Een zieke werknemer die op een vrijdagmiddag per e-mail
ontslag nam en dat op maandag weer introk, is gewoon in dienst gebleven. De kantonrechter in Amsterdam vindt dat zijn werkgever niet zomaar mocht aannemen dat hij echt wilde stoppen. De werkgever moet hem
binnen 24 uur weer aan het werk laten en €40.133,10 bruto aan achterstallig loon en wettelijke verhoging betalen.
De uitspraak is van belang voor iedereen die in een opwelling iets op papier zet waar hij later spijt van krijgt. Een ontslag dat je zelf neemt, telt in principe. Maar een werkgever moet soms eerst nagaan of je het echt meende.
Eén zin, verstuurd vanaf een parkeerplaats
De man werkte sinds oktober 2023 bij het bedrijf, eerst als uitzendkracht en vanaf 1 april 2024 in vaste dienst, voor €3.453,31 bruto per maand. In augustus 2025 was hij drie weken opgenomen in de ggz. Vanaf 3 september 2025 stond hij ziek gemeld.
Na een mail van de afdeling hr over wat hij wel en niet mocht doen, stuurde hij op vrijdag 21 november 2025 om 14.23 uur één zin: "Bij deze dien ik mijn ontslag in." Hij verstuurde die vanaf een parkeerplaats, onderweg. Later die middag volgde nog een grove nabrander.
Op maandag 24 november bevestigde de werkgever om 10.03 uur de opzegging, met 31 december 2025 als einddatum. Om 16.05 uur dezelfde dag trok de man zijn ontslag in en kondigde hij aan dat ook per aangetekende brief te bevestigen. De werkgever hield vast aan het einde van het contract.
Waarom de rechter het ontslag niet laat staan
Voor een opzegging door de werknemer is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring nodig. Volgens de kantonrechter mag een werkgever "niet snel aannemen" dat een werknemer echt vrijwillig wil vertrekken. Soms moet de werkgever onderzoeken of je echt wilde opzeggen en je voorlichten over de gevolgen.
In dit geval was er alle reden om door te vragen. De man was ziek, had net een opname achter de rug en mailde zichtbaar vanuit emotie. Een hr-manager had zelfs contact gezocht met zijn psychiatrisch begeleider, omdat het bedrijf zich ernstige zorgen maakte dat hij dingen zou doen waar hij spijt van zou krijgen.
De werkgever had hem wel op de gevolgen gewezen, maar niet nagegaan of hij het echt zo bedoelde. Het was voor het bedrijf "geen optie" dat hij nog op zijn opzegging terugkwam. De kantonrechter noemt het "onbegrijpelijk" dat de werkgever in de procedure volhield dat er geen onderzoeksplicht was.
Dit moet de werkgever betalen
Het ging om een kort geding, een spoedprocedure. De kantonrechter besliste:
- de man moet binnen 24 uur na betekening van het vonnis weer aan het werk, met een bedrijfsauto en tankpas
- de werkgever betaalt €40.133,10 bruto aan achterstallig loon over januari tot en met augustus 2026, inclusief wettelijke verhoging
- daarnaast €1.041,50 aan buitengerechtelijke kosten en €814 aan proceskosten.
Een dwangsom van €5.000 per dag wees de rechter af, omdat de werkgever had gezegd zich aan het vonnis te houden.
Ontslag genomen in een opwelling: dit kun je doen
Zelf ontslag nemen heeft grote gevolgen, ook voor je inkomen daarna. Wie zelf opzegt, heeft
meestal geen recht op WW. Meende je een ontslagmail eigenlijk niet, handel dan snel.
Trek je opzegging zo snel mogelijk schriftelijk in, bijvoorbeeld per e-mail én per aangetekende brief, zoals deze werknemer deed. Leg uit in welke omstandigheden je de mail stuurde. Ben je ziek of stond je onder grote druk, zet dat er dan ook bij.
Houdt je werkgever toch vast aan het ontslag, vraag dan advies bij je vakbond, je rechtsbijstandsverzekering of het Juridisch Loket. Een rechter kijkt steeds naar alle omstandigheden. Een kalm en weloverwogen ontslag blijft gewoon staan.
Twijfel je over een mail die je al hebt verstuurd, wacht dan niet af: hoe eerder je reageert, hoe duidelijker het is dat je niet wilde stoppen.