thuiswerkdagen;
  • reistijd tussen twee afspraken.
De landelijke fiscale ruimte voor een onbelaste kilometervergoeding bepaalt alleen wat belastingvrij mág worden betaald. Zij verplicht een werkgever niet automatisch het maximale bedrag te vergoeden.

Zo controleer je de verhoging

Vergelijk de salarisstrook van september met die van augustus. Kijk eerst naar het bruto schaalbedrag bij hetzelfde aantal uren.
Een parttimer krijgt dezelfde procentuele verhoging, maar het absolute bedrag wordt berekend over het deeltijdsalaris. Iemand die halverwege september meer of minder uren gaat werken, kan op de strook twee afzonderlijke berekeningen zien.
Controleer daarnaast of een periodieke verhoging wegens ervaring niet per ongeluk is verward met de algemene cao-stijging. Een periodiek en de collectieve verhoging zijn twee verschillende zaken. Wanneer iemand recht heeft op beide, moeten ze in beginsel allebei correct worden verwerkt.
Ook toeslagen die rechtstreeks aan het salaris zijn gekoppeld, kunnen meestijgen. Vaste onkostenvergoedingen veranderen niet noodzakelijk.

Structureel voordeel loopt door

De verhoging van 1,25 procent klinkt bescheiden. Bij een salaris van €3.000 vóór deze tweede stap gaat het om €37,50 bruto per maand en €450 bruto over twaalf maanden.
Daar kan extra vakantiegeld en pensioenopbouw overheen komen. Bovendien vormt het nieuwe bedrag de basis voor latere loonstappen.
De verhoging is dus wezenlijk anders dan een eenmalige uitkering. Ze blijft na september onderdeel van het salaris.
Voor medewerkers van onderwijsadviesbureaus is de belangrijkste controle eenvoudig: staat op de eerstvolgende volledige salarisstrook hetzelfde aantal uren, maar een 1,25 procent hoger bruto cao-loon? Als dat niet zo is, moet de werkgever kunnen uitleggen waarom de nieuwe afspraak nog niet of anders is verwerkt.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading