Als een geschonken familiebedrijf kort na het overlijden van een ouder failliet dreigt te gaan, proberen families de
schenking soms ongedaan te maken om onder de
schenkbelasting uit te komen. Een donderdag gepubliceerde uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch laat zien hoe de belastingrechter daarnaar kijkt. Een moeder en haar drie kinderen tekenden nog in de maand waarin vader overleed een zogeheten dwalingsovereenkomst, en de kinderen leverden de geschonken certificaten van aandelen in het familiebedrijf gratis terug. Toch blijft de navorderingsaanslag voor de dochter overeind: zij moet schenkbelasting betalen over €463.710.
Veel ouders en kinderen gaan ervan uit dat de regel simpel is: als je een schenking op papier vernietigt en het geschonken vermogen teruggeeft aan de schenker, vervalt ook de schenkbelasting. In de Successiewet 1956 bestaat daar inderdaad een artikel voor, maar de belastingrechter accepteert een vernietiging achteraf niet als de reden ervoor is voorgewend.
Van €18.920 naar €463.710 belast
In de zaak bij het
Gerechtshof 's-Hertogenbosch schonken een vader en moeder in 2014 bij notariële akte aan hun dochter en haar twee broers elk 25 certificaten van aandelen in het familiebedrijf. In overleg met de
Belastingdienst werd de waarde van de aandelen vastgesteld op €1.500.000. Voor de dochter kwam de verkrijging uit op €468.939.
Omdat de familie een beroep deed op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), kreeg de dochter een voorwaardelijke vrijstelling van €444.790, boven op de gewone vrijstelling voor kinderen van €5.229. Daardoor hoefde zij in eerste instantie maar over €18.920 schenkbelasting af te rekenen. Aan die grote vrijstelling kleefde wel één harde voorwaarde: de onderneming moest minstens vijf jaar worden voortgezet.
Het bedrijf verkeerde al sinds 2010 in zwaar weer. Op 23 mei 2017 overleed de vader. Nog diezelfde maand tekenden de moeder, die ook executeur was van de nalatenschap van haar man, en de drie kinderen een overeenkomst waarin stond dat zij bij de schenking hadden gedwaald. Volgens de familie wilden de ouders de kinderen bevoordelen en wisten zij niet dat een onvrijwillig einde van het bedrijf, zoals een faillissement, binnen vijf jaar de vrijstelling zou laten vervallen. De kinderen leverden de certificaten gratis terug. In juni 2017 ging het bedrijf failliet, waarna de inspecteur de dochter een navorderingsaanslag schenkbelasting oplegde over een belaste verkrijging van €463.710.
Waarom het hof de dwaling 'voorgewend' noemt
De dochter vroeg de fiscus om de oorspronkelijke aanslag én de navorderingsaanslag op grond van artikel 53 van de Successiewet 1956 te verminderen tot nihil. Zowel de rechtbank als het gerechtshof wijzen dat af. Volgens het hof is de schenking civielrechtelijk weliswaar vernietigd, maar kan die vernietiging niet tegen de inspecteur worden gebruikt, omdat de dwaling is voorgewend.
De adviseur van de familie, die ook waarderingsdeskundige was, verklaarde als getuige bij de rechtbank dat een faillissement ten tijde van de schenking geen reëel risico was. De familie had de schenking ook niet aan een fiscalist voorgelegd, en er waren geen schriftelijke stukken die de gestelde dwaling ondersteunden. Het hof stelt voorop dat iedereen wordt geacht de wet te kennen: een beroep op het niet kennen van een regel wordt in het algemeen niet aanvaard. Alleen omdat het hoger beroep langer dan twee jaar duurde, krijgen de dochter en haar twee broers elk een schadevergoeding van €166,67, een derde van €500. De navorderingsaanslag over €463.710 blijft staan.
Wanneer je schenkbelasting wél terugkrijgt
Wil je als ouder een grote schenking doen en voorkomen dat je kind bij tegenslag met een hoge aanslag blijft zitten, regel dat dan bij het schenken zelf. Wordt een schenking herroepen of vernietigd, dan kan de schenkbelasting op grond van artikel 53 van de Successiewet worden verminderd. Een herroepingsclausule of een duidelijke ontbindende voorwaarde in de schenkingsakte legt vooraf vast wanneer de schenking kan worden teruggedraaid. Een vernietiging achteraf wegens dwaling volgt de fiscus alleen als de reden echt is, niet als die is voorgewend.
Heb je bij de aangifte schenkbelasting een fout gemaakt, dan legt de
Belastingdienst uit dat je geen tweede aangifte moet insturen, omdat een nieuwe aangifte als een nieuwe schenking wordt behandeld. Zolang er alleen een voorlopige aanslag ligt, geef je de wijziging per brief door aan Belastingdienst/Schenkbelasting in Eindhoven. Na een definitieve aanslag maak je binnen zes weken schriftelijk bezwaar. Ben je te laat, dan kun je om vermindering vragen.
Zonder zo'n clausule blijft een schenking ook fiscaal in beginsel een schenking. Spreken ouder en kinderen achteraf samen af dat alles wordt teruggedraaid, dan helpt artikel 53 alleen als de grond daarvoor al bij de schenking bestond, zoals een echte dwaling. Is de dwaling voorgewend, zoals hier, dan blijft de volle aanslag staan.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.