Ook als je zelf niet rijdt, kun je bij Q-Park opdraaien voor een parkeerbeurt die niet is betaald. Een vrouw die op de bijrijdersstoel van haar eigen auto zat terwijl haar auto achter een andere auto aan de parkeergarage uitreed, moet €387,41 betalen: €5 parkeergeld en €382,41 schadevergoeding. Daar komen €473,28 proceskosten en wettelijke rente bij. Dat besliste
de kantonrechter in Roermond op 7 oktober 2026. Doorslaggevend was één woord in de algemene voorwaarden van Q-Park: ook de "inzittende" van een auto geldt als klant.
Het ging om een bezoek op 18 juni 2025. Om 14.25 uur reed de auto, die op naam van de vrouw staat, de garage uit door direct achter de voorganger onder de nog openstaande slagboom door te rijden. Dat heet treintje rijden. Het parkeersysteem en de camera's van Q-Park legden het vast, en de bewindvoerder van de vrouw erkende dat ook. Omdat haar geldzaken onder bewind staan, liep de zaak formeel tegen die bewindvoerder.
Volgens de bewindvoerder reed niet de vrouw, maar haar partner. Hij zou al bij het inrijden treintje hebben gereden en geen parkeerkaart hebben gekregen. Daarna zou hij op de knop bij de slagboom hebben gedrukt en met een medewerker hebben afgesproken dat hij bij vertrek opnieuw zou drukken, zodat de eindtijd genoteerd en afgerekend kon worden. Bij het wegrijden huilde hun pasgeboren zoontje, liepen de emoties op en lukte het volgens de bewindvoerder niet om nog een medewerker te bereiken. Voor de kantonrechter was dat geen reden om de vrouw de rekening te besparen.
Waarom je als bijrijder bij Q-Park ook klant bent
Bij een parkeergarage teken je geen contract aan een balie. Volgens de algemene voorwaarden van Q-Park ontstaat de overeenkomst al door het inrijden. Bij elke ingang hangt een informatiebord met de tarieven en met de plek waar je de voorwaarden kunt opvragen.
In die voorwaarden staat ook wie er als klant geldt. Dat is onder meer de parkeerder, en als parkeerder telt de eigenaar, gebruiker, houder of inzittende van de auto. De vrouw zat zowel bij het inrijden als bij het uitrijden op de bijrijdersstoel. Daarmee was zij inzittende, dus parkeerder, dus klant. Er bestond dus ook met haar een parkeerovereenkomst, en daarom moest zij het parkeergeld betalen.
Dat zij niet zelf onder de slagboom door reed, hielp ook niet. Volgens de
rechter is de schadevergoeding niet gekoppeld aan het treintje rijden zelf, maar aan het verlaten van de garage zonder te betalen. Dat deed zij ook. Bovendien had ze achteraf contact kunnen opnemen met Q-Park om alsnog te betalen, of op zijn minst kunnen doorgeven wie er reed. Ook bij
parkeren op straat ben je snel een
boete kwijt:
een parkeerapp telt niet als parkeerschijf.
Wanneer zo'n bedrag wel redelijk is
Is de klant een consument, dan moet de kantonrechter uit zichzelf nagaan of een voorwaarde oneerlijk is, ook als niemand daarover begint. Een beding kan oneerlijk zijn als het iemand die een fout maakt een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt. Zo verloor eerder
Privilege een hoger beroep over oneerlijke boetes na het opzeggen van een abonnement.
Het vaste bedrag van €382,41 (prijspeil 2025) doorstond die toets. Q-Park legde uit dat het bedrag een prikkel is om pas weg te rijden na betaling, en dat het algemene kosten dekt, zoals personeel en apparatuur om treintje rijden tegen te gaan en klachten af te handelen. De rechter vond die onderbouwing voldoende en het bedrag niet onredelijk hoog. Dat oordeel gaat over deze voorwaarden en deze zaak.
Het incassobeding van Q-Park sneuvelde wel
Op één punt ging de rechter uit zichzelf tegen Q-Park in. De voorwaarden gaven Q-Park recht op incassokosten van 15 procent van de openstaande som, met een minimum van €250. Dat is meer dan het
Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toestaat. Dat besluit rekent met 15 procent over de eerste €2.500, met een minimum van €40. De rechter noemde het beding oneerlijk en wees de incassokosten volledig af.
Een voorbeeld laat het verschil zien. Stel dat je een rekening van €100 ook na een aanmaning met veertien dagen betaaltermijn niet betaalt. Volgens de wettelijke staffel is 15 procent €15, maar omdat het minimum €40 is, mag er €40 aan incassokosten bij. Bij een minimum van €250 zou je ruim zes keer zoveel betalen.
Slagboom open of automaat stuk: zo voorkom je dit
- Rijd niet achter een andere auto aan naar buiten, ook niet als de slagboom nog openstaat. In de voorwaarden in deze zaak staat dat dit "onder geen beding" is toegestaan.
- Werkt de betaalautomaat niet of heb je bij het inrijden geen kaartje gekregen, gebruik dan de knop of intercom bij de slagboom en vraag hoe je kunt betalen.
- Lukt dat niet, maak dan een foto van de automaat of de slagboom, noteer de tijd en neem daarna zelf zo snel mogelijk contact op met de garage om alsnog te betalen. Achteraf contact opnemen om alsnog te betalen, of doorgeven wie er reed, had de vrouw volgens de rechter wel kunnen doen.
- Zit je naast de bestuurder in je eigen auto, ga er dan niet van uit dat de rekening alleen voor de bestuurder is.
Rekening gekregen: controleer dit eerst
Kijk of datum, tijd en kenteken kloppen, en reken na of de incassokosten binnen de wettelijke grens blijven. Ben je het niet eens met de rekening,
laat dan schriftelijk weten waarom je niet betaalt, zoals ACM ConsuWijzer aanraadt. Komt het tot een rechtszaak, dan toetst de rechter oneerlijke voorwaarden ook als je er zelf niet over begint, zoals hier bij de incassokosten.
Weeg wel af wat een procedure kost. In deze zaak kwam er bovenop de €387,41 nog €473,28 aan proceskosten. Samen is dat €860,69, nog zonder de wettelijke rente vanaf 18 juni 2025.
Ga je binnenkort parkeren in een garage, kijk dan bij de ingang even op het informatiebord, betaal voordat je naar de uitgang rijdt en bewaar je betaalbewijs.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.