Wie een AIO-aanvulling ontvangt en langere tijd naar het buitenland wil, moet ook naar de leeftijd van de partner kijken. Voor iemand met de AOW-leeftijd geldt maximaal dertien weken per jaar. Heeft de partner die leeftijd nog niet bereikt, dan geldt voor die partner een grens van vier weken. Langer wegblijven kan daardoor het gezamenlijke inkomen raken. Een paar weken bij familie, een langer verblijf in een betaalbaar appartement of de winter doorbrengen in een warmer land: zodra vertrek en terugkeer worden gepland, telt iedere dag. Zeker wanneer twee partners binnen dezelfde regeling verschillende grenzen hebben.
Daar komt nog iets bij. De jaarwisseling geeft geen vrijbrief om de toegestane perioden achter elkaar te plakken. Een verblijf dat in december begint, wordt op 1 januari niet automatisch een nieuwe reis.
Eerst controleren welke aanvulling je krijgt
De AIO is de aanvullende inkomensvoorziening ouderen. Zij is bedoeld voor mensen die in Nederland wonen en vanaf de
AOW-leeftijd een inkomen onder het sociaal minimum hebben. Ook het gezamenlijke inkomen met een partner kan daarbij een rol spelen.
Volgens de SVB krijgen partners
ieder de helft van de AIO-aanvulling. Dat maakt het belangrijk om de situatie van allebei te bekijken.
De regels in dit artikel gaan over deze aanvulling. Trek ze niet zonder meer door naar iedereen die AOW ontvangt. Pak bij twijfel de laatste beslissing van de SVB erbij: staat daarin AIO, AOW of allebei?
Voor een reisbegroting helpt het om die inkomsten afzonderlijk op te schrijven. Zo zie je welk bedrag afhankelijk is van de voorwaarden van de aanvulling.
Dertien weken voor de een, vier voor de ander
De SVB staat bij AIO maximaal 91 dagen verblijf buiten Nederland per jaar toe. Dat zijn dertien weken. Heeft je partner eveneens de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt die termijn ook voor de partner.
Voor een partner onder de AOW-leeftijd ligt de grens op 28 dagen, oftewel vier weken. In het overzicht van
wijzigingen die gevolgen hebben voor de AIO vermeldt de SVB dat de aanvulling voor die partner stopt wanneer deze langer buiten Nederland verblijft.
Een gezamenlijke vakantie van zes weken kan daardoor verschillend uitpakken voor twee mensen die op dezelfde dag vertrekken en terugkomen. De oudere partner blijft met die reis op zichzelf binnen dertien weken; de jongere partner gaat over vier weken heen.
Laat bij zo’n plan vooraf berekenen wat er met het huishoudinkomen gebeurt. Ga niet uit van een halvering van alle inkomsten, maar ook niet van volledige doorbetaling omdat één van beiden binnen de eigen termijn blijft.
Eerdere vakanties tellen ook mee
De grens gaat over de totale verblijfsduur in een jaar. Het is dus verstandig om verder terug te kijken dan de reis die nu wordt geboekt.
Was je in het voorjaar al bij familie? Of ben je in de zomer enkele weken weggeweest? Zet die perioden naast het nieuwe reisplan. Doe dat voor beide partners afzonderlijk, zeker als jullie niet steeds samen hebben gereisd.
Een eenvoudig overzicht volstaat: vertrek, terugkeer en bestemming. Laat bij twijfel de SVB bevestigen hoe de dagen in jullie concrete situatie worden geteld. Rond een grens is een globale herinnering als ‘ongeveer een maand’ te onnauwkeurig.
Bewaar ook de oorspronkelijke boeking als een reis later wordt veranderd. Daarmee kun je terugvinden wat aanvankelijk gepland was en wanneer het verblijf is verlengd.
De jaarwisseling geeft geen dubbele ruimte
Wie een deel van december en een deel van januari weg wil, krijgt met twee kalenderjaren te maken. Toch mag het aaneengesloten verblijf voor een AIO-gerechtigde met de AOW-leeftijd niet boven 91 dagen uitkomen.
De SVB benoemt deze beperking uitdrukkelijk bij
verblijf buiten Nederland met een AIO-aanvulling. Op die pagina staat ook dat je na terugkeer opnieuw een aanvulling moet aanvragen als die vanwege een te lang verblijf is gestopt.
Een retourticket in het nieuwe jaar lost een overschrijding dus niet vanzelf op. Controleer zowel het jaartotaal als de lengte van de doorlopende reis.
Regel de melding voordat er onduidelijkheid ontstaat
Niet ieder kort verblijf hoeft te worden gemeld. De SVB noemt voor de AOW-gerechtigde de overschrijding van 91 dagen per jaar en voor de jongere partner die van 28 dagen. Verandert de planning onderweg, beoordeel dan opnieuw of een melding nodig is.
Een wijziging kan via Mijn SVB worden doorgegeven. Volgens de
procedure voor het wijzigen van AIO-gegevens doet de persoon die de post van de SVB ontvangt dat. Online hulp kan via DigiD Machtigen worden geregeld; er is ook een papieren route.
Zet bij het boeken daarom niet alleen de huur van de vakantiewoning en de tickets op papier. Noteer ook welke inkomsten tijdens het verblijf zeker doorlopen en welke vraag nog bij de SVB ligt. Een goedkope overwintering kan anders duurder uitvallen dan een kortere reis waarbij de aanvulling behouden blijft.