Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

WW daalt vanaf de derde maand

Economie12 sep , 17:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
De eerste WW-uitkering geeft enig houvast nadat je baan is weggevallen. Maar wie zijn nieuwe maandbudget volledig op die eerste periode baseert, kan kort daarna opnieuw moeten bijstellen.
De WW bedraagt de eerste twee maanden 75 procent van het WW-maandloon. Vanaf de derde maand wordt dat 70 procent.
Bij een WW-maandloon van €3.000 gaat het in een eenvoudige brutoberekening om €150 minder per maand. Die verlaging staat los van een sanctie of een fout in de aanvraag. Zij hoort bij de normale opbouw van de uitkering.

Van €2.250 naar €2.100 bruto

Het verschil laat zich overzichtelijk uitrekenen:
WW-maandloonEerste twee maanden: 75%Vanaf maand drie: 70%Verschil
€2.500€1.875€1.750€125
€3.000€2.250€2.100€150
€4.000€3.000€2.800€200
Dit zijn brutovoorbeelden zonder inkomstenverrekening. Ze voorspellen niet het exacte bedrag dat op je bankrekening verschijnt. Onder meer belastinginhouding en de verwerking van vakantiegeld spelen daarbij een rol.
De percentages en de berekeningsgrondslag staan op de UWV-pagina over de hoogte van de WW.
Een belangrijk detail: de daling bedraagt vijf procentpunt van het WW-maandloon. Ten opzichte van de aanvankelijke uitkering van 75 procent is dat een daling van ongeveer 6,7 procent.

Het WW-maandloon is niet automatisch je laatste salaris

Het bedrag op je laatste loonstrook is niet zonder meer het bedrag waarmee UWV rekent. UWV stelt een dagloon vast en gebruikt dat voor de berekening van het WW-maandloon.
Daarbij gelden wettelijke regels en een maximum. Ook de inkomsten in de relevante periode zijn van belang.
Wie de uitkering wil controleren, kan daarom het beste beginnen bij de beslissing van UWV. Welk dagloon en welk WW-maandloon zijn daarin opgenomen?
Pas daarna heeft het zin om 75 of 70 procent uit te rekenen. Wie met het verkeerde uitgangsbedrag begint, kan een verschil ten onrechte aanzien voor een fout in de uitbetaling.
Controleer bij twijfel de onderliggende gegevens. Het doel is vaststellen of de berekening klopt, niet alleen of het bedrag lijkt op het oude salaris.

Extra werk kan de uitbetaling verder veranderen

De standaardpercentages vertellen niet het hele verhaal als je naast de WW inkomen uit werk ontvangt.
Inkomsten kunnen worden verrekend. De Rijksoverheid beschrijft hoe de hoogte van de WW wordt berekend. Daardoor kan het bedrag dat UWV overmaakt afwijken van een rekensom die alleen uitgaat van het WW-maandloon.
Kijk in zo’n situatie naar het totale inkomen uit werk en uitkering samen. Alleen de lagere UWV-betaling vergelijken met de vorige maand kan een verkeerd beeld geven wanneer er inmiddels loon naast staat.
Omgekeerd is een lager percentage vanaf maand drie geen aanwijzing dat nieuw werk ongunstig uitpakt. Het zijn twee afzonderlijke onderdelen van de berekening.

Ook zonder inkomsten blijft de maandelijkse opgave nodig

UWV vraagt iedere maand om een Inkomstenopgave. Ook wanneer je niet hebt gewerkt, moet die worden ingevuld.
In het stappenplan voor de WW staat hoe die maandelijkse verwerking verloopt. Het formulier komt beschikbaar nadat de betreffende maand is afgelopen. De uitbetaling volgt na verwerking.
Dat betekent dat er naast de hoogte van de uitkering ook een verschil kan zijn in het moment waarop geld binnenkomt.
Voor vaste lasten die vroeg in de maand worden afgeschreven, kan die timing lastig zijn. Noteer daarom niet alleen wat je verwacht te ontvangen, maar ook welke betalingen daarvoor al van je rekening gaan.
Een klein saldo vóór de uitbetalingsdatum kan anders op een structureel tekort lijken, terwijl een deel van het probleem in de planning zit.

Maak twee begrotingen

Een bruikbaar huishoudbudget voor een nieuwe WW-periode heeft eigenlijk twee versies: één voor de eerste twee maanden en één voor de periode daarna.
Zet huur of hypotheek, energie, verzekeringen en andere vaste lasten in beide overzichten. Vul vervolgens de werkelijke verwachte uitbetaling in, met onderscheid tussen bruto en netto.
Bij het voorbeeld van €150 bruto verschil loopt de daling over tien maanden op tot €1.500 bruto. Dat is geen voorspelling van de uitkeringsduur of het nettoverlies, maar het laat zien dat het niet om een eenmalige correctie gaat.
De eerste WW-betaling is dus een beginpunt. Voor de maanden daarna is het lagere percentage van 70 procent de rekensom waarmee je rekening moet houden.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading