Een dag minder werken of overstappen naar een baan die minder betaalt: voor 51 procent van de ondervraagden in nieuw onderzoek van De Unie is dat financieel geen haalbare keuze. Zij verwachten daardoor in de problemen te komen. Van dezelfde groep ziet 31 procent die mogelijkheid wel en weet 18 procent het niet.
De uitkomst staat in het
onderzoek naar inkomens- en uitgavenzekerheid, dat de
vakbond op 22 oktober presenteerde. De vraag over loopbaankeuzes is beantwoord door 1.112 mensen. Het gaat om hun eigen inschatting, niet om een voor ieder huishouden doorgerekend budget.
Wat is er precies onderzocht?
Het volledige onderzoek omvat 1.500 middelbaar en hoger opgeleide volwassenen die geen lid zijn van De Unie. De vragen zijn tussen 16 juli en 16 augustus 2026 ingevuld. De genoemde 51 procent is afkomstig uit een deelgroep van werkenden en mensen die werkloos of werkzoekend zijn.
De vraag ging over loopbaankeuzes, met minder betaald
werk en minder uren als voorbeelden. Het percentage staat dus niet voor alle Nederlanders die specifiek een vierdaagse werkweek willen. Die beperking is belangrijk bij het lezen van de uitkomst.
Een hoger inkomen geeft nog geen zekerheid
In de
toelichting bij het onderzoek legt De Unie de nadruk op onzekerheid over noodzakelijke uitgaven. Volgens het rapport bestaat de meeste onzekerheid over de kosten van energie, levensmiddelen, huur, zorgverzekering en woningonderhoud.
Het beeld is niet dat inkomens overal achteruitgaan. De Unie ziet ook positieve inkomensontwikkelingen. De zorg zit in de voorspelbaarheid van de rekening: hoeveel blijft er straks over, en durf je op basis daarvan een vaste werkdag op te geven?
Dat zijn twee verschillende vragen. Deze maand rondkomen zegt weinig over de ruimte om structureel minder te verdienen. Om die keuze te beoordelen, moet je ook uitgaven meenemen die maar één keer per jaar komen.
Van 40 naar 32 uur: eerst de bruto rekensom
Neem een fictieve werknemer die bij 40 uur per week €4.000 bruto per maand verdient. Bij hetzelfde uurloon en een evenredige verlaging naar 32 uur wordt dat €3.200 bruto. De werkweek en het vaste brutomaandloon dalen allebei met 20 procent.
Het verschil is €800 bruto per maand, of €9.600 over twaalf maanden. Vakantiegeld, bonussen, pensioenpremies en andere looncomponenten zijn in dit eenvoudige voorbeeld buiten beschouwing gelaten.
Dat betekent niet dat er ook €800 minder op de bankrekening verschijnt. Het nettoverschil hangt onder meer af van belasting, heffingskortingen en de inhoudingen op het loon. Vraag de salarisadministratie daarom om een berekening voor het gewenste aantal uren.
Laat daarbij ook zien vanaf welke maand je minder wilt werken. Een wijziging in november heeft voor het jaarinkomen een ander effect dan dezelfde wijziging vanaf januari.
Neem toeslagen en kosten mee
Met de
WerkUrenBerekenaar van het Nibud kun je de gevolgen van meer of minder werken voor het besteedbare
inkomen verkennen. Gebruik daarvoor actuele gegevens van jezelf en, als die relevant zijn, je partner.
Maak daarnaast een eigen vergelijking van de uitgaven. Minder werken kan schelen in reiskosten of betaalde opvang, maar alleen als die kosten daadwerkelijk dalen. Een vrije woensdag levert bijvoorbeeld geen lagere opvangrekening op zolang je hetzelfde aantal opvanguren blijft afnemen.
Volgens
Dienst Toeslagen moet je een veranderd inkomen zelf doorgeven. Voor de berekening telt het jaarinkomen. Kijk dus naar wat je in het hele kalenderjaar verwacht te verdienen, inclusief de maanden waarin je nog meer werkte.
DDS beschreef eerder hoe
een terugbetalingsbrief voor zorgtoeslag mensen kan verrassen. Een nieuwe loonstrook is daarom ook een moment om je inkomensschatting bij
toeslagen na te lopen.
Kijk verder dan de eerstvolgende loonstrook
Vraag bij je werkgever of pensioenuitvoerder ook wat de verandering doet met je toekomstige pensioen en eventuele dekking voor je partner. Laat zulke gevolgen apart berekenen; een verschil in de maandelijkse looninhouding vertelt niet het hele verhaal.
Overweeg je tegelijkertijd een andere werkgever, controleer dan welke pensioenregeling daar geldt. DDS legde uit hoe
een baanwissel de compensatie bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kan raken. Dat is een afzonderlijk punt naast de hoogte van je salaris.
Zet uiteindelijk drie bedragen onder elkaar: het verwachte nieuwe netto-inkomen, de noodzakelijke uitgaven en wat je wilt reserveren voor jaarlijkse rekeningen en tegenvallers. Bespreek daarna welke uren je wilt veranderen. Zo wordt een begrijpelijke wens om meer tijd vrij te maken een beslissing met bedragen die bij jouw huishouden horen.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.