Meer woningen op de markt geven kopers meer keuze. Een lagere prijs volgt daar niet automatisch uit. Rabobank verwacht inmiddels dat bestaande koopwoningen in 2026 gemiddeld 4,2 procent duurder worden. Eerder rekende de bank op 2,8 procent. Ook de verwachting voor 2027 gaat omhoog: van 2 naar 3,2 procent.
Voor mensen die op een koopwoning wachten, is dat een ongemakkelijke combinatie. Er kunnen meer geschikte woningen voorbij komen, terwijl het bedrag dat nodig is om er een te kopen toch verder oploopt.
Meer aanbod en hogere prijzen kunnen samengaan
Volgens de
berichtgeving over de nieuwe Rabobank-raming lag het aanbod op Funda aanzienlijk hoger dan een jaar eerder. Tegelijk werd bij een groot deel van de verkopen nog boven de vraagprijs betaald.
Een groter aanbod hoeft dus niet te betekenen dat verkopers overal hun verwachtingen moeten bijstellen.
Voor een koper is dat verschil belangrijk. Meer keuze kan helpen bij het vinden van een passende indeling, locatie of opleverdatum. Het zegt nog niet dat hetzelfde budget ineens een grotere
woning oplevert.
De markt bestaat bovendien niet uit één soort huis. Een landelijk percentage beschrijft geen afzonderlijk appartement, rijtjeshuis of dorp.
De nieuwe raming is geen opslag op iedere woning
Het getal van 4,2 procent kan gemakkelijk verkeerd worden gebruikt. Bijvoorbeeld door de vraagprijs van een woning te nemen en daar direct 4,2 procent bij op te tellen.
Dat is niet wat een gemiddelde jaarverwachting betekent. De raming is geen prijslijst voor individuele woningen en evenmin een voorspelling dat iedere woning vanaf vandaag nog precies zoveel duurder wordt.
Een eenvoudige illustratie laat wel de omvang zien. Op een bedrag van €400.000 is 4,2 procent €16.800. Bij 2,8 procent gaat het om €11.200. Het verschil tussen die twee berekeningen bedraagt €5.600.
Daarmee wordt duidelijk waarom een bijgestelde verwachting de aandacht trekt. De uitkomst zegt alleen niet dat een koper bij een specifiek huis nu €5.600 extra moet bieden.
Een hogere marktprijs is nog geen hoger budget
Huizenkopers kunnen niet vanzelf meer besteden omdat een bank verwacht dat woningen duurder worden. Het eigen inkomen, de beschikbare middelen en de gewenste maandlast blijven begrenzingen.
Begin daarom bij een bedrag dat binnen de eigen begroting past. Werk vervolgens uit welke woningen daarbij horen.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar wordt lastiger zodra een aantrekkelijke woning veel belangstelling krijgt. Dan kan de gedachte ontstaan dat een hoger bod noodzakelijk is omdat de markt later nog duurder wordt.
Een voorspelling is echter geen zekerheid. Wie zich nu financieel te ver uitrekt, krijgt geen lagere maandlast wanneer de verwachte prijsstijging tegenvalt.
Het is daarom nuttig om vóór een bezichtiging drie bedragen vast te leggen: het gewenste aankoopbedrag, de uiterste grens en het geld dat na aankoop beschikbaar moet blijven.
Kijk verder dan het aankoopbedrag
Twee woningen met dezelfde prijs kunnen na aankoop heel verschillende uitgaven vragen. Onderhoud, een verouderde keuken, een matige badkamer of noodzakelijke werkzaamheden kunnen het verschil maken.
Stel dat woning A €380.000 kost en direct €25.000 aan geplande werkzaamheden vraagt. Woning B kost €395.000 en vraagt voorlopig €5.000 aan vergelijkbare werkzaamheden.
In die eenvoudige vergelijking komt A op €405.000 en B op €400.000. Dat is nog zonder alle overige aankoop- en financieringskosten, maar het laat zien waarom de laagste vraagprijs niet automatisch de goedkoopste keuze is.
Vraag bij een woning daarom niet alleen hoeveel je moet bieden. Vraag ook welke uitgaven je kort na de sleuteloverdracht verwacht.
Overbieden vraagt om een eigen grens
Boven een vraagprijs bieden kan noodzakelijk lijken wanneer veel andere kopers dat doen. Toch is de vraagprijs slechts het startpunt dat de verkoper heeft gekozen.
Een hoog percentage overbiedingen bewijst niet dat ieder bod onder of op de vraagprijs zinloos is. Evenmin vertelt het hoeveel boven de vraagprijs bij jouw woning verstandig zou zijn.
Vergelijk daarom zo veel mogelijk gelijksoortige woningen. Let op woonoppervlak, onderhoud, ligging en de kosten die nog volgen. Een opvallend lage vraagprijs kan anders een groter biedverschil opleveren zonder dat de uiteindelijke prijs uitzonderlijk is.
De hogere Rabobank-verwachting geeft richting aan het bredere marktbeeld. Voor de individuele koper blijft de belangrijkste rekensom dichter bij huis: wat kost deze woning in totaal, welke maandlast hoort daarbij en hoeveel ruimte blijft daarna over? Meer aanbod kan helpen om die keuze zorgvuldiger te maken, ook wanneer de gemiddelde prijzen blijven stijgen.