Een pizza aan de deur, een afgehaalde pokébowl of een via de app bestelde maaltijd heeft meer invloed op het Nederlandse inflatiecijfer dan tien jaar geleden. Niet omdat één bestelling de landelijke prijzen omhoogduwt, maar omdat huishoudens een groter gedeelte van hun geld aan kant-en-klare maaltijden besteden. Bij het berekenen van
inflatie wordt niet simpelweg gekeken hoeveel alle prijzen gemiddeld zijn veranderd. Producten en diensten krijgen een verschillend gewicht. Een uitgave waaraan Nederlandse huishoudens samen veel geld besteden, telt zwaarder mee dan iets wat vrijwel niemand koopt.
Doordat afhaal- en bezorgmaaltijden een grotere plaats in het huishoudbudget hebben gekregen, wordt de prijsontwikkeling daarvan belangrijker voor de gemeten inflatie.
RTL berichtte over deze verandering naar aanleiding van een analyse van De Nederlandsche Bank.
Een duurdere pizza en een zwaarder gewicht
Bij inflatie spelen twee ontwikkelingen tegelijk. Ten eerste kan de prijs van een product veranderen. Ten tweede kan het belang van dat product binnen de totale consumptie groter of kleiner worden.
Een eenvoudige vergelijking maakt dat duidelijk. Wanneer huishoudens nauwelijks geld aan bezorgmaaltijden uitgeven, heeft een forse prijsstijging in die categorie maar beperkte invloed op het algemene cijfer. Gaat een veel groter deel van het maandbudget naar dezelfde maaltijden, dan drukt een prijsverhoging zwaarder op de gemiddelde inflatie.
Het betekent niet dat Nederlanders per definitie meer pizza’s eten dan vroeger. De verschuiving kan ook ontstaan doordat maaltijden vaker buiten de traditionele supermarkt worden gekocht, bezorgkosten zijn gestegen of consumenten duurdere gerechten bestellen.
Daarnaast zijn restaurant- en bezorgprijzen de afgelopen jaren stevig opgelopen. Ondernemers kregen te maken met hogere lonen, energieprijzen, huren, ingrediëntenkosten, verpakkingen en commissies van bestelplatforms. Een gedeelte daarvan komt terecht in de prijs die de klant betaalt.
Corona veranderde een gewoonte
De coronaperiode gaf maaltijdbezorging een enorme impuls. Restaurants die tijdelijk geen gasten konden ontvangen, schakelden over op afhalen en bezorgen. Consumenten die thuisbleven, raakten gewend aan het bestellen via een app.
Na het verdwijnen van de lockdowns verdween die gewoonte niet volledig. Thuiswerken speelde daarbij eveneens een rol. Wie niet iedere dag naar kantoor reist, koopt anders, kookt op andere momenten en bestelt mogelijk vaker een lunch of avondmaaltijd aan huis.
Bezorgplatforms hebben bestellen bovendien buitengewoon eenvoudig gemaakt. Adressen, betaalgegevens en favoriete restaurants staan al opgeslagen. De afstand tussen trek krijgen en afrekenen is daardoor teruggebracht tot enkele tikken op een telefoonscherm.
Dat gemak heeft een prijs. Naast de maaltijd kunnen servicekosten, bezorgkosten, transactiekosten of een minimum bestelbedrag in rekening worden gebracht. Daardoor kan het bedrag dat uiteindelijk wordt afgerekend duidelijk hoger zijn dan de prijs die aanvankelijk bij het gerecht stond.
Zo wordt inflatie werkelijk berekend
In Nederland berekent het Centraal Bureau voor de Statistiek de consumentenprijsindex. Het CBS gebruikt daarvoor een omvangrijk pakket goederen en diensten dat het uitgavenpatroon van huishoudens moet weerspiegelen. De gewichten worden aangepast wanneer Nederlanders hun geld anders gaan besteden.
Het
CBS-dashboard met consumentenprijzen laat zowel prijsontwikkelingen als de bijdragen van verschillende categorieën zien. De samenstelling staat dus niet voor tientallen jaren vast. Nieuwe producten en diensten kunnen belangrijker worden, terwijl andere uitgaven juist terrein verliezen.
Dat is nodig om te voorkomen dat het inflatiecijfer een huishouden uit een ver verleden beschrijft. Streamingdiensten, smartphones en maaltijdapps spelen nu een veel grotere rol dan vroeger. Andere producten zijn vrijwel uit het dagelijks leven verdwenen.
Geen enkele individuele consument herkent zichzelf precies in het officiële gemiddelde. Iemand die nooit eten bestelt, wordt persoonlijk niet geraakt door hogere bezorgprijzen. Een gezin dat wekelijks meerdere maaltijden laat komen, merkt die stijging juist sterker dan het landelijke cijfer suggereert.
De persoonlijke inflatie kan flink afwijken
Het officiële inflatiepercentage is een gemiddelde voor alle huishoudens. De werkelijke druk op de portemonnee hangt af van het eigen uitgavenpatroon. Huurders, automobilisten, gezinnen met kinderen en alleenstaanden kopen niet hetzelfde.
Een huishouden dat veel geld kwijt is aan energie, brandstof en boodschappen kan in een bepaalde maand een heel andere prijsstijging ervaren dan iemand die een groot deel van het inkomen besteedt aan reizen of horeca.
Daar komen bezorgmaaltijden nu nadrukkelijker bij. Hun grotere gewicht vertelt vooral iets over hoe het Nederlandse dagelijks leven is veranderd. De maaltijd aan de deur is van incidentele luxe voor een beperkte groep uitgegroeid tot een herkenbaar onderdeel van de consumptie.
Een bestelde pizza ‘veroorzaakt’ de inflatie dus niet. Maar wanneer miljoenen huishoudens gezamenlijk meer geld uitgeven aan pizza’s, sushi en pokébowls, worden de prijsstijgingen in die sector wel belangrijker voor het cijfer waarmee koopkracht, lonen en economisch beleid worden besproken.