Een verjaardagskaart, een officiële brief of een aangetekend document versturen kan in 2027 opnieuw duurder worden. Toezichthouder ACM heeft vastgesteld hoeveel PostNL gemiddeld maximaal voor de wettelijke basispostdiensten mag vragen.
Die zogenoemde tariefruimte stijgt van €3,1882 in 2026 naar €3,5929 in 2027. Dat komt neer op een toename van ongeveer 12,7 procent.
Wie nu meteen concludeert dat ook de gewone postzegel precies 12,7 procent duurder wordt, loopt echter te hard van stapel. De tariefruimte is geen aangekondigde verkoopprijs. PostNL mag zelf bepalen of het zijn prijzen verhoogt en hoe het de beschikbare ruimte over de verschillende postproducten verdeelt.
Postzegelprijs is iets anders dan tariefruimte
De Autoriteit Consument & Markt berekent ieder jaar hoeveel PostNL gemiddeld mag vragen voor diensten die onder de universele postdienst vallen.
Daaronder vallen onder meer losse brieven tot twee kilogram, bepaalde pakketjes, aangetekende
post en verzekerde zendingen. Het gaat vooral om post die door consumenten en kleine bedrijven zonder afzonderlijk zakelijk contract wordt verstuurd.
De tariefruimte is het maximale gewogen gemiddelde van al die producten. Een gewone postzegel kan dus goedkoper zijn dan dat bedrag, terwijl een aangetekende brief veel duurder is.
In juli 2026 bedroeg de tariefruimte bijvoorbeeld €3,1882. De gewone postzegel kostte toen €1,40, terwijl voor een aangetekende brief minimaal €11 moest worden betaald.
De
ACM benadrukt in het nieuwe besluit dan ook dat €3,5929 niet de nieuwe prijs van één postzegel is.
PostNL bepaalt de werkelijke tarieven
PostNL kan ervoor kiezen sommige diensten sterker in prijs te verhogen dan andere. Een relatief beperkt gebruikte of kostbare dienst kan fors duurder worden, terwijl de prijs van een gewone kaart minder hard stijgt.
Het bedrijf kan in theorie ook besluiten een deel van de beschikbare ruimte niet te gebruiken. Op dit moment heeft PostNL nog niet bekendgemaakt welke prijzen het in 2027 daadwerkelijk gaat rekenen.
Dat maakt het verschil tussen “mag verhogen” en “gaat verhogen” belangrijk. De ACM geeft toestemming binnen een wettelijk berekend plafond, maar neemt de commerciële prijsbeslissing niet voor PostNL.
De toezichthouder kijkt bij de berekening onder andere naar inflatie, kostenontwikkelingen en het dalende aantal verstuurde poststukken. Omdat Nederlanders steeds minder brieven sturen, moeten de vaste kosten van sorteercentra, personeel en bezorgroutes over een kleiner postvolume worden verdeeld.
Daardoor ontstaat een lastige cirkel. Hogere prijzen kunnen mensen ertoe brengen nog minder kaarten en brieven te versturen. Het lagere volume maakt de bezorging vervolgens opnieuw duurder per stuk.
Vooral incidentele verzender merkt stijging
Grote banken, webwinkels en overheidsorganisaties hebben vaak zakelijke contracten die niet onder dezelfde regeling vallen. De gewone consument die bij een servicepunt een losse postzegel koopt, valt juist wel binnen de universele postdienst.
Voor iemand die per jaar drie kaarten verstuurt, blijft een prijsstijging overzichtelijk. Anders ligt dat voor verenigingen, kleine ondernemers en families die tientallen uitnodigingen, kerstkaarten of rouwbrieven verzenden.
Een stijging van tien of twintig cent per brief loopt bij honderd poststukken al snel op tot een merkbaar bedrag. Aangetekende post is nog duurder en wordt gebruikt bij documenten waarvan de verzender bewijs van aflevering wil hebben.
Digitale communicatie is niet altijd een volwaardig alternatief. Een opzegging, bezwaarbrief of juridisch document wordt geregeld nog per post verstuurd. Ouderen en mensen die minder digitaal vaardig zijn, blijven bovendien vaker afhankelijk van de fysieke postbezorging.
Bezorging duurt ondertussen langer
De discussie over tarieven staat niet op zichzelf. Sinds juli mag PostNL langer doen over gewone brieven. Waar een brief eerder in beginsel binnen één dag moest aankomen, geldt nu een termijn van twee dagen.
PostNL wil die termijn uiteindelijk verder verruimen naar drie dagen. Het bedrijf wijst daarbij op de sterke daling van het aantal brieven en de kosten van een landelijk dekkend bezorgnetwerk.
Voor consumenten ontstaat daardoor een ongemakkelijke combinatie: de dienstverlening wordt trager, terwijl de prijzen ruimte krijgen om verder te stijgen.
Dat betekent niet dat een brief in 2027 automatisch bijna 13 procent duurder wordt. Wel staat vast dat PostNL aanzienlijk meer speelruimte krijgt. Pas wanneer het bedrijf zijn nieuwe tarieven publiceert, wordt duidelijk hoeveel een gewone kaart, een aangetekende brief en andere losse zendingen werkelijk gaan kosten.