Werk je op oproepbasis en word je ziek, dan kan je werkgever je
loon niet zomaar stopzetten door je simpelweg niet meer op te roepen. Dat blijkt uit een
beschikking van de kantonrechter in Den Haag van 13 oktober 2026. De werkgever moet een flexwerkster €5.036,64 bruto aan loon over mei tot en met augustus betalen, plus de wettelijke verhoging van 50 procent en €1.705 aan proceskosten.
Opvallend is dat ze geen oordeel van een UWV-deskundige bij haar verzoek had gevoegd. Normaal is dat wel nodig als je loon tijdens
ziekte opeist. Hier hoefde het niet, vooral omdat de werkgever na haar ziekmelding nooit een bedrijfsarts had ingeschakeld. Daarnaast was haar letsel volgens de rechter niet uit de lucht gegrepen.
De uitspraak is belangrijk voor iedereen met een oproep-, nuluren- of min-maxcontract. Juist daarin lijkt het makkelijk om iemand die ziek is niet meer in te plannen.
Wat er gebeurde
De werkneemster was sinds 1 maart 2026 algemeen medewerker. In haar contract stond dat ze minimaal 3 en maximaal 40 uur per week werkte, tegen €14,80 bruto per uur en vanaf 1 juli €14,99. Zo'n contract zonder vast aantal uren geldt in de wet als een
oproepovereenkomst.
Ze had klachten aan haar elleboog en hand. Volgens haar kwam dat door een ongeval op het werk in april. Op 5 mei meldde ze zich in een gesprek met haar leidinggevenden ziek. Drie dagen later werd ze uit de WhatsApp-groep van het werk gehaald. Daarna kwam er geen oproep en geen loon meer.
De werkgever vond dat hij niets hoefde te betalen. Hij had haar niet ontslagen, maar alleen niet meer ingeroosterd, omdat ze zei dat ze haar arm niet kon gebruiken. Ook klopte haar urenopgave volgens hem niet, en ontbrak het UWV-oordeel.
Waarom geen UWV-oordeel nodig was
Eis je loon over een periode waarin je ziek was, dan wijst de rechter dat in principe af zonder
verklaring van een deskundige van UWV. Die regel geldt niet als je werkgever je ziekte niet betwist, of als je zo'n verklaring redelijkerwijs niet kunt overleggen.
Dat laatste was hier het geval. Een UWV-deskundigenoordeel is een soort second opinion, zei de kantonrechter. De first opinion, die van een bedrijfsarts, ontbrak juist. De werkgever was verplicht een bedrijfsarts in te schakelen, maar deed dat niet omdat hij haar niet geloofde. Volgens de rechter was dat juist een reden om het wel te doen.
Daar kwam bij dat de werkgever lang onduidelijk bleef. Hij legde niets op papier, reageerde niet op haar advocaat en voerde pas op de tweede zitting schriftelijk aan dat een UWV-oordeel nodig was. Haar klachten werden bovendien gesteund door stukken van een orthopedisch chirurg en een radioloog.
Zo kwam de rechter op €5.036,64
Over mei tot en met augustus had ze niet gewerkt. Beide partijen rekenden met het gemiddelde van haar eerste drie maanden. De rechter ging uit van haar eigen opgave via WhatsApp aan de teamleider: 136 uur in maart, 116 uur in april en 0 in mei. Dat is gemiddeld 84 uur per maand. De werkgever had die opgave niet goed weerlegd.
Bij ziekte heb je recht op
70 procent van je loon, maar het eerste jaar minimaal het wettelijk minimumloon. Haar uurloon van €14,99 was volgens de rechter gelijk aan het minimumloon, dus bleef het volledige uurloon staan. De rechter rekende voor alle vier de maanden met €14,99, al ging haar loon volgens de beschikking pas per 1 juli omhoog. De som: 4 maanden × 84 uur × €14,99 = €5.036,64 bruto. Let op: €14,99 is het minimumloon vanaf 21 jaar; voor jongere werknemers geldt een lager minimumjeugdloon.
Stel: je bent 21 of ouder en verdient €16 per uur, gemiddeld 60 uur per maand. Dan is 70 procent €11,20 per uur, samen €672. Het
minimumloon van €14,99 per uur levert over die uren €899,40 op, dus krijg je in je eerste ziektejaar minstens dat. Pas boven ongeveer €21,41 per uur is 70 procent meer dan het minimumloon.
Omdat het loon te laat kwam, moet de werkgever er de
wettelijke verhoging bovenop betalen, maximaal de helft van het bedrag. De rechter wilde die niet verlagen. Dat de werkgever niet wist dat hij voor minimaal 3 uur loon moest doorbetalen, komt voor zijn eigen risico.
Zo'n verhoging kreeg eerder ook een
chauffeur die zijn loon niet kreeg.
Daarnaast moet de werkgever het bruto-equivalent van €1.400,85 netto betalen, omdat hij over maart en april te weinig had uitbetaald. Een eerder betaald voorschot van €1.776 bruto gaat daar weer af.
Wat je zelf kunt doen
Meld je ziekte op een manier die je later kunt laten zien, bijvoorbeeld per mail of WhatsApp. Bewaar ook je urenopgaven en loonstroken.
Werk je al minstens drie maanden, dan geldt het gemiddelde van de
drie maanden ervoor als vermoedelijke omvang van je werk. Dat helpt bij de vraag over hoeveel uur je loon krijgt.
Is er wel een bedrijfsarts en zijn jij en je werkgever het oneens over je ziekte, vraag dan een
deskundigenoordeel bij UWV aan. Voor een werknemer kost dat €100.
Denk je dat je bent ontslagen, wacht dan niet te lang. Een opzegging aanvechten kan tot
twee maanden na het einde van je contract.
Twijfel je over je eigen situatie, dan kun je gratis advies vragen bij het Juridisch Loket of, als je lid bent, bij je vakbond.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.