Na ruim 26 jaar dienstverband was het in één dag voorbij. Een werknemer verscheen niet op zijn werk, terwijl zijn werkgever hem uitdrukkelijk had opgedragen te komen. Hij voelde zich nog ziek. De werkgever zag vooral iemand die opnieuw afspraken naast zich neerlegde en ontsloeg hem op staande voet. De rechter laat dat ontslag in stand. Toch moet het bedrijf de man €39.235,25 bruto aan transitievergoeding betalen.
Die combinatie lijkt tegenstrijdig. Wie terecht op staande voet wordt ontslagen, zal toch ook zijn vergoeding kwijt zijn? Zo automatisch werkt het niet. In deze zaak maakte een later medisch onderzoek het verschil tussen een geldig ontslag en het verliezen van alle aanspraak op een transitievergoeding.
Een gemiste afspraak en een laatste waarschuwing
De man werkte sinds december 1999 bij het bedrijf. In januari 2026 meldde hij zich ziek. Vervolgens verscheen hij niet bij een afspraak met de bedrijfsarts.
Volgens de stukken had hij daarvoor een uitnodiging en een herinnering ontvangen. Hij had bovendien tegenover zijn teamleider bevestigd dat hij van de afspraak wist.
De werkgever stuurde een officiële waarschuwing. Daarbij werd ook verwezen naar eerdere problemen met afspraken en re-integratie. Het dossier begon dus niet met deze ene gemiste afspraak. In het voorgaande jaar was zelfs al een loonstop toegepast.
Op 26 januari bezocht de werknemer de bedrijfsarts alsnog. Die stelde klachten en beperkingen vast, maar verwachtte dat hij begin februari zijn eigen werk weer zou kunnen hervatten.
Daarop liet de werkgever weten wanneer de man werd verwacht. Als werken volgens hem medisch onmogelijk bleef, moest hij dat opnieuw laten beoordelen. Alleen thuisblijven en zeggen dat hij nog ziek was, vond het bedrijf onvoldoende.
Hij kwam niet
De werknemer liet weten dat hij zich nog steeds ziek voelde. Op 3 februari verscheen hij niet op zijn werk. Diezelfde dag volgde ontslag op staande voet.
Uit de
uitspraak van de rechtbank Rotterdam blijkt waarom de rechter dat zwaar opnam. De werknemer had de mogelijkheid gehad om een nieuwe medische beoordeling te vragen of een second opinion aan te kaarten. Dat had hij op dat moment niet gedaan.
Ook had hij volgens de rechter moeten verschijnen om te bespreken welke werkzaamheden eventueel wel mogelijk waren. De werkgever verklaarde open te staan voor aangepast werk.
De kantonrechter beoordeelde zijn afwezigheid daarom als onderdeel van een langer patroon. Eerdere waarschuwingen, de duidelijke oproep en het uitblijven van een tijdige medische onderbouwing wogen samen tegen hem.
Zijn dienstverband werd niet hersteld.
UWV kwam later met een ander medisch beeld
Pas maanden na het ontslag vroeg de werknemer een deskundigenoordeel aan bij UWV. Daaruit kwam naar voren dat hij op de ontslagdatum niet geschikt was om zijn volledige eigen werk te verrichten.
Dat was relevant, maar het draaide het ontslag niet terug.
De rechter maakte onderscheid tussen zijn gezondheid en zijn handelen tegenover de werkgever. Ook iemand die beperkingen heeft, kan verplichtingen rond overleg en re-integratie schenden. De werknemer had op eigen gezag besloten weg te blijven, zonder op dat moment de beschikbare route voor een nieuwe beoordeling te gebruiken.
Het latere oordeel liet tegelijkertijd zien dat zijn beroep op gezondheidsproblemen niet zomaar terzijde kon worden geschoven. Daardoor kwam de vraag over de transitievergoeding anders te liggen.
Twee verschillende juridische beoordelingen
Voor ontslag op staande voet moet een dringende reden bestaan. Voor het verliezen van de transitievergoeding moet sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten.
In het dagelijks taalgebruik lijken die begrippen sterk op elkaar. Juridisch vallen ze niet vanzelf samen.
De kantonrechter vond het gedrag van de werknemer ernstig genoeg om het onmiddellijke ontslag te rechtvaardigen. Maar met de medische informatie van UWV erbij ging het te ver om hem ook de wettelijke transitievergoeding te onthouden.
Op basis van zijn loon en de lange duur van het dienstverband kwam die vergoeding uit op €39.235,25 bruto. Daarover is ook wettelijke rente verschuldigd vanaf 3 maart 2026.
Bruto betekent dat dit bedrag niet volledig op zijn bankrekening hoeft te verschijnen. De fiscale inhouding moet daarvan nog worden onderscheiden.
Geen extra vergoeding voor een onterecht ontslag
De werknemer kreeg geen billijke vergoeding en ook geen vergoeding omdat een opzegtermijn zou zijn overgeslagen. Het ontslag was immers geldig. Verder dragen beide partijen hun eigen proceskosten.
De uitkomst is daarmee voor geen van beiden een volledige overwinning. Het bedrijf hoeft de werknemer niet terug te nemen, maar moet wel bijna €40.000 bruto betalen. De werknemer behoudt zijn transitievergoeding, maar verliest zijn baan.
Vooral de volgorde van gebeurtenissen is veelzeggend. De medische onderbouwing kwam uiteindelijk wel, maar pas nadat de arbeidsrelatie al was beëindigd. Zij was voldoende om zijn aanspraak op de vergoeding te redden. Voor zijn dienstverband kwam zij te laat.