Heb je over 2021 geen aangifte inkomstenbelasting gedaan, omdat je daarvoor geen bericht kreeg? Dan kun je dat nog tot en met 31 december 2026 doen. Heb je in dat jaar te veel
belasting betaald, dan krijg je het verschil terug. Daarna verloopt de termijn en is dat geld definitief weg.
Wie geen uitnodiging voor de aangifte krijgt, mag
tot vijf jaar terug alsnog aangifte doen om geld terug te vragen. Voor 2021 moet je aangifte uiterlijk op 31 december 2026 binnen zijn bij de
Belastingdienst. Toen de Belastingdienst in 2024 mensen
per brief wees op zo'n teruggaaf, ging het volgens de dienst vaak om enkele honderden euro's.
Waarom je geld kunt terugkrijgen
Je werkgever of uitkeringsinstantie houdt elke maand loonheffing in. Die inhouding is gebaseerd op een schatting van je jaarinkomen. Klopt die schatting niet, dan betaal je te veel. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je maar een deel van het jaar werkte: de loonheffing is dan berekend alsof je het hele jaar zo zou verdienen.
Veel mensen hoeven geen aangifte te doen en krijgen dus ook geen uitnodiging. Wie in die groep te veel heeft betaald, krijgt dat niet vanzelf terug. Daarvoor moet je zelf aangifte doen.
Voor wie is dit interessant?
Volgens de
Belastingdienst is de kans op een teruggaaf groter als je:
- weinig inkomen had;
- niet het hele jaar werkte, bijvoorbeeld omdat je in de loop van het jaar begon, stopte of werkloos werd;
- een heffingskorting niet (volledig) kreeg toegepast;
- kinderen hebt;
- studeerde, bijvoorbeeld met een bijbaan of vakantiewerk;
- maar een deel van het jaar in Nederland woonde.
Ook wie in 2021 hoge zorgkosten had of giften deed, kan soms iets terugkrijgen, omdat je die kosten onder voorwaarden mag aftrekken. Daarvoor moet je wel aangifte doen.
Een voorbeeld
Stel: je studeerde in 2021 en werkte alleen in de zomer, drie maanden fulltime. Je werkgever hield loonheffing in alsof je het hele jaar zou werken. Over het hele jaar gerekend verdiende je veel minder, en had je recht op heffingskortingen die je inkomen grotendeels belastingvrij maakten. In zo'n situatie krijg je met een aangifte vaak een groot deel van de ingehouden belasting terug.
Hetzelfde kan gelden voor iemand die in 2021 met pensioen ging of werkloos werd en daardoor een deel van het jaar minder inkomen had dan waarmee werd gerekend.
Zo doe je het
Voor een aangifte over 2021 gebruik je het aangifteprogramma voor dat jaar, dat je bij de Belastingdienst kunt downloaden. Je hebt je jaaropgaven van 2021 nodig: van je werkgever, je uitkeringsinstantie of je pensioenfonds. Heb je die niet meer, vraag dan een kopie op. Veel gegevens staan ook in Mijn Belastingdienst.
Vul in wat je verdiende en welke loonheffing er al is ingehouden. Het programma rekent uit of je iets terugkrijgt. Krijg je meer terug dan een klein minimumbedrag, dan stuur je de aangifte in. Je ontvangt daarna een aanslag en het geld op je rekening.
Ook voor 2022 tot en met 2025
De termijn van vijf jaar geldt voor elk jaar. Over 2022 kun je nog tot eind 2027 aangifte doen, over 2023 tot eind 2028, enzovoort. Maar 2021 is het jaar dat nu als eerste afloopt. Heb je over meerdere jaren niets ingediend, dan doe je per jaar een aparte aangifte, elk met het programma van dat jaar. Begin bij 2021, want daar loopt de tijd het eerst af.
Wat je nu kunt doen
Zoek je jaaropgaven van 2021 op en controleer in Mijn Belastingdienst of je over dat jaar al aangifte hebt gedaan. Is dat niet zo, maak dan een proefberekening met het aangifteprogramma van 2021. Lever je aangifte vóór 31 december in. Twijfel je of je iets terugkrijgt, bel dan de BelastingTelefoon: 0800-0543. Doe hetzelfde meteen voor de jaren erna: ook daar kan geld blijven liggen.