AOW'ers krijgen in 2027 mogelijk toch €100 meer ouderenkorting dan het kabinet van plan is. De Tweede Kamerleden Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Corrie van Brenk (50PLUS) willen de voorgenomen verlaging van de ouderenkorting met €100 terugdraaien. Dat staat in hun
gewijzigde amendement op het Belastingplan 2027, dat op 30 oktober bij de Kamer binnenkwam.
Het is een voorstel, geen besluit. Het gaat alleen door als een Kamermeerderheid ervoor stemt. De indieners willen daarnaast de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf met 0,14 procentpunt verlagen. Het geld halen ze bij de arbeidskorting: die stijgt dan met €17 in plaats van met de €133 die het kabinet wil.
De stemmingen over het Belastingplan staan
volgens de planning op donderdag 12 november.
Wat het kabinet van plan is
De ouderenkorting is een korting op de belasting voor iedereen die uiterlijk op 31 december van het jaar de AOW-leeftijd heeft. In 2026 is die korting
maximaal €2.067 bij een verzamelinkomen tot en met €46.002. Daarboven gaat er 15 procent van het meerdere af, tot er niets over is. Het verzamelinkomen is het totaal van je belastbare inkomen in de drie boxen, dus na aftrek van je aftrekposten.
Voor 2027 stelt het kabinet een maximum van €1.993 voor, met een afbouwgrens van €46.577 en weer 15 procent afbouw. Dat staat in de
nota naar aanleiding van het verslag van 20 oktober. Het kabinet schrijft daarin ook dat de verlaging van €100 overeind blijft.
Die €100 gaat eraf nadat de bedragen voor inflatie zijn gecorrigeerd, staat in de
toelichting bij het wetsvoorstel. Zonder de verlaging komt het maximum in 2027 dus uit op €2.093, iets meer dan de €2.067 van dit jaar.
Welke AOW'ers erop vooruitgaan
Met het amendement krijgen AOW'ers met een verzamelinkomen tot €46.577 de volle €100 extra. Ook wie in de afbouw zit, krijgt de €100 erbij, zolang er onder het kabinetsplan nog ouderenkorting overblijft. Rekenkundig is dat tot een verzamelinkomen van ruim €59.800. Daarboven krijg je hooguit een deel van de €100, of niets. In de afbouw kan een lager verzamelinkomen, bijvoorbeeld door hypotheekrenteaftrek,
extra ouderenkorting opleveren.
Een heffingskorting is een
korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Wie een laag inkomen heeft en weinig belasting betaalt, kan zijn kortingen niet altijd helemaal benutten. Dan levert een hogere korting minder of niets op. Ook het kabinet wijst in de nota op huishoudens die hun heffingskortingen niet volledig kunnen verzilveren.
Stel: je bent AOW'er en hebt in 2027 een verzamelinkomen van €30.000 uit AOW en pensioen, zonder vermogen in box 3 en zonder aftrekposten. Dat inkomen valt helemaal in de eerste schijf, die in het kabinetsplan loopt tot €39.247. Voor AOW'ers is het tarief daar
18,33 procent. Met het amendement krijg je €100 meer ouderenkorting. Het tarief gaat 0,14 procentpunt omlaag: 0,14 procent van €30.000 is €42. Samen scheelt dat €142 per jaar, bijna €12 per maand. Bij dit inkomen betaal je genoeg belasting om de kortingen volledig te benutten.
Werkenden krijgen minder extra arbeidskorting
De arbeidskorting is de belastingkorting voor mensen die werken. Het kabinet wil het maximum in 2027 op €5.889 zetten, tegen €5.685 in 2026. Na een oproep uit de Kamer om het aandeel van de arbeidskorting in het koopkrachtpakket te verkleinen,
verlaagde het kabinet de geplande verhoging al van €173 naar €133.
Met het amendement stijgt de arbeidskorting met €17 in plaats van €133, dus €116 minder dan het kabinet wil. Volgens de
berekening in het amendement levert dat €912 miljoen per jaar op. Het terugdraaien van de verlaging van de ouderenkorting kost €195 miljoen, de lagere tarieven kosten €712 miljoen. Per saldo blijft er €5 miljoen over.
Werkenden krijgen dus minder extra arbeidskorting, maar betalen ook minder belasting door het lagere tarief. Hoe dat per saldo uitpakt, hangt af van het inkomen. Volgens de indieners vergroot een steeds hogere arbeidskorting de kloof tussen werkenden en arbeidsongeschikten, tussen eenverdieners en tweeverdieners en tussen jong en oud.
Het eigen risico speelt ook mee
Het kabinet besloot de verhoging van het eigen risico met €60 in 2027 niet door te voeren. Daardoor stijgen de zorgpremies. Normaal gesproken staat daar volgens de indieners een lagere belasting in de eerste twee schijven tegenover, van 0,14 procentpunt. Het kabinet bevestigt dat in de nota, maar past die compensatie niet toe omdat die het EMU-saldo verder zou belasten.
Ouderen zijn volgens de indieners "zeer gevoelig voor koopkrachtveranderingen", omdat ze hun inkomen niet kunnen beïnvloeden zoals werkenden. Het kabinet verwacht dat gepensioneerden er in 2027 in doorsnee 0,3 procent op vooruitgaan. Toch gaat volgens het kabinet circa 34 procent van hen
er in koopkracht op achteruit.
Wat er nog moet gebeuren
Het
plenaire debat over het Belastingplan 2027 begint op 4 november en gaat de week erna verder. Tot de stemming kunnen de indieners hun amendement nog aanpassen of intrekken. Deze versie verving al een eerder amendement, nummer 7.
Neemt de Tweede Kamer het Belastingplan aan, dan moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.
Je hoeft nu niets te doen. Krijg je AOW, dan zit de ouderenkorting in de loonheffingskorting, die de SVB op je AOW toepast of je pensioenfonds op je pensioen. Na de stemming op 12 november is duidelijk of de €100 voor 2027 terugkomt, of dat het bij €1.993 blijft.
Benieuwd hoeveel van je inkomen naar belasting en premies gaat? Reken je persoonlijke Tax Freedom Day uit met de Tax Freedom Day-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.