Even een kop koffie afrekenen en dan verschijnt er onverwacht een extra scherm op het pinapparaat: wil je 5, 10 of 15 procent fooi geven? Steeds meer Nederlandse horecazaken gebruiken zo’n digitaal fooimenu. Uit nieuwe cijfers blijkt dat klanten daardoor aanmerkelijk vaker een extra bedrag betalen.
Bij cafés en bars die betalingen via Adyen verwerken, steeg het gebruik van de fooifunctie van 46 procent in de eerste helft van 2025 naar 53 procent in dezelfde periode van 2026. Bij restaurants liep het aandeel op van 19 naar 22 procent.
De meerderheid van de klanten kiest nog steeds voor geen fooi. Toch betaalt 39 procent bij een actief fooimenu wel een extra bedrag. De gemiddelde digitale fooi bedraagt volgens de door de
NOS verzamelde cijfers €4,31.
Verzoek op het scherm verandert ons gedrag
Vooral bij koffiezaken en andere ondernemingen waar klanten aan de balie bestellen, is het effect groot. Zonder verzoek voegt vrijwel niemand bij het pinnen spontaan een fooi toe. Zodra het apparaat expliciet om een keuze vraagt, geeft meer dan 20 procent van de klanten wel iets.
Dat laat zien hoe sterk de manier van presenteren ons betaalgedrag beïnvloedt. De klant moet actief op “geen fooi” drukken, soms terwijl een medewerker aan de andere kant van de balie wacht. Hoewel die optie gewoon beschikbaar is, kan het voelen alsof iemand een beloning weigert.
Bij een traditionele contante betaling verloopt dat anders. De klant besluit dan zelf of hij geld achterlaat. Bij een digitaal menu wordt de vraag door het systeem gesteld voordat de transactie kan worden afgerond.
Dat betekent niet automatisch dat horecazaken klanten bewust onder druk willen zetten. Voor veel medewerkers vormt fooi een welkome aanvulling op het inkomen. Digitale betalingen hebben er bovendien voor gezorgd dat mensen steeds minder muntgeld bij zich dragen. Zonder fooifunctie zou een deel van de traditionele contante fooi verdwijnen.
Vijf procent is de populairste keuze
Wanneer Nederlanders digitaal fooi geven, kiezen zij meestal voor 5 procent. Ongeveer een kwart van de fooigevers voert zelf een bedrag in. Dat is vaak een bescheiden bedrag. Amerikaanse percentages van 20 procent of meer komen in Nederland nauwelijks voor.
Toch kan ook 5 procent over een heel jaar optellen. Een stel dat tweemaal per maand voor €60 uit eten gaat en steeds 5 procent fooi geeft, betaalt jaarlijks €72 extra. Bij een fooi van 10 procent wordt dat €144.
Daar is op zichzelf niets mis mee wanneer de klant tevreden is en bewust voor die beloning kiest. Het wordt anders wanneer iemand automatisch op een percentage drukt zonder naar het bedrag te kijken.
Een fooi van 10 procent bij een rekening van €18 bedraagt €1,80. Bij een etentje van €150 gaat het om €15. Hetzelfde percentage kan daardoor afhankelijk van de rekening een heel ander gevoel geven.
Fooi is een vrijwillige keuze
Een digitaal fooiverzoek verandert niets aan het vrijwillige karakter ervan. Een klant hoeft geen fooi te geven en hoeft een keuze voor nul procent niet te verantwoorden. Ook bij vriendelijk personeel, een volle zaak of een zichtbaar fooimenu blijft het een persoonlijke beslissing.
Het kan helpen om vóór het afrekenen al te bepalen of en hoeveel fooi je wilt geven. Daarmee voorkom je dat je onder tijdsdruk op een voorgesteld percentage drukt.
Controleer bovendien of het restaurant niet al een toeslag of servicebedrag in rekening heeft gebracht. Een dergelijk bedrag is niet hetzelfde als een vrijwillige fooi. Bij twijfel kan een klant vragen hoe het extra geld wordt verdeeld en of het daadwerkelijk bij de medewerkers terechtkomt.
Sommige zaken kiezen er bewust voor om helemaal geen fooiverzoek op het apparaat te tonen. Zij vinden dat een klant zelf het initiatief moet nemen. Andere ondernemers zeggen dat digitale fooien juist nodig zijn nu contant geld steeds minder wordt gebruikt.
Amsterdam loopt voorop
Ook regionaal zijn er duidelijke verschillen. In Amsterdam heeft meer dan 30 procent van de onderzochte horecaklanten van betaalbedrijf Tebi de fooifunctie ingeschakeld. In Nijmegen ligt dat rond 10 procent.
Toerisme, prijsniveau en de aanwezigheid van internationale bezoekers kunnen daarbij een rol spelen. Buitenlandse klanten zijn soms gewend aan andere fooiregels. Vooral Amerikanen komen uit een cultuur waarin een hoge fooi in restaurants veel gebruikelijker is.
Nederland lijkt die kant voorlopig niet volledig op te gaan. De meeste mensen kiezen geen fooi en wie wel iets geeft, houdt het doorgaans bij 5 procent of een klein zelfgekozen bedrag.
De ontwikkeling is desondanks duidelijk. Het digitale fooiverzoek wordt een steeds normaler onderdeel van afrekenen in de
horeca. Dat maakt het extra belangrijk om niet automatisch het middelste percentage te selecteren. Kijk naar de rekening, beoordeel de service en maak vervolgens een bewuste keuze. “Geen fooi” is geen foutmelding, maar gewoon één van de beschikbare betaalopties.