Een leerling-monteur meldde zich ziek, maar zijn werkgever geloofde hem niet en betaalde een groot deel van zijn loon niet meer uit. Een bedrijfsarts schakelde de werkgever niet in. Dat mocht niet, oordeelt de kantonrechter in Amersfoort. De werkgever moet het achterstallige loon alsnog betalen, met de maximale wettelijke verhoging van 50 procent, plus een reeks vergoedingen.
"Het is vervolgens niet aan de werkgever om te beoordelen of een werknemer daadwerkelijk ziek is en niet kan werken. Dat mag alleen een bedrijfsarts doen", schrijft de kantonrechter in de
uitspraak van 16 september.
Wat er gebeurde
De man begon op 1 december 2025 als leerling-monteur en bouwassistent, via een proefplaatsing van de gemeente. Hij kreeg een tijdelijk contract van zes maanden en één dag. Op 8 februari 2026 meldde hij zich ziek. Tot het einde van zijn contract op 2 juni werkte hij niet meer.
De werkgever vond dat hij niet echt ziek was en betaalde maar een deel van zijn loon uit. Een bedrijfsarts schakelde de werkgever niet in. Er waren ook geen afspraken over re-integratie gemaakt en de man had geen waarschuwing gekregen.
Alleen de bedrijfsarts beslist
Ben je ziek, dan moet je werkgever je
loon doorbetalen, meestal minimaal 70 procent. Twijfelt je werkgever aan je ziekmelding, dan kan hij een bedrijfsarts vragen je te beoordelen. Zelf mag hij dat niet bepalen.
Een loonstop mag alleen in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als je niet meewerkt aan je re-integratie of een oproep van de bedrijfsarts negeert. Ook dan moet de werkgever je eerst waarschuwen. De
rechter was duidelijk: de werkgever had "zonder een advies van de bedrijfsarts, re-integratieafspraken of een waarschuwing een (gedeeltelijke) loonstop opgelegd. Dat mocht zij niet doen."
De werkgever had vlak voor de rechtszaak nog via WhatsApp een betalingsregeling voorgesteld. Omdat hij zelf had gezegd dat er geen onwil was om te betalen, kon hij volgens de rechter niet alsnog een deskundigenoordeel van UWV afwachten.
Dit moet de werkgever betalen
De rechter kende de man het volgende toe:
- het loon over zijn ziekteperiode: €8.606,72 bruto, min de €4.415,35 netto die hij al had gekregen;
- de maximale wettelijke verhoging van 50 procent over het te laat betaalde loon, vakantiegeld en verlofuren;
- €816,33 bruto vakantiegeld;
- €1.186,57 bruto voor 67 niet opgenomen verlofuren;
- €308,69 bruto transitievergoeding, omdat zijn contract niet werd verlengd;
- €1.485,52 bruto aanzegvergoeding;
- €814 aan proceskosten.
De werkgever moet ook correcte loonstroken geven, op straffe van een dwangsom van €100 per dag, tot maximaal €1.000.
De transitievergoeding was klein, omdat de man maar een half jaar in dienst was. Je hebt er recht op als je werkgever je tijdelijke contract niet verlengt, vanaf je eerste werkdag: een derde maandsalaris per gewerkt jaar.
Waarom een aanzegvergoeding?
Heb je een tijdelijk contract van zes maanden of langer, dan moet je werkgever je uiterlijk een maand voor het einde laten weten of je contract wordt verlengd. Doet hij dat niet, dan heb je recht op een
aanzegvergoeding van maximaal een maandloon. Dat gebeurde hier niet, en daarom kreeg de man die vergoeding.
Wat je kunt doen als je werkgever je ziekmelding niet gelooft
Meld je ziek volgens de regels van je werkgever en leg dat vast, bijvoorbeeld met een e-mail of appje. Twijfelt je werkgever, vraag dan zelf om een afspraak met de bedrijfsarts. Wordt je loon toch ingehouden zonder advies van de bedrijfsarts, stuur je werkgever dan een brief waarin je om betaling vraagt.
Ben je het niet eens met het oordeel van de bedrijfsarts, dan kun je een
deskundigenoordeel bij UWV aanvragen. Komt je werkgever niet over de brug, dan kun je naar de kantonrechter. Daarvoor heb je geen advocaat nodig. Vraag gratis advies bij het Juridisch Loket, je vakbond of je rechtsbijstandsverzekering.