Een baan met minder salaris aannemen hoeft niet te betekenen dat ook je latere WW lager uitvalt. Onder voorwaarden beschermt UWV het eerdere, hogere dagloon. Die bestaande regeling kan van belang zijn wanneer je nieuwe baan onverwacht eindigt. Twee routes naar bescherming
UWV noemt twee situaties waarin het garantiedagloon kan gelden. In beide gevallen moet je bij de eerdere werkgever minimaal een jaar hebben gewerkt.
Bij een rechtstreekse overstap moet de nieuwe baan aansluiten op de oude, zonder WW ertussen. Word je daarna werkloos en heb je recht op WW, dan mogen tussen het einde van de oude en de laatste baan maximaal 54 weken zitten.
Had je tussendoor wel WW, dan gelden andere voorwaarden. Je oude
uitkering herleeft niet, maar je krijgt een nieuw WW-recht. Dat moet beginnen binnen een jaar na de start van de eerdere WW.
UWV controleert bij een nieuwe aanvraag automatisch of deze bescherming van toepassing is.
De voorwaarden staan op de UWV-pagina over de hoogte van de WW.
De bedoeling is dat lager betaald werk geen extra nadeel geeft
Een overstap kan om allerlei redenen aantrekkelijk zijn: ander werk, betere uren of eenvoudigweg een baan die op dat moment beschikbaar is. De loonstrook is daarbij maar één onderdeel van de afweging.
Zonder bescherming zou lager betaald werk ook kunnen doorwerken in de berekening van een volgende uitkering. De
toelichting bij de invoering van de algemene dagloongarantie noemt daarom expliciet het wegnemen van die belemmering.
Denk aan een werknemer die na enkele jaren bij een werkgever direct overstapt en bij de nieuwe werkgever minder verdient. Als die baan na acht maanden eindigt, is het zinvol om bij een WW-aanvraag ook de eerdere dienstbetrekking te betrekken. Dat voorbeeld valt binnen de genoemde termijn, maar zegt op zichzelf nog niet of aan alle overige voorwaarden is voldaan.
Het blijft bescherming van een berekeningsgrondslag. Het is geen afspraak dat je oude werkgever of UWV het salarisverschil tijdens je nieuwe baan aanvult.
Je laatste loonstrook is niet de hele berekening
UWV berekent een uitkering aan de hand van het
loon waarover sociale premies worden betaald: het sv-loon. Daarbij wordt naar een referteperiode gekeken. De berekening is dus uitgebreider dan het overnemen van het nettobedrag dat de laatste maand op je rekening kwam.
Ook de verwerking van vakantiegeld en bepaalde opgebouwde arbeidsvoorwaardenbedragen speelt mee. UWV beschrijft op zijn
uitlegpagina over het dagloon hoe deze onderdelen worden behandeld.
Dat verklaart waarom twee mensen met ongeveer hetzelfde nettoloon toch niet vanzelf op dezelfde uitkering uitkomen. Het nettobedrag wordt bovendien beïnvloed door belastinginhoudingen. Een vergelijking tussen alleen de bankafschriften kan daardoor misleiden.
Vraag bij een onduidelijke beschikking welke loonperiode en welke loongegevens zijn gebruikt. Daarmee krijg je een veel bruikbaarder antwoord dan met alleen de vraag waarom het maandbedrag lager is dan verwacht.
Recht, hoogte en duur zijn afzonderlijke vragen
Voordat de hoogte wordt vastgesteld, moet er recht op WW bestaan. UWV kijkt onder meer naar je gewerkte weken, verloren arbeidsuren en beschikbaarheid voor werk. Ook de reden waarom je werkloos werd kan van belang zijn.
Bekijk de algemene voorwaarden voor WW.
De duur volgt weer uit andere regels. Wie aan de wekeneis voldoet, krijgt in beginsel drie maanden WW. Voor een langere duur tellen de jareneis en het arbeidsverleden mee. Een beschermd dagloon maakt de uitkering dus niet automatisch langer.
UWV legt uit hoe de uitkeringsduur wordt bepaald.
Daarnaast blijft het uitkeringspercentage een afzonderlijk onderdeel. DDS legde eerder uit
waarom de WW vanaf de derde maand lager kan worden. Dat staat los van de vraag welk inkomen als basis voor de berekening wordt gebruikt.
Wie een overstap overweegt, heeft daarom meer nodig dan een berekening met het oude salaris. Laat ook de gevolgen van de contractvorm en het einde van de oude arbeidsovereenkomst meewegen.
Controleer de gegevens die UWV al heeft
In Mijn UWV kun je je arbeidsverleden en geregistreerde loongegevens bekijken. Bij het arbeidsverleden zijn per jaar de werkgevers en gewerkte uren te controleren. De looninformatie laat het sv-loon over verschillende perioden zien.
Ontbreekt een werkgever of klopt een loonbedrag niet, dan biedt UWV een correctieverzoek aan. Vergelijk de registratie met je eigen loonstroken en bewaar de begin- en einddata van beide banen. Juist bij opeenvolgende dienstverbanden helpen die documenten om de tijdlijn helder te krijgen.
Bewaar dat bericht samen met je uitkeringsbesluit en vraag gericht om uitleg als de gebruikte gegevens niet overeenkomen. De automatische controle door UWV is nuttig, maar een leesbare onderbouwing van je eigen arbeidsverleden blijft waardevol.