Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Zoon leende €300.000 van zijn overleden moeder en dacht nog €210.000 schuldig te zijn, maar de rechter rekent met €339.122
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleWie als ouder een flink bedrag uitleent aan een van de kinderen, gaat er meestal vanuit dat die lening na het overlijden netjes wordt verrekend met de erfenis. Maar als een kind tussentijds bedragen terugbetaalt zonder een sluitende administratie bij te houden van de rente en de aflossingen, kan de openstaande schuld bij het afwikkelen van de nalatenschap veel hoger uitvallen dan gedacht. In een op 5 november 2026 gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelde de rechter de schuld van een zoon aan de nalatenschap van zijn moeder vast op 339.122 euro, terwijl de zoon zelf uitging van 210.000 euro. Het is een tussenvonnis: de zaak loopt nog en het eindvonnis moet nog komen.
De zaak draaide om een moeder die in 2025 overleed en een zoon en een dochter achterliet. In haar testament van 1 september 2022 benoemde de moeder haar zoon tot enig erfgenaam én tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Aan haar dochter liet zij een geldbedrag na ter grootte van een kwart van de nalatenschap, gelijk aan haar wettelijke legitieme portie. Na het overlijden werd moeders woning verkocht voor 400.000 euro. Daarnaast bestond de nalatenschap uit 72.867 euro aan banktegoeden, een inboedel van 1.500 euro en een grote geldlening aan de zoon. Daar stonden schulden van de nalatenschap van 6.009,90 euro tegenover. Op 24 juni 2026 betaalde de zoon zijn zus alvast een voorschot van 50.000 euro op haar legaat.
Waarom een aflossing volgens de wet eerst naar de rente gaat
Het grote conflict tussen broer en zus ging over de lening van 300.000 euro die de moeder op 1 januari 2016 aan haar zoon had verstrekt voor zijn eenmanszaak. In de zomer van 2016 leende de zoon nog twee keer 20.000 euro kortlopend bij, wat hij in 2016 en 2017 met 40.100 euro terugbetaalde. Voor de hoofdsom van 300.000 euro stelde de zoon dat er bij het overlijden nog maar 210.000 euro openstond en dat de rente van 5 procent per jaar later was verlaagd naar 2,25 procent. In zijn grootboekrekening stond op 1 januari 2018 een schuld van 138.039 euro, terwijl in moeders belastingaangifte 300.000 euro stond.
De Haagse rechtbank ging daar niet in mee. Als geldlener had de zoon een deugdelijke administratie moeten bijhouden van zijn schuld en zijn aflossingen. Omdat hij in 2016, 2017 en nog op 31 mei 2020 bij zijn eigen overboekingen 5 procent rente vermeldde, rekent de rechtbank over de hele looptijd met 5 procent rente per jaar.
Daarbij liep de zoon tegen een harde wettelijke hoofdregel aan uit artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek: een betaling op een geldschuld komt eerst in mindering op de verschenen rente en pas daarna op de hoofdsom. Toen de zoon op 21 oktober 2020 een bedrag van 50.000 euro overmaakte als terugbetaling van een deel van de lening, stond er al een fors bedrag aan onbetaalde rente open. Rekening houdend met veertien betalingen van samen 68.249,99 euro tussen 2016 en 2020, twee betalingen van de moeder van samen 30.750 euro, de 50.000 euro van oktober 2020 en zeven betalingen van samen 26.500 euro na 2020, stelde de rechtbank de schuld op de overlijdensdatum vast op 339.122 euro. Dat is 129.122 euro meer dan de 210.000 euro waar de zoon mee rekende, waardoor ook het legaat van een kwart van de nalatenschap voor zijn zus duizenden euro's hoger uitvalt.
Lees ook
Wat de dochter wél en niet toegewezen kreeg van de rechter
Naast de hogere leenschuld kreeg de dochter op nog twee punten gelijk. Haar legaat werd zes maanden na het overlijden van haar moeder, op 22 april 2026, opeisbaar. Omdat de zoon niet binnen twee weken betaalde, zal de rechtbank in het eindvonnis vanaf 7 mei 2026 de wettelijke rente over haar legaat toewijzen, waarbij het voorschot van 50.000 euro van 24 juni 2026 eerst op die rente wordt afgeboekt. Verder moet de zoon binnen veertien dagen digitaal de Rabobank-afschriften van moeders rekeningen over 2018 tot en met 21 oktober 2020 en vanaf haar overlijden afgeven, net als de definitieve belastingaanslagen over 2018 tot en met 2024. Over een mogelijke box 3-teruggaaf over 2021 tot en met 2024, die voor 2022 op 2.400 tot 2.800 euro is berekend, moet hij op 25 november 2026 stukken overleggen.
Op drie andere eisen krijgt de dochter volgens de rechtbank ongelijk in het eindvonnis. Zij eiste dat schenkingen van haar moeder aan haar broer van in totaal 35.760 euro tussen 2018 en 2025, plus 5.400 euro aan haar kleindochter en een rentevoordeel van 1 procentpunt op de lening, bij de legitieme portie zouden worden opgeteld. De rechtbank gaat daar niet in mee: 5 procent rente op een familielening in plaats van 6 procent is geen gift, en de losse overboekingen tussen 250 en 5.000 euro waren gebruikelijke giften. Bovendien had de dochter zelf ook 5.000 euro gekregen. Tot slot blijft de dochter volgens de rechtbank zelf zitten met 3.591,70 euro aan kosten voor een conservatoir beslag dat zij al drie weken na het overlijden op moeders woning legde zonder eerst overleg af te wachten.
Lees ook
Voor ouders en kinderen laat dit vonnis zien hoe belangrijk het is om bij een familielening elk jaar schriftelijk vast te leggen welk bedrag aan rente is betaald en welk bedrag van de hoofdsom afgaat. Zonder die administratie telt een tussentijdse terugbetaling volgens de wet eerst als rente, met grote gevolgen voor de uiteindelijke verdeling van de erfenis.
Wil je dat een schenking of familielening straks niet tot gedoe bij de erfenis leidt? Schenk je bij leven, dan kunnen je kinderen later minder erfbelasting betalen. In de gratis schenk-checklist 2026 van Schenk Slim, de schenksite van DDS, staan de tien dingen die je vóór 31 december regelt.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading



