De maximale ouderenkorting komt volgens de kabinetsplannen in 2027 uit op €1.993. Dit jaar is dat €2.067. Dat is €74 minder belastingvoordeel per jaar voor wie in beide jaren de volledige korting kan benutten. Toch kun je dat bedrag niet zomaar van de AOW van iedere gepensioneerde aftrekken: ook de inkomensgrens verandert. De ouderenkorting is een korting op de belasting die je betaalt. Je krijgt dus geen afzonderlijke uitkering van €1.993 op je rekening. Het voordeel loopt via de belastingberekening. Dat onderscheid maakt nogal uit als je wilt weten wat het Prinsjesdagnieuws voor jouw maandbudget betekent.
Bovendien gaat het om de plannen voor volgend jaar. De lagere maximale korting verandert niets aan het bedrag waarop je volgens de regels van 2026 recht hebt.
Waarom er zowel €100 als €74 rondgaat
Het kabinet noemt een beleidsmatige verlaging van €100. Tegelijk worden bedragen aangepast aan de prijsontwikkeling. Daardoor komt het voorgestelde maximum niet €100, maar €74 lager uit dan het maximum van dit jaar. De maatregel staat in het
Prinsjesdagbericht van Sociale Zaken.
Dat zijn twee verschillende vergelijkingen. De ene vergelijkt de plannen met het bedrag dat zonder die ingreep zou gelden. De andere vergelijkt wat er voor 2026 en 2027 in de tabellen staat. Voor een huishoudboekje is vooral die tweede vergelijking herkenbaar, al vertelt ook die nog niet het hele verhaal.
€74 per jaar is omgerekend ongeveer €6,17 per maand. Zie dat als een manier om het verschil in maximum te duiden, niet als een voorspelling van je volgende AOW-storting.
De inkomensgrens schuift ook op
In 2026 geldt de maximale ouderenkorting bij een verzamelinkomen tot en met €46.002. Daarboven neemt de korting af met 15 procent van het inkomen boven die grens. Je komt voor ouderenkorting in aanmerking als je uiterlijk op 31 december van het betreffende jaar de
AOW-leeftijd hebt bereikt. De Belastingdienst publiceert daarvoor een
tabel voor AOW-gerechtigden.
Voor 2027 staat in de fiscale sleuteltabel een afbouwgrens van €46.577, met opnieuw een afbouwpercentage van 15 procent. Het maximum daalt dus, terwijl het inkomen waarbij de korting begint af te nemen juist stijgt. Beide veranderingen staan in de
officiële sleuteltabel voor 2027.
Bij hetzelfde inkomen kan de uitkomst verschillen
Neem als rekenvoorbeeld iemand met in beide jaren een verzamelinkomen van €40.000. Die zit onder beide afbouwgrenzen. Het berekende verschil tussen de maximale kortingen bedraagt dan €74, mits diegene de korting volledig kan benutten.
Bij €50.000 ontstaat een andere uitkomst. Met de tabel voor 2026 bedraagt de korting vóór afronding €1.467,30: €2.067 min 15 procent van €3.998. Met de voorgestelde tabel voor 2027 wordt dat €1.479,55: €1.993 min 15 procent van €3.423.
In dat tweede rekenvoorbeeld is de berekende ouderenkorting dus iets hoger. Dat komt door de verschoven afbouwgrens. Het voorbeeld houdt het inkomen bewust gelijk en laat andere belastingwijzigingen buiten beschouwing. Je totale netto-inkomen kan er niet mee worden voorspeld.
Kijk naar al je inkomsten samen
Wie AOW en een aanvullend
pensioen ontvangt, ziet meestal meerdere bijschrijvingen. Voor de uiteindelijke belastingberekening telt het totaal. Alleen naar de AOW kijken kan daarom een verkeerd beeld geven.
De SVB en je pensioenfonds kennen niet automatisch elkaars uitkeringen. Volgens de Belastingdienst kan ook bij loonheffingskorting op slechts één inkomen achteraf blijken dat te veel korting is toegepast. Een voorlopige aanslag kan helpen om de belasting over het gezamenlijke inkomen eerder in beeld te brengen. Lees de
uitleg over AOW, pensioen en loonheffingskorting.
Een praktische voorbereiding is om de jaarbedragen van je inkomsten naast elkaar te zetten. Noteer daarbij of een bedrag bruto of netto is. Een netto pensioenstorting optellen bij een bruto jaarbedrag van de AOW levert geen bruikbaar vergelijkingsbedrag op.
Nog geen nieuw AOW-maandbedrag
De ouderenkorting is maar één onderdeel van de berekening. De bruto-uitkering, overige heffingskortingen en inhoudingen kunnen eveneens veranderen. Een daling van deze korting bewijst daarom niet dat jouw totale inkomen volgend jaar met precies hetzelfde bedrag daalt.
Bewaar bij een vergelijking ook de uitgangspunten: welk jaar, welk verzamelinkomen en welke korting? Daarmee kun je straks de definitieve berekening controleren zonder een beleidsbedrag te verwarren met een bedrag dat daadwerkelijk van je rekening verdwijnt.