De jaarlijkse tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt volgens de nieuwe begrotingsplannen een jaar langer behouden. Het kabinet verschuift de voorgenomen afschaffing van 2028 naar 1 januari 2029. Voor mensen die aan de voorwaarden voldoen, blijft daarmee ook een betaling in 2028 in beeld.
Het gaat om het extra bedrag dat
UWV jaarlijks uitkeert aan bepaalde ontvangers van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In 2026 bedraagt die tegemoetkoming €226,28 netto.
Dat bedrag is geen vastgesteld bedrag voor 2028. De hoogte wordt jaarlijks bepaald. Het nieuws gaat over het langer laten bestaan van de regeling, niet over een nieuwe verhoging of een extra maandelijkse
uitkering.
Een bezuiniging schuift opnieuw op
In de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2027 staat dat de afschaffing van de tegemoetkoming wordt uitgesteld tot 1 januari 2029. Daarmee verandert het tijdpad dat eerder voor de bezuiniging werd gebruikt.
De maatregel staat in de SZW-begroting voor 2027.
Voor ontvangers is dat relevant omdat een jaarlijkse betaling vaak al een bestemming heeft. Een rekening die is blijven liggen, vervoer of een grotere aanschaf: het geld hoeft niet elke maand binnen te komen om toch onderdeel te zijn van het huishoudbudget.
De begrotingskeuze betekent overigens niet dat de tegemoetkoming voor altijd is veiliggesteld. Het kabinet houdt afschaffing als voornemen overeind, maar kiest een later moment. Ook de verdere wetgeving blijft van belang.
Wie de tegemoetkoming nu krijgt
UWV gebruikt voor de huidige regeling een vaste peildatum. Recht op een WIA-, WAO- of WAZ-uitkering op 1 juli, in combinatie met minimaal 35 procent arbeidsongeschiktheid, kan recht geven op de betaling. Wie op die datum recht heeft op Wajong, valt eveneens onder de genoemde doelgroep.
De betaling gebeurt automatisch. Voor 2026 noemt UWV een nettobedrag van €226,28, dat eind september tegelijk met de uitkering wordt betaald. Een aparte betaalspecificatie is te bekijken in Mijn UWV.
UWV legt de voorwaarden en betaling uit.
Daarmee is de tegemoetkoming geen algemene vergoeding voor iedereen met een chronische ziekte. Alleen het hebben van extra kosten of gezondheidsproblemen is onvoldoende om onder deze landelijke regeling te vallen.
DDS berichtte eerder over de
betaling van €226,28 in september. De begrotingsontwikkeling gaat over de jaren daarna.
Waarom de regeling ter discussie staat
De discussie over afschaffing loopt al langer. In januari 2025 legde het toenmalige kabinet een voorstel voor waarin de tegemoetkoming vanaf 2027 zou verdwijnen. Daarbij werd een verband gelegd met een voorgenomen verlaging van het eigen risico in de zorg.
Een argument was dat chronisch zieke mensen zonder de betreffende uitkering de tegemoetkoming niet ontvangen. Het kabinet wilde de ondersteuning anders organiseren. Dat verklaart de achtergrond van de bezuiniging, maar de planning uit dat oude voorstel is inmiddels achterhaald.
Dit was het oorspronkelijke voorstel uit januari 2025.
Ook de Raad van State plaatste kanttekeningen. In zijn advies van juni 2025 wees de raad erop dat het verdwijnen van de tegemoetkoming voor ontvangers niet volledig werd gecompenseerd door de toen voorgestelde verlaging van het eigen risico. De raad vroeg om een betere toelichting op de inkomensgevolgen en de toegankelijkheid van zorg.
Lees het advies van de Raad van State.
Die beoordeling ging over het pakket dat toen voorlag. Je kunt de bedragen uit dat advies dus niet zonder meer gebruiken als berekening van je koopkracht in 2028.
Wat een jaarbedrag betekent voor je maandbudget
Een jaarlijkse tegemoetkoming voelt anders dan een hoger maandbedrag. Wie het huidige bedrag van €226,28 over twaalf maanden verdeelt, komt rekenkundig uit op ongeveer €18,86 per maand.
Dat is alleen een manier om de betekenis voor een begroting zichtbaar te maken. UWV maakt er geen maandelijkse betaling van.
Neem een fictief huishouden dat iedere maand twintig euro opzij probeert te zetten voor onregelmatige uitgaven. Een jaarlijkse tegemoetkoming van deze orde van grootte vertegenwoordigt bijna een volledig jaar van dat spaarbedrag. Het wegvallen ervan kan dus merkbaar zijn, ook wanneer het maandelijkse uitkeringsbedrag zelf niet verandert.
Andersom is een aankondiging van uitstel geen reden om toekomstige uitgaven alvast volledig op die betaling te baseren. Je persoonlijke recht kan veranderen, de hoogte voor latere jaren staat nog niet vast en de politieke besluitvorming loopt door.
Een nieuwsbericht is geen persoonlijke beschikking
Voor een ontvanger spelen uiteindelijk drie afzonderlijke vragen. Blijft de landelijke regeling bestaan? Val je in het betreffende jaar onder de voorwaarden? En welk bedrag wordt voor dat jaar vastgesteld?
Het begrotingsnieuws beantwoordt vooral de eerste vraag. De andere twee worden daarmee niet automatisch afgedaan.
Wie dit jaar geen betaling ontvangt, kan uit het uitstel bijvoorbeeld niet afleiden dat alsnog recht bestaat over 2026. Daarvoor zijn de huidige voorwaarden en de situatie op de peildatum bepalend. Evenmin maakt de aangekondigde bezuiniging een bestaande betaling van dit jaar ongedaan.
Voor je eigen administratie is het daarom nuttig de jaarlijkse tegemoetkoming apart te houden van de gewone uitkering. Zo blijft zichtbaar welk deel van je inkomen maandelijks terugkomt en welk deel afhankelijk is van een afzonderlijke jaarlijkse regeling.